Stapel

04/26/2012

0 Comments

 
Foto
Bron: www.flaniereninberlin.eu
Dat u niet denkt dat ik stilzit, nu ons boek af is. Integendeel; ik ben juist meer buiten en meer op pad. U als trouwe lezer wil intelligent op de hoogte gehouden worden van Berlijns wel en wee, hip en nee. En daarvoor ga ik de straat op.

Natuurlijk valt er veel actueels te vertellen. Over stijgende huurhoogtes, ruzies over geluidsoverlast, de opening van de vele strandbars et cetera.
Toch waag ik het om de andere kant op te gaan en de noeste arbeid van vele Berlijnkenners uit het verleden met U te delen.

Ik ga de komende tijd op dit blog verslag doen van het wegwerken van een stapeltje dat me al een lange tijd –sommige al meer dan een of twee jaar- verwijtend aankijkt.
Dat stapeltje heet: interessante scripties en onderzoeken over Berlijn met een verrassende insteek.

Het stapeltje bestaat uit:

Foto
Afstudeerwerk 'De plantage van Berlijn'  van stedenbouwkundige Jan Martijn Eekhof. Zijn afstudeerplan voor voormalig vliegveld Tempelhof koppelt de ontwikkeling van de stad aan de toenemende behoefte om voedsel dicht bij de stad te produceren. Zijn plan heeft terecht de architectuurprijs Archiprix 2011 en de stedenbouwNUprijs 2012 gewonnen.

Foto
'Flaneren door nothingness; Berlijns’ openbare ruimten tot 1989 vanuit hedendaags perspectief' Een lijvige masterscriptie van Madelief ter Braak. De masterscriptie gaat in op de rol van de openbare ruimte in Berlijn als verscheurde stad door de tijd heen. Zij ziet die verscheurdheid als een constante.

Foto
'Man hätte das doch weiterbauen können?' Onderzoek naar de omgang met het stedenbouwkundig erfgoed in Oost-Berlijn van Michiel Lippus. Scriptie uit 2007 alweer, maar zeker niet onactueel. Lippus heeft er de  Volkskrant/Duitsland Instituut Amsterdam-scriptieprijs 2008 mee gewonnen. 

Foto
'Blockbuster, de Kreuzberger Mischung herzien' is het afstudeerwerk van architect Hans Ringenier, genomineerd voor de Archiprix 2010. Een onderzoek naar de bouwblokkenstructuur in Berlijn-Kreuzberg, de Kreuzberger mischung (mix) resulterend in een ontwerp voor een nieuwbouwbouwblok in Kreuzberg. Op het Cuvryvelde. Daar gaat de volgende scriptie ook over:

Foto
'The Cuvrybrache as free place; the diverse meanings of a waste land in Berlin' is de titel van de afstudeerscriptie van stadsgeograaf Jan van Duppen uit 2010; een onderzoek naar gebruik van de Cuvrybrache in Kreuzberg.

Ja, dat is dat stukje land waar het GuggenheimLab vanuit New York in Berlijn wilde neerstrijken, maar van af zag na protesten.

Alle genoemde publicaties hebben gemeen dat ze over de ruimte in Berlijn gaan, net als dit blog. Daarnaast zijn ze sterk geschreven, mooi vormgegeven en nodigen uit om te lezen, te bezinnen en te verdiepen.

Dat is hard nodig in tijden als deze, waar vanwege de crisis iedereen in blinde en dove paniek om nieuwe visies en instant pasklare oplossingen roept. Of wil aanpakken. Of stevig wil door pakken (arme Door).

Hou de site maar in de gaten voor uw driedagelijkse dosis contemplatie.


 
 
Ik heb het al vaker geschreven:

Berlijn is helemaal niet ruim, Berlijn is leeg. Naast dat van veel alles dubbel is (dierentuin, opera, universiteit, ziekenhuizen, zwembaden) stikt het daarnaast van de leegte.

Hans Stimman, ooit stadsbouwmeester in de jaren negentig, heeft eens opgemerkt dat het verschil tussen een arbeider in een fabriek en een laptopslaaf de factor vijf is. Vijf? Ja, vijf keer zo weinig ruimte neemt een kantoorarbeider cq. laptopslaaf in ten opzichte van een arbeider in een fabriek. En die fabrieken, die zijn er bijna niet meer, althans, niet meer zo veel als direct na de Wende in 1989. En al zeker niet meer in gebruik. Alles leeg. Alles weg.
Leegstand is eigenlijk geen thema in Berlijn; het is er gewoon. Tot vorige week, want toen is de Berlijnse versie van de Leerstandsmelder online gegaan. Daarop kan iedereen die iets leeg ziet staan uitzoeken van wie het is en dat online zetten. Doel is transparantie omtrent wat er leegstaat, en om duidelijk te maken van wie iets is. binnen een week waren al 144 objecten op de kaart gezet. Bij sommigen roept de virtueel weergegeven leegstand herinneringen op aan de wilde jaren negentig, toen hordes naar oost-Berlijn trokken om in de leegstaande woningen en fabrieken clubs, cafés en werkplaatsen te ontwikkelen. Opvallend maar eigenlijk ook niet, is dat Leerstandsmelder laat zien dat vooral Oost-Berlijn ruim bedeeld is. Het zet de jammerdiscussie over het toenemend bebouwen van lege plekken in een ander daglicht, want als er ergens in Berlijn geen gebrek aan is, is het wel ruimte/leegte; dat laat de kaart goed zien.
Ondertussen gaan de discussies over het wel of niet vragen van een ‘sociale’ grondprijs of gebouwenprijs door het Liegenschaftsfonds. Dat is de club die alle gronden en lege gebouwen die de stad Berlijn toebehoren tegen de hoogste bieder moet verkopen. Dat is hun opdracht, en er kan niet ontkent worden dat ze dit naar behoren doen. Zo verkocht het fonds in 2005 door middel van 633 verkoopcontracten voor 1,5 miljoen vierkante meter aan grond en gebouw. Saldo: 188 miljoen euro. In 2010 zijn 533 contracten getekend, ter waarde van 189 miljoen euro voor 1,1 miljoen vierkante meter grond en gebouw. Tot vorig jaar heeft het  Liegenschaftsfonds sinds 2001 circa 5.500 vastgoedtransacties gedaan van circa 14 miljoen vierkante meter. Daarmee is 2 miljard euro verdiend.

Daarnaast haalt het fonds tot nu toe 460 miljoen euro op aan huur van gebouwen die aan het fonds zijn overgedragen. Dat kan bijvoorbeeld een Tempelhof-vliegveldgebouw zijn, dat sinds 2008 leegstaat en sinds 2010 telkens tijdelijk wordt verhuurd aan bijvoorbeeld Bread & Butter modebeurs. In totaal heeft het fonds meer dan 1,7 miljard in de Berlijnse staatskas en 227 miljoen naar de stadsdelen getransporteerd.
Foto
Verhandelde objecten. Bron: Liegenschaftsfonds Berlin
Klinkt allemaal prachtig en ook best veel, zelfs voor een cijferdyslecticus als ik. Maar een ding weet ik wel: het Liegenschaftsfonds is een redelijke ramp voor de stadsontwikkeling. In de binnenstad van Berlijn valt dat niet zo op, maar wie eens in Marzahn-Hellersdorf gaat kijken (niemand, want dat doe je amper voor je lol, en toch is het er razend interessant) ziet de gevolgen van de ‘hoogste-bieder-poilitiek’. Namelijk: de ene Aldi naast de andere Lidl verschijnt er, op plekken waar vroeger scholen hebben gestaan. De scholen zijn gesloopt wegens teruglopende aantallen leerlingen en de gronden door het Liegenschaftsfonds aan de hoogste bieders verkocht. Dat is in dergelijke wijken, zonder actieve bewoners, altijd aan dergelijke firma’s. Die er overigens niet een supermarkt neerpleuren omdat er in de arme omgeving die Marzahn rijk is zo'n behoefte aan is, maar om hun marktpositie te versterken. Een bijna vergelijkbaar proces heeft in Amsterdam plaatsgevonden, waar iedere lege winkelruimte als vanzelfsprekend een Albert Heijn werd (waar de gemeente Amsterdam met AH-boter op het hoofd flink aan meegewerkt heeft, overigens).
Tegen dit beleid is een aantal Berlijnse architecten en stadsontwikkelaars in opstand gekomen. De grootste kritiek is dat het Liegenschaftsfonds bestuurlijk onder financiën en niet onder stadsontwikkeling valt. Zij willen dat de politiek een onderscheid gaat maken voor gebouwen en gronden van de stad Berlijn. Met aan de ene kant ‘commerciële’ prijzen voor partijen die het makkelijk kunnen betalen, en aan de andere kant een ‘sociale’ prijs voor sociale en culturele initiatieven. En dat is lang niet makkelijk.

Sinds 2005 hanteert het fonds weliswaar ‘Zwischennutzungs’-prijzen voor gebouwen en gronden waar voorlopig niks mee gaat gebeuren –en dat zijn er nogal wat in Berlijn, niet alleen kwantitatief maar juist ook kwalitatief; wat doe je met een oud vliegveld, bunker of kazernegebouw?- waarbij de Zwischennutzer feitelijk alleen de instandhoudings- en onderhoudskosten hoeft op te brengen, en amper tot geen huur. Ook Baugemeinschaften kunnen voor een vaste grondprijs kavels van het Liegenschaftsfonds kopen. Dat zijn, niet geheel opvallend, de Lagenhüter, ofwel: winkeldochters onder de kavels. Die al die tijd niet verkocht waren omdat ze ongunstig lagen, in een uithoek of naast een snelweg.
Foto
Veel lastiger is om te bepalen wat de sociale en culturele bestemming precies inhoudt. De club/bar/restaurant Kater Holzig, de vervanger/nieuwe versie van de beroemde afterpartybar 25 ziet er weliswaar bij elkaar geknutseld uit en heel alternatief en rauw allemaal; een hoofdgerecht is er behoorlijk aan de prijs (pittig commentaar op Qype, de Duite IENS: “Keine Kreativität, nichts Neues, sondern einfach nur die Gier, aus dem Hype der ehemaligen “Bar” weiter Profit zu schlagen, steckt hinter dem Konzept von Kater Holzig") en ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat onder een prijzig hoofdgerecht geen sociale grondprijs hoeft te liggen. Ondertussen ruziën de wethouders van financiën en stadsontwikkeling verder met elkaar wat nu een sociale grondprijs is.

Opvallend, dat in een stad die vooral door leegte en leegstand gekenmerkt wordt en waar in principe kwantitatief genoeg ruimte is, het uiteindelijk gaat wie waar wat op welke plek moet gaan betalen.

Daarmee bewijst Berlijn dat kwalitatief en kwaliteit de kernwoorden voor de 21e eeuw zijn en dat kwantiteit zijn langste tijd heeft gehad. 
De ene lege plek is overduidelijk niet de andere.

Rapporten over Liegenschaftsfonds: hier te downloaden

 
 
Picture
Zwischennutzung en Berlijn; iets waar Berlijn bekend om staat en een niet weg te denken combinatie. Zwischennutzung houdt in dat braakliggende kavels of leegstaande gebouwen tijdelijk voor andere functies worden gebruikt. Berlijn beschikt over veel vrije kavels en leegstaande gebouwen en is daarom zeer geschikt voor dit fenomeen wat de laatste jaren ook steeds populairder is geworden. Cijfers van het Statistisch Landesamt geven een beeld hoe het grondgebruik in Berlijn is samengesteld: woongebied 43,6%, bos 18%, infrastructuur 15,2%, vrije ruimten 11,6%, water 6,7%, landbouw 4,9%.

Uit bovenstaande cijfers valt op te maken dat Berlijn een zeer groene stad is en beschikt over veel “vrije ruimte”. Daaronder vallen ook de braakliggende terreinen. Vroeger werden deze terreinen “Ödland” genoemd. Dit had te maken met het feit dat de terreinen vaak in verval raakten en verwoekerden (veröden). Dit begrip is nu niet meer toe te passen want braakliggende terreinen krijgen tegenwoordig vaak een nieuwe tijdelijke functie.

Een innovatief instrument voor Zwischennutzung is het creëren van landbouw in de stad. Dit wordt ook wel ‘urbane Landwirtschaft’ genoemd (in het Engels: Urban farming). Een voorbeeld is de Prinzessinnengarten waarover al eerder geblogt is. Maar naast deze teelt van groenten en kruiden midden in de stad wint het houden van runderen, schapen en geiten in de stad ook aan populariteit. Naast stadstuinieren stadslandbouw bedrijven.
Picture
Prinzessinnengarten in Kreuzberg
Tien jaar geleden werden plannen voor urbane Landwirtschaft nog weggelachen, maar tegenwoordig kom je deze vorm van Zwischennutzung in Berlijn vaak tegen. Je moet dus niet gek staan te kijken wanneer je midden in een woonwijk plotseling oog in oog staat met een schaap of een koe. Geiten, schapen en koeien nemen hun intrek in de stad en worden de nieuwe buren van de stedelingen in de flats. Voor het aanleggen van weiden sluit de vereniging ‘Agrarbörse’ contracten, met een looptijd voor tien jaar, met eigenaren van braakliggende terreinen af. De Agrarbörse krijgt het gebruik van het terrein toegewezen om daar urbane Landwirtschaft te laten ontstaan. Wanneer er binnen de afgesproken tien jaar een nieuwe gebruiker voor het terrein wordt gevonden krijgt de Agrarbörse weer een ander braakliggend terrein toegewezen waar de tijdelijke urbane Landwirtschaft voortgezet kan worden.

Eén van de plekken van urbane Landwirtschaft is het Landschaftspark Herzberge in Berlin-Lichtenberg. Hier vindt je midden tussen de flats een groot park met schapen. Wanneer je met tramlijn 8 voorbij het Evangelische ziekenhuis Koningin Elisabeth rijdt kun je de schaapskudde zien lopen. Heel apart, om dit midden in een metropool als Berlijn tegen te komen. Dit pilotproject in Lichtenberg is erg succesvol en heeft uitgewezen dat veel bewoners de dieren als buren hebben geaccepteerd en er veel plezier aan beleven. Andere positieve effecten zijn dat de omgang met dieren zorgt voor sociale stabilisering en persoonlijke ontwikkeling bij jongeren en zieke mensen. Daarnaast worden door urbane Landwirtschaft braakliggende terreinen weer in gebruik genomen en kunnen de producten die hieruit voortvloeien, zoals groenten, kruiden en eieren, worden verkocht. Tevens worden er op deze manier ook meer arbeidsplaatsen gecreëerd, vooral voor werklozen die vroeger tijdens de DDR in de landbouw gewerkt hebben. Hun kennis en vaardigheden kunnen bij dit soort projecten ingezet worden en kunnen werklozen op deze manier terugkeren in het beroepsleven.
Picture
De urbane Landwirtschaft heeft ook positieve effecten op het stadsklimaat. Landbouw vormt geen extra belasting op het milieu en het zorgt er voor dat de oververhitte stadslucht afgekoeld wordt. De landbouw in de stad zorgt voor groene eilanden en stroken en verhoogt de leefkwaliteit in de stad. Al met al is landbouw als Zwischennutzung dus hét innovatieve instrument om braakliggende terreinen een nieuwe functie te geven die positieve effecten heeft voor de mens en het milieu.

Wat feiten en cijfers:

-40 hectare braakliggend terrein in de stadsdelen Marzahn-Hellersdorf en Lichtenberg wordt voor landbouw gebruikt.

-200 tot 400 hectare in de stadsdelen Reinickendorf en Spandau zijn in ontwikkeling voor agrarisch gebruik.

-In het voorjaar vinden in Berlijn het Lämmerfest (lamsfeest) en Schafschur (schapen scheren) plaats en in oktober het Erntedankfest (oogsfeest)

Dit is een blogbijdrage van Wahlberlinerin Margit Cevaal. Zij zal de komende tijd als gastbloggerin regelmatig een blogpost voor dit Berlijnblog schrijven.

 

Raven

06/01/2011

0 Comments

 
Picture
Hoe multifunctioneel het voormalige vliegveld Tempelhof is blijkt aanstaande zaterdag weer. Dan vindt op en in Tempelhof de ‘A&P Berlin Summer Rave’ plaats. Het is de tweede keer. De eerste editie was een groot succes; er was een geweldige sfeer op dit prachtige terrein met een historisch decor van hangars en start- en landingsbanen. Ruim 12.000 bezoekers dansten vorig jaar op Tempelhof dwars door de nacht heen. Die nacht is weliswaar vrij kort in juni, maar toch….
Picture
Normaal gesproken is het Tempelhofer Feld –dat is het ex-start- en landingsterrein van Tempelhof- drukbezocht door wandelaars, fietsers, skaters en kinderen met vliegers. Zij  zullen zaterdag 4 juni even plaats moeten maken voor het feestende publiek.
In drie voormalige hangars kan vanaf zaterdagavond 19.00 uur tot zondagochtend 09.00 uur gedanst worden op de beats van vele bekende en opkomende dj’s die hier de kunst van het plaatjes draaien zullen vertonen. Er zijn drie verschillende muzieksoorten in de hangars. Hier de line-up:

Hangar 1: Techno Allstars mit WESTBAM, MARUSHA, SMASH HIFI a.k.a. LEEROY THORNHILL (THE PRODIGY) & MARTEN HØRGER, STEREO JACK, ROTEK, DON TOM, DJ CHERRY, LADY WAKS

Hangar 2: House of Love mit BAD BOY BILL, WOLFGANG GARTNER, TOM NOVY, DIVINITY, ADRIAN BAHIL, VISION FACTORY

Hangar 3: Ostfunk Berlin mit LÜTZENKIRCHEN (LIVE), TOK TOK vs. SOFFY O. (LIVE), OLIVER TATSCH, DANIEL BOON, TORSTEN KANZLER, LIZZARA & TATSCH (LIVE), HECKLER & KOCH a.k.a. STEREO JACK & DANIEL BOON

Met indrukwekkende lichtshows en op de achtergrond de dreunende technobeats zal er een geweldige sfeer in de hangars ontstaan. Hou je het niet vol om urenlang achter elkaar te dansen en wil je even genieten van de buitenlucht en ruimte om je heen? Dan biedt het Tempelhofer Feld genoeg plaats om even languit te liggen. Om weer op krachten te komen kan er wat te eten gehaald worden bij de eettentjes die tijdelijk voor deze rave worden neergezet.

Wie zaterdag 3 juni in Berlijn is en zin heeft in een leuk feestje: dit is zeker een aanrader! Let op! Voor het kopen van een kaartje moet je wel snel zijn, vorig jaar was het feest namelijk binnen een mum uitverkocht.  

A&P Berlin Summer Rave
Zaterdag 4 juni 19.00uur tot zondag 09.00uur
Locatie: Vliegveld Tempelhof
http://www.berlin-summer-rave.de/
Kaartjes: € 24,99

Dit is een bijdrage van Wahlberlinerin Margit Cevaal. Zij zal de komende tijd als gastbloggerin regelmatig een blogpost schrijven.
 
 
Picture
De tuinstad is dood, leve de stadstuin! Dat is de eerste gedachte die opkomt bij een bezoek aan de Prinzessinnengarten, hartje Kreuzberg.

Krakers, huisbezetters, woongroepen, wilde feesten, 1-mei-rellen, multi(flauwe)culti; Kreuzberg heeft een naam hoog te houden als het om sociaal-ruimtelijk-maatschappelijke experimenten gaat. De Prinzessinengarten voegt weer een hoofdstuk toe aan het spannende jongensboek Kreuzberg.

Als het aan de planners in de jaren zestig had gelegen (danku, collega-planologen) dan was dat hele Kreuzberg verdwenen onder een berg asfalt van-heb-ik-jou-daar. En waren de Kreuzberger hoven vervangen door saaie flats in het groen, waar alleen wonen was toegestaan, volledig volgens de tuinstadgedachte. Werken deed je maar ergens anders. Binnenkort gaat er een tentoonstelling open over dit ongebouwde Berlijn (voorproefje: www.dasungebauteberlin.de). Daarover later meer.

Vanaf vorige zomer is de kavel aan de Moritzplatz door de firma Nomadisch Grün omgetoverd in een stadstuin annex kwekerij. Doelen zijn om iets sociaals (iets met de buurt), ecologisch (planten) en participatie (mensen met groene vingers) te doen. Van het Liegenschaftsfonds Berlijn, die heel veel lege gebouwen en vlaktes in Berlijn beheren, is een stuk grond van circa 6000 vierkante meter gehuurd om er groente te verbouwen. Klimatologisch interessant, want groenten hoeven niet meer de hele wereld over te vliegen om op je bord te belanden. Daarnaast worden nieuwe soorten gekweekt, en wordt de veelzijdigheid van de kavel goed benut. De buurt wordt uitgenodigd mee te doen met diverse tuinbouwactiviteiten, zoals de Gartensprechstunde, ofwel: tuinspreekuur. Zo’n tuin en het verbouwen van planten werkt toch een beetje als voetbal: het verbroedert en iedereen kan meedoen.
Picture
Het zou Berlijn niet zijn als er geen biergarten zou zijn (waarom doen ze daar in Amsterdam toch zo moeilijk over? Zet een container neer, leuke meid/jongen achter de bar en een paar bierbanken, et voilá: weer een prettig plekje in de stad erbij).

De Moritzplatz is ook weer zo’n plek boordevol geschiedenis. Aan de overkant van het plein lag ooit de grensovergang Heinrich Heinestrasse; nu zo’n typisch Berlijnse binnenstedelijke periferieplek, met een Aldi, Lidl en een uit de hand gegroeid berkebosje. Het Berlijnse architectenbureau Raumlabor wilde in 1999 aan de Moritzplatz een bos aanplanten om er bewoonbare boshutten te kunnen bouwen. En aan de overkant van de Prinzessinnengarten heb ik in het Bechsteinhaus ooit een van de leukste feestjes meegemaakt.
Picture
Maar nu kunnen we genieten van de tuin. Middenin de stad, waar het verkeer op de Moritzplatz zich niets van het groen aantrekt, en andersom.

Voor meer info:
http://prinzessinnengarten.net/
met dank aan Dirk van den Heuvel voor de foto's
 
 
Picture
Deze week opent de centraalst gelegen camping van Berlijn wederom haar poorten: Tentstation. Op nog geen tien minuten kruipen vanaf Hauptbahnhof is een voormalig buitenbad omgebouwd tot tijdelijke stadscamping. Net als bij veel tijdelijke stranden, clubs en cafés was het voor Tentstation eind vorig jaar spannend of het in 2010 weer open zou gaan. Er waren (of vast: zijn nog steeds) plannen om het openluchtbad om te bouwen tot wellness-centrum. De investeerder heeft met het personeel van Tentstation afgesproken dat zij vertrekken zodra hij het oude bad omverwellnesst. Maar blijkbaar is 2010 geen goed wellnessjaar. De Alama Spa (zie hieronder) moet nog even wachten.
Picture
foto: Jakob Post Architekten
Picture
Sinds 2006 kan er in het Tentstation gekampeerd worden. Een van de organisatoren heeft het idee bedacht tijdens haar afstudeerjaar. Haar thema was Zwischennutzung –tijdelijk gebruik- en na het afstuderen heeft ze haar theorie over tijdelijk gebruik omgezet in de praktijk, samen met een webdesigner, een politicoloog en een architect. Nu kan er op 125 plekken (vrij) gekampeerd worden. Omdat langetermijnplanning niet mogelijk is dienden de organisatoren origineel, al improviserend en snel aan de slag te gaan. Binnen zeven weken was het voormalig buitenbad omgebouwd tot camping, net op tijd voor het WK Voetval.

Veel van het bestaande wordt hergebruikt: het zwembassin is nu sportveld, de tribune heet nu bar. Zo maakt Tentstation dankbaar gebruik van de ruimtelijke karakteristieken en voorzieningen van het zwembad: de omkleedruimtes van het zwembad zijn douches en wasgelegenheid voor de campinggasten. Tenten en caravans zoals de in de DDR geliefde QEK Junior zijn op de ligweiden neergezet. De bar is neergestreken op de oude tribunes rondom het zwembassin. Het voormalige badmeesterhuisje van badmeester Dieter is omgebouwd tot miniherberg voor vier personen. Vanaf € 11,- per persoon per nacht val er al te kamperen.

Tentstation is geen ordinaire (in meerdere betekenis) camping; er worden concerten gegeven, openluchtfilms vertoont, lezingen gehouden, sportwedstrijden gehouden in het leeggelopen zwembassin. Tentstation probeert gelukkig niet wanhopig hip te wezen. De betonnen omgeving (“Brutiful” volgens de Engelsen, een combinatiewoord van brutal-beton en bjoetifoel) doet dat al en maakt het typisch Berlijns.

Picture
foto: Vilmoskörte
Tentstation
Seydlitzstraße 6, 10557 Berlin
+49 30 39404650
www.tentstation.de
 
 
Picture
foto: Daniela Brahm
Op de hoek van de Gottschedstrasse en de Bornemannstrasse in Wedding staat een vreemd gebouw. Het is het alsof een reus een aantal schoenendozen scheef over elkaar heen heeft geschoven. Er staat een minitorentje dat de vreemde hoekverdraaiing in de stadsplattegrond representeert. De huid van het gebouw roept herinneringen op aan de techniek waarmee de Amsterdamse metrostations zijn gebouwd: zichtbeton. Dat is beton dat niet in een gladde bekisting wordt gegoten, maar in een bekisting van ruwe houten planken. Na droging blijft beton met een grillige houtnerfstructuur over. 

De Amsterdamse metrostations zijn inmiddels dichtgekliederd met een anti-graffiti-laag, nadat ze door graffitispuiters regelmatig werden ondergekliederd, waardoor die houtnerfstructuur niet meer te zien is. En ik kan het weten; in het hoogtepunt in mijn loopbaan heb ik Amsterdamse metrostations schoongemaakt, samen met een bosje Turken die naast de metroschoonmaakbaan nog minstens één andere baan hadden om rond te kunnen komen. De andere helft van de collega’s waren ex-delinquenten, die via het schoonmaakbedrijf hun rentree in de maatschappij maakten. Hoe symbolisch.

In deze duizend-in-eendozijnstraat in de arbeidersbuurt Wedding –waarvan er nogal veel zijn; dat is ook het probleem van Wedding- is de voormalige Rotaprint-fabriek te vinden. Waar vroeger de printmachines geproduceerd werden is het betonnen torentje overgebleven. 
Picture
Het Rotaprinttorentje van architect Klaus Kirsten uit 1957 is de coating bespaard gebleven. De voormalige Rotaprintfabriek is zo’n typisch voorbeeld van hoe oude industrie wordt omgevormd tot werkplaats van de 21e eeuw. Zonder slag of stoot is dat niet gegaan, dat moet verteld. Want een oppervlakkige blik kan het zicht op de strijd om behoud en vernieuwing ontnemen. Ook bij EXRotaprint is gestreden om het behoud als werkplaats, in plaats van de ombouw tot woningen, lofts of ander saai-antistedelijk programma; een lot dat veel oude fabrieken treft.

Deze fabriek van printers, die in 1989 is stilgelegd, wordt sinds tien jaar gebruikt door een vreemd mengsel van huurders. Per dag werken er nu circa 300 mensen. De gekste combinaties komen er voor: van elektriciens, gebouwrenigingsfirma, lijstenmakerij, duiksportartikelenzaak, staalbewerkingsbedrijf, grafisch vormgevers, fotografen, televisieproducenten, oefenruimtes, leerwerkplaats voor migranten, jeugdwerk tot aan de Bio-daily, die de kantine verzorgt, waar jongeren uit de buurt leren koken.

Picture
Dat maakt EXRotaprint zo bijzonder, die mix. Het is geen neergedaald ruimteschip dat (programmatisch) wezensvreemd in het door werkloosheid en alcoholisme geteisterde Wedding is neergedaald, maar biedt voor kunstenaars mooie ateliers, gecombineerd met een aanbod waar de buurt wat aan heeft. In de kantine is een combinatie van arbeiders in typische knalblauwe werktuinbroeken, kunstenaars met dikke zwarte brillen en meiden met kleurige hoofddoeken uit de buurt aan het lunchen. Op een simpele biergartenbank is meer menging te vinden dan in het hele opgehipte Prenzlauer Berg bij elkaar. Dat is ook de reden voor creatieven om juist hier en niet in Prenzlauer Berg, Mitte of Kreuzberg neer te strijken. Want daar struikel je over de creatieven. In Wedding zijn er nog zo weinig dat “dat je kop vrijhoudt” zoals een kunstenaar het omschreef.

Picture
De op het terrein werkende kunstenaars hebben in 2005 de vereniging EXRotaprint opgericht, om het erfpachtrecht van het terrein te verkrijgen en het verval van het voormalige fabrieksterrein te stoppen. Het stadsdeel wilde liever met een investeerder handelen die het terrein wilde opkopen. In de financieel zwakke stad Berlijn gaan ambtenaren al snel likkebaarden bij bedragen die ontwikkelaars de stadsdelen voorspiegelen. Want ontwikkelen betekent opwaardering, en meer geld.

Nadat de verkoop van het terrein aan een IJslandse investeerder (sic!) mislukte hebben de huurders in 2007 een erfpachtcontract voor 99 jaar voor gebruik van gebouw en terrein kunnen afsluiten. Waardevermeerdering wordt op het terrein geherinvesteerd. En het mengsel aan sociale en commerciële huurders zal blijven, dat is in het contract vastgelegd.

Geen maximaal profijt, maar optimaal rendement.

Een kreet die voor EXRotaprint geldt, maar net zo goed voor heel veel projecten in Berlijn opgaat.

EXRotaprint
Gottschedstrasse 4 Berlijn- Wedding
Goede webstek met informatie hier
 

1