Picture
We moeten het toch ’s over geld hebben. Wie denkt: ‘bwêh, sáái” geef ik geen ongelijk. Zelf ben ik rond 1994 opgehouden met rekenen en geld tellen. Dat kan ik niet, dus laat ik aan anderen over die dat leuker vinden.

Het arm, aber sexy (de kreet waar onze burgemeester Wowi zo’n succes oogst in het buitenland) heeft af en toe een wrange nasmaak. Want nu is de verkoop van de BIM, na een poging die een jaar geduurd heeft, op een fiasco uitgedraaid. Kosten: 7 miljoen. Niet aan verkoop, maar aan specialisten die de (mislukte) verkoop moesten begeleiden.

Wat is de BIM? Dat is een 100%-dochter van het Land Berlin (Berlijn is stad en provincie ineen, een zogeheten stadsstaat). BIM beheert het vastgoedportfolio waarin de restjes van 29 verschillende fondsen van het ineengestorte Bankgesellschaft Berlin zijn gebundeld. (Doorlezen! Ook al gaat het nog saaier worden want het gaat over banken!).

De Bankgesellschaft Berlin wordt in 1994 opgericht en bestaat uit de Berliner Bank, de Berlin-Hannoverischen Hypothekenbank en de Landesbank Berlin. Een van de doelen is om de zwakke (jaja, toen ook al) Berliner Bank te redden. Politiek is er de wens om een grote stadsbank te hebben. Daarna stort de bank zich onder meer op de vastgoedontwikkeling.

Om beleggers te trekken moeten de fondsen waar beleggers aandelen in kunnen kopen zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt worden. Met droomaanbiedingen en supergunstige voorwaarden worden beleggers gelokt. Huurgarantie voor 25 jaar, gegarandeerde huurverhoging gedurende 25 jaar, bouwkosten die bij bouw van nieuwe kantoren bij de bank en niet bij de belegger terechtkomen et cetera. Dat kan niemand weerstaan; nul risico, 100% winstzekerheid; wat wil een mens nog meer? Gevolg: de aanloop aan beleggers is niet te stoppen.
Picture
Dan begint de sneeuwbal te rollen. Want om de toeloop aan beleggers te weerstaan is vastgoed nodig. Want meer vastgoed betekent meer fondsen waaruit aandelen verkocht kunnen worden. Hiertoe word steeds meer vastgoed opgekocht, ook al is dat onrendabel vastgoed. Het risico van dat onrendabel vastgoed ligt bij de bank, want de beleggers zijn immers risicovrij gehouden. Om die risico’s bij de banken omlaag te krijgen wordt…..nóg meer vastgoed gekocht. Op deze manier is natuurlijk steeds meer geld nodig. Stromannen maken het juridisch mogelijk dat de bank meer en meer geld maakt. De boekhouder, de secretaresse; allen worden ineens hoofd van een deel van de bank. Niet echt, maar alleen om de mogelijkheden om geld te maken te vergroten. Zo lukt het om rond de 7 miljard euro aan geld te ‘maken’. Geld dat er niet is. Alleen op de balans van de bank komt het virtueel voor. Er ontstaat een schaduwbank met meer dan 20 dochterondernemingen. Rond 2000 komt de bank in de problemen, ondanks de door PriceWaterhouseBloopers goedgekeurde plannen van de bank. Begin 2001 wordt duidelijk dat het zaakje stinkt als de verkoop van een deel van het vastgoedportfolio aan een niet-bestaande bedrijf op de Kaaimaneilanden mislukt. Februari 2001 grijpt justitie in en treedt Klaus-Rüdiger Landowsky, bedenker van de bank en éminence grise van de Berlijnse CDU terug. Hij heeft dan al DM 20.000 in zijn maatpakzak gestoken.

Er wordt gepoogd te redden wat er te redden valt. Er is twee miljard euro nodig om de bank overeind te houden. Maar dat lukt niet. De beer is los en de deksel van de bankbeerput. Gesjoemel, bevoordeling van bankmedewerkers, dikke villa’s op naam van de bank, steekpenningen, zware connecties met de politiek (CDU en SPD); noem maar op. En de stad Berlijn is verplicht om het risico van het vastgoedportfolio ter hoogte van € 21,6 miljard euro over te nemen. En om de beleggers schadeloos te stellen. Op zich past dit bankschandaal in de traditie in Berlijn, waar meerdere (bouw- en vastgoed-)schandalen gedurende de jaren zeventig en tachtig zich in west-Berlijn voordeden.

Picture
Nu is gepoogd om de BIM –het fonds waar de onrendabele resten vastgoed van de voorheen Landesbank Berlin in zitten- te verkopen. En dat is mislukt. Niet zo heel gek; het vastgoedportfolio heeft het uiterlijk van een rommelige keukenlade. Alles zit erin, en alles lijkt binnenkort nuttig om eens te gebruiken, maar bij elkaar een zooitje zonder enig verband tussen de verschillende onderdelen van het portfolio. De grap is dat de voorgenomen verkoop bijna rond was, maar dat deze op het laatste moment mislukt is doordat de koper anoniem wil blijven. Die anonimiteit past niet in het transparantiebeleid van politiek Berlijn. Ben je transparant, is het weer niet goed.
 
Wie verder kijkt dan de goedbedoelde transparantie (kan dat eigenlijk?) en weet dat 2011 verkiezingsjaar is zal de transparantie met een flinke korrel zout moeten nemen. Want in verkiezingsjaar 2011 hoort het zoveel mogelijk vermijden van politieke schade tot het verplichte programma.

De potentiële koper van de BIM had er al geen zin meer in omdat zijn anonimiteit vlak voor verkoop oploste; het blijkt om een groep Britse investeerders te gaan van de groep Altyon. Achter dat fonds steekt weer een groot staatsfonds uit Abu Dhabi.

Ondertussen levert het keukenlaportfolio jaarlijks een driestellig bedrag aan rentelasten voor de stad Berlijn op. Het betreft ruim 39.000 woningen en circa 3.000 stukken grond. Veel daarvan is niets meer waard; de erfenis van het Berliner bankschandaal. Mooi verpakt in 29 verschillende vastgoedportfolio’s wachten benzinestations, supermarkten, woonblokken, halflege appartementenblokken en om renovatie smekende bejaardentehuizen op betere tijden. Allemaal van BIM en dus van de stad Berlijn.

Met dit in het achterhoofd kijk je toch anders naar al die halflege gebouwen en onbebouwde plekken in de stad. Want de restschuld is bijna vijf miljard. 

Arm aber sexy, jaja. 

Wat ben ik blij dat ik nooit voor dat bankenvak gekozen heb. 
Of voor politiek. 

 
 
Picture
Nieuwbouw-lofts Friedrichshain: koopje!
Nu het in de hele wereld crisis is lijkt het erop dat een huis een goede investering is. Beter dan aandelen in ieder geval. Maar is een huis (kopen) in Berlijn dat ook? Heeft het zin te investeren in een stad met 60 miljoen miljaar (Kabouter Wesleytaal) schuld? Is dat geen geld weggooien?

Nee. Volgens (internationale) makelaar Jones Lang LaSalle zijn de prijzen in Berlijn in het tweede halfjaar van 2009 met 4,5 procent gestegen. De gemiddelde prijs ligt nu op 2110 euro per vierkante meter.
Kopen kan in Berlijn, mits een aantal typisch Berlijnse kenmerken in acht worden genomen. Want de Berlijnse markt is een eigenwijze markt met typische karaktertrekken. Op papier klinkt 4,5 procent waardestijging natuurlijk aangenaam, maar in werkelijkheid kan het zijn dat het ene huis in de ene straat stijgt en net om de hoek een huis in waarde daalt.
In Berlijn staan nu circa 9000 woningen te koop. In vergelijk met München, Frankfurt of Hamburg is er in Berlijn meer aanbod. Op 100.000 inwoners biedt Berlijn 106 woningen aan, München 50, in Frankfurt 70 en Hamburg 77.
Picture
dit dus niet kopen
De meeste woningen die te koop worden aangeboden staan echter maar in vijf delen van de stad: Charlottenburg, Mitte, Friedrichshain, Wilmersdorf en vooral Prenzlauer Berg. In het laatstgenoemde stadsdeel is de run van ontwikkelaars om woningen te ontwikkelen groot. Maar misschien zijn ze al te laat en is de grootste hausse op woningen in Pregnacy Hill al weer over.

In wijken als Frohnau, Adlershof of Bohnsdorf is de woningmarkt leeggevist; daar is amper een woning te koop. Berlijners zijn net als Amsterdammers (en Rotterdammers?) heel buurttrouw; er wordt amper buiten de eigen buurt verhuisd. Sowieso niet tussen oost en west, maar noord en zuid is ook water en vuur. Een andere typisch Berlijnse bijzonderheid is dat in Tiergarten en Charlottenburg voor de Wende veel mensen een woning gekocht hebben om speculatieve reden. Hoge waardestijging is echter uitgebleven, want na de val van de muur vielen ook de woningprijzen naar benee. In deze wijken ‘zit’ men op de woning en wacht af. Derhalve is er weinig te koop.

Een derde grote bijzonderheid is dat Berlijn demografisch gezien steeds sterker een singles en seniorenstad aan het worden is. GfK GeoMarketing heeft onderzocht dat in 2009 het aantal eenpersoonshuishoudens op 53,3 procent ligt. In heel Duitsland is dat gemiddeld 39,5 procent. Het aandeel seniorenhuishoudens is inmiddels 34,4 procent. Het aandeel oudere jongere (50 tot 59 jaar) is al 16,8 procent. En neemt alleen maar toe.

Die seni’s en singles zoeken en willen wel weer eenzelfde type woning: makkelijk te onderhouden, makkelijk te bewonen, in stedelijk gebied gelegen, eventueel zonder auto te bereiken.
Ziehier de gratis tip voor wie in Berlijn wil investeren.
Nogmaals: Berlijn biedt geen maximaal, maar (bij een goed marktonderzoek en kritische blik van de koper) een optimaal rendement.

Handig daarbij (maar vast niet zo bedoeld) is het initiatief “wem gehört Moabit?” (van wie is Moabit?), waar getracht wordt letterlijk en figuurlijk in kaart te brengen wie waar welk pand in eigendom heeft.
 

1