Stapel

04/26/2012

0 Comments

 
Foto
Bron: www.flaniereninberlin.eu
Dat u niet denkt dat ik stilzit, nu ons boek af is. Integendeel; ik ben juist meer buiten en meer op pad. U als trouwe lezer wil intelligent op de hoogte gehouden worden van Berlijns wel en wee, hip en nee. En daarvoor ga ik de straat op.

Natuurlijk valt er veel actueels te vertellen. Over stijgende huurhoogtes, ruzies over geluidsoverlast, de opening van de vele strandbars et cetera.
Toch waag ik het om de andere kant op te gaan en de noeste arbeid van vele Berlijnkenners uit het verleden met U te delen.

Ik ga de komende tijd op dit blog verslag doen van het wegwerken van een stapeltje dat me al een lange tijd –sommige al meer dan een of twee jaar- verwijtend aankijkt.
Dat stapeltje heet: interessante scripties en onderzoeken over Berlijn met een verrassende insteek.

Het stapeltje bestaat uit:

Foto
Afstudeerwerk 'De plantage van Berlijn'  van stedenbouwkundige Jan Martijn Eekhof. Zijn afstudeerplan voor voormalig vliegveld Tempelhof koppelt de ontwikkeling van de stad aan de toenemende behoefte om voedsel dicht bij de stad te produceren. Zijn plan heeft terecht de architectuurprijs Archiprix 2011 en de stedenbouwNUprijs 2012 gewonnen.

Foto
'Flaneren door nothingness; Berlijns’ openbare ruimten tot 1989 vanuit hedendaags perspectief' Een lijvige masterscriptie van Madelief ter Braak. De masterscriptie gaat in op de rol van de openbare ruimte in Berlijn als verscheurde stad door de tijd heen. Zij ziet die verscheurdheid als een constante.

Foto
'Man hätte das doch weiterbauen können?' Onderzoek naar de omgang met het stedenbouwkundig erfgoed in Oost-Berlijn van Michiel Lippus. Scriptie uit 2007 alweer, maar zeker niet onactueel. Lippus heeft er de  Volkskrant/Duitsland Instituut Amsterdam-scriptieprijs 2008 mee gewonnen. 

Foto
'Blockbuster, de Kreuzberger Mischung herzien' is het afstudeerwerk van architect Hans Ringenier, genomineerd voor de Archiprix 2010. Een onderzoek naar de bouwblokkenstructuur in Berlijn-Kreuzberg, de Kreuzberger mischung (mix) resulterend in een ontwerp voor een nieuwbouwbouwblok in Kreuzberg. Op het Cuvryvelde. Daar gaat de volgende scriptie ook over:

Foto
'The Cuvrybrache as free place; the diverse meanings of a waste land in Berlin' is de titel van de afstudeerscriptie van stadsgeograaf Jan van Duppen uit 2010; een onderzoek naar gebruik van de Cuvrybrache in Kreuzberg.

Ja, dat is dat stukje land waar het GuggenheimLab vanuit New York in Berlijn wilde neerstrijken, maar van af zag na protesten.

Alle genoemde publicaties hebben gemeen dat ze over de ruimte in Berlijn gaan, net als dit blog. Daarnaast zijn ze sterk geschreven, mooi vormgegeven en nodigen uit om te lezen, te bezinnen en te verdiepen.

Dat is hard nodig in tijden als deze, waar vanwege de crisis iedereen in blinde en dove paniek om nieuwe visies en instant pasklare oplossingen roept. Of wil aanpakken. Of stevig wil door pakken (arme Door).

Hou de site maar in de gaten voor uw driedagelijkse dosis contemplatie.


 
 
Ik heb het al vaker geschreven:

Berlijn is helemaal niet ruim, Berlijn is leeg. Naast dat van veel alles dubbel is (dierentuin, opera, universiteit, ziekenhuizen, zwembaden) stikt het daarnaast van de leegte.

Hans Stimman, ooit stadsbouwmeester in de jaren negentig, heeft eens opgemerkt dat het verschil tussen een arbeider in een fabriek en een laptopslaaf de factor vijf is. Vijf? Ja, vijf keer zo weinig ruimte neemt een kantoorarbeider cq. laptopslaaf in ten opzichte van een arbeider in een fabriek. En die fabrieken, die zijn er bijna niet meer, althans, niet meer zo veel als direct na de Wende in 1989. En al zeker niet meer in gebruik. Alles leeg. Alles weg.
Leegstand is eigenlijk geen thema in Berlijn; het is er gewoon. Tot vorige week, want toen is de Berlijnse versie van de Leerstandsmelder online gegaan. Daarop kan iedereen die iets leeg ziet staan uitzoeken van wie het is en dat online zetten. Doel is transparantie omtrent wat er leegstaat, en om duidelijk te maken van wie iets is. binnen een week waren al 144 objecten op de kaart gezet. Bij sommigen roept de virtueel weergegeven leegstand herinneringen op aan de wilde jaren negentig, toen hordes naar oost-Berlijn trokken om in de leegstaande woningen en fabrieken clubs, cafés en werkplaatsen te ontwikkelen. Opvallend maar eigenlijk ook niet, is dat Leerstandsmelder laat zien dat vooral Oost-Berlijn ruim bedeeld is. Het zet de jammerdiscussie over het toenemend bebouwen van lege plekken in een ander daglicht, want als er ergens in Berlijn geen gebrek aan is, is het wel ruimte/leegte; dat laat de kaart goed zien.
Ondertussen gaan de discussies over het wel of niet vragen van een ‘sociale’ grondprijs of gebouwenprijs door het Liegenschaftsfonds. Dat is de club die alle gronden en lege gebouwen die de stad Berlijn toebehoren tegen de hoogste bieder moet verkopen. Dat is hun opdracht, en er kan niet ontkent worden dat ze dit naar behoren doen. Zo verkocht het fonds in 2005 door middel van 633 verkoopcontracten voor 1,5 miljoen vierkante meter aan grond en gebouw. Saldo: 188 miljoen euro. In 2010 zijn 533 contracten getekend, ter waarde van 189 miljoen euro voor 1,1 miljoen vierkante meter grond en gebouw. Tot vorig jaar heeft het  Liegenschaftsfonds sinds 2001 circa 5.500 vastgoedtransacties gedaan van circa 14 miljoen vierkante meter. Daarmee is 2 miljard euro verdiend.

Daarnaast haalt het fonds tot nu toe 460 miljoen euro op aan huur van gebouwen die aan het fonds zijn overgedragen. Dat kan bijvoorbeeld een Tempelhof-vliegveldgebouw zijn, dat sinds 2008 leegstaat en sinds 2010 telkens tijdelijk wordt verhuurd aan bijvoorbeeld Bread & Butter modebeurs. In totaal heeft het fonds meer dan 1,7 miljard in de Berlijnse staatskas en 227 miljoen naar de stadsdelen getransporteerd.
Foto
Verhandelde objecten. Bron: Liegenschaftsfonds Berlin
Klinkt allemaal prachtig en ook best veel, zelfs voor een cijferdyslecticus als ik. Maar een ding weet ik wel: het Liegenschaftsfonds is een redelijke ramp voor de stadsontwikkeling. In de binnenstad van Berlijn valt dat niet zo op, maar wie eens in Marzahn-Hellersdorf gaat kijken (niemand, want dat doe je amper voor je lol, en toch is het er razend interessant) ziet de gevolgen van de ‘hoogste-bieder-poilitiek’. Namelijk: de ene Aldi naast de andere Lidl verschijnt er, op plekken waar vroeger scholen hebben gestaan. De scholen zijn gesloopt wegens teruglopende aantallen leerlingen en de gronden door het Liegenschaftsfonds aan de hoogste bieders verkocht. Dat is in dergelijke wijken, zonder actieve bewoners, altijd aan dergelijke firma’s. Die er overigens niet een supermarkt neerpleuren omdat er in de arme omgeving die Marzahn rijk is zo'n behoefte aan is, maar om hun marktpositie te versterken. Een bijna vergelijkbaar proces heeft in Amsterdam plaatsgevonden, waar iedere lege winkelruimte als vanzelfsprekend een Albert Heijn werd (waar de gemeente Amsterdam met AH-boter op het hoofd flink aan meegewerkt heeft, overigens).
Tegen dit beleid is een aantal Berlijnse architecten en stadsontwikkelaars in opstand gekomen. De grootste kritiek is dat het Liegenschaftsfonds bestuurlijk onder financiën en niet onder stadsontwikkeling valt. Zij willen dat de politiek een onderscheid gaat maken voor gebouwen en gronden van de stad Berlijn. Met aan de ene kant ‘commerciële’ prijzen voor partijen die het makkelijk kunnen betalen, en aan de andere kant een ‘sociale’ prijs voor sociale en culturele initiatieven. En dat is lang niet makkelijk.

Sinds 2005 hanteert het fonds weliswaar ‘Zwischennutzungs’-prijzen voor gebouwen en gronden waar voorlopig niks mee gaat gebeuren –en dat zijn er nogal wat in Berlijn, niet alleen kwantitatief maar juist ook kwalitatief; wat doe je met een oud vliegveld, bunker of kazernegebouw?- waarbij de Zwischennutzer feitelijk alleen de instandhoudings- en onderhoudskosten hoeft op te brengen, en amper tot geen huur. Ook Baugemeinschaften kunnen voor een vaste grondprijs kavels van het Liegenschaftsfonds kopen. Dat zijn, niet geheel opvallend, de Lagenhüter, ofwel: winkeldochters onder de kavels. Die al die tijd niet verkocht waren omdat ze ongunstig lagen, in een uithoek of naast een snelweg.
Foto
Veel lastiger is om te bepalen wat de sociale en culturele bestemming precies inhoudt. De club/bar/restaurant Kater Holzig, de vervanger/nieuwe versie van de beroemde afterpartybar 25 ziet er weliswaar bij elkaar geknutseld uit en heel alternatief en rauw allemaal; een hoofdgerecht is er behoorlijk aan de prijs (pittig commentaar op Qype, de Duite IENS: “Keine Kreativität, nichts Neues, sondern einfach nur die Gier, aus dem Hype der ehemaligen “Bar” weiter Profit zu schlagen, steckt hinter dem Konzept von Kater Holzig") en ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die vinden dat onder een prijzig hoofdgerecht geen sociale grondprijs hoeft te liggen. Ondertussen ruziën de wethouders van financiën en stadsontwikkeling verder met elkaar wat nu een sociale grondprijs is.

Opvallend, dat in een stad die vooral door leegte en leegstand gekenmerkt wordt en waar in principe kwantitatief genoeg ruimte is, het uiteindelijk gaat wie waar wat op welke plek moet gaan betalen.

Daarmee bewijst Berlijn dat kwalitatief en kwaliteit de kernwoorden voor de 21e eeuw zijn en dat kwantiteit zijn langste tijd heeft gehad. 
De ene lege plek is overduidelijk niet de andere.

Rapporten over Liegenschaftsfonds: hier te downloaden

 
 
Berlijn kent een overschot aan in onbruik geraakte industriegebouwen en rangeerterreinen. Het Gleisdreieck is er daar één van. Een stuk van het rangeerterrein wordt omgebouwd tot park, waarvan afgelopen jaar het eerste deel Park am Gleisdreieck is geopend. Vlakbij het park verschijnt nu ook een nieuw en interessant woonproject: Am Lokdepot van Robertneun Architekten uit Berlijn, die ook het mooie Frische Paradies hebben ontworpen.

Het ontwerp heeft een sterke uitstraling; het lijkt op een verbouwd oud gebouw. De postindustriële romantiek van een voormalige locomotievenbewaarplaats die naast de locatie staat wordt opnieuw geïnterpreteerd. Robertneun Architekten heeft het idee zo ontwikkeld dat een bestaand bouwblok dat halfopen is wordt afgemaakt. Het is voor Berlijnse begrippen een groot blok; het omvat meer dan 200 woningen. Robertneun heeft door schaduwstudies/bezonningsstudies het blok zo weten te vormen dat de bestaande bebouwing zo min mogelijk hinder ondervindt van de nieuwbouw. Aan de ene kant bieden de woningen uitzicht over het park en de spoorlijnen, aan de binnenzijde bevindt zich een groen hof.
Picture
Er komen verschillende woningtypes voor: type S is het kleinste en lijkt nog het meeste op een rijtjeshuis cq. etagewoning. Deze woning begeeft zich over meerdere etages, gekoppeld aan een loggia over twee verdiepingen. Bij alle woningtypen is het de bedoeling om buitenruimte en de natuur in de omgeving zo veel mogelijk binnen de woning te halen. De grove kolommenstructuur maakt vele indelingen van de plattegrond mogelijk.

Picture
In het woningtype L is zelfs een kas geïntegreerd, zodat je je eigen groenten en fruit aan huis kan kweken. Deze ruimte heeft een verdiepingshoogte van 4.30 meter en is een binnenruimte die ook als buitenruimte gebruikt kan worden. In Haus 2 komt per etage één woning. Dat maakt het mogelijk direct met de lift in de woning uit te komen, dat scheelt weer collectieve ontsluitingsruimte. De woningen hebben aan twee kanten veel glas, en door de breedte een terras van 14 meter (!) waarbij al in de ruwbouw bloembakken worden geïntegreerd. Deze woning laat drie verschillende indelingsvarianten zien in een oppervlakte van 160 vierkante meter en een verdiepingshoogte tot vier meter, zie hieronder.

Er is door Robertneun een industriële esthetiek toegepast door een eenvoudige en zichtbare constructiewijze te hanteren: staalbetonskelet met beton in de rode kleur van de locomotievenloodsen gepigmenteerd. De omgeving van het blok is ontworpen en ingericht door Atelier Loidl, die ook het park am Gleisdreieck hebben vormgegeven. Zij stellen voor het hof een combinatie van veel bomen met gras voor, waardoor een bladerdak op het binnenhof zal ontstaan.

Prettig om te merken dat er nog steeds interessante woonprojecten in de stad worden ontwikkeld.

En wie er straks woont met uitzicht op park en locomotievenloodsen moet niet schrikken als hij een stoomfluit hoort, want in de locomotievenloodsen staan de oude locomotieven, die op Open Monumentendag hun jaarlijkse ritje door het Park am Gleisdreieck maken. Daar is een deel van het voormalige spoortracé intact gelaten om de locomotieven naar het Technikmuseum te kunnen laten rijden. Dan begrijp je ineens die borden in Park am Gleisdreieck heel goed.
 

GuggeNein

03/22/2012

1 Comment

 
De emoties lopen hoog op en de krantenkoppen logen er niet om, in de discussie over het afzeggen van de locatie in Kreuzberg door het GuggenheimLab. Dat is een combinatie van het Guggenheim-museum, dat samen met autobouwer BMW een experimenteel lab heeft ontwikkeld. Dat lab heeft een tijdje in New York gestaan en was op weg naar Berlijn. Daar zou het op de locatie Pfefferberg in Prenzlauer Berg neerstrijken en onderzoek doen, samen met buurtbewoners, naar nieuwe ideeën voor de stad.

Maar de locatie Pfefferberg stond Guggenheim niet aan. Daarom kozen zij voor de Cuvrybrache, een grote lege kavel aan de Cuvrystrasse, hoek Schlesische Strasse in Berlijn. Een bijzondere plek; de waarde van de Cuvrybrache voor de buurt en stad is al eens scherp en intelligent onderzocht door Jan van Duppen, klik hier en hier.

Die keuze leidde al tot fijne opmerkingen die de strijd tussen de verschillende buurten in Berlijn aanwakkert:  “Prenzlauer Berg ist tot. Guggenheim Lab zieht nach Berlin-Kreuzberg”. De Cuvrybrache is een welbekende plek, al was het maar vanwege de enorme muurschildering van graffiti-artiest Blu (zie fillempie).
Het GuggenheimLab presenteert zich als multidisciplinair ontmoetingscentrum met als doel om toekomstgerichte oplossingen te vinden voor het leven in de stad. Na New York en Berlijn is Mumbai aan de beurt. Het overkoepelende thema is “Confronting Comfort”. Vanuit Berlijn was er hier en daar al kritiek op de “opgeblazen thema’s” die Guggenheim aan de orde stelt, en de vraag of discussie- en gemeenschapscentra  nu daadwerkelijk door de automobielindustrie en wereldwijde ‘franchise’-musea als het Guggenheim gesponsord moeten worden. Niets bijzonders, daar is het Berlijn voor; de kritische blik altijd paraat, en vaak genoeg ook nog gerechtvaardigd. Zoals de opmerkingen dat Berlijn nu net niet de stad is waar het aan initiatieven die de stad ter discussie stellen ontbreekt. Dat zou je eerder in Amsterdam nodig hebben, waar het lijkt alsof de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de stad zich bij menigeen beperkt tot: “waar kan ik hier mijn auto/fiets/scooter kwijt?”
Picture
GuggenheimLab op weg naar Berlijn
Maar dat Guggenheim nu wegens bedreigingen de locatie Kreuzberg laat schieten gaat menigeen te ver.“Linksextremisten vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Tagesspiegel), “Kreuzberg vergrault Guggenheim” (Berliner Zeitung), “Autonome vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Die Welt), “BMW fährt in Berlin-Kreuzberg gegen die Wand” “Guggenheim kapituliert in Kreuzberg” (Mitteldeutsche Zeitung) (Bron & Danke, GentrificationBlog)

En hoe kijkt de politiek er tegenaan? Die liggen rollebollend over straat, het lijkt wel of ze het leuk vinden om via Guggenheim eigen discussies te kunnen uitvechten. Zo verwijten de partijen die aan de macht zijn (SPD &CDU) de oppositie dat zij het terugtrekken van Guggenheim geen probleem vinden. De oppositie verwijt de regerende partijen weer niet goed te hebben nagedacht. Want de burgemeester en wethouders waren er als de kippen bij om te roepen hoe slecht dit wel niet voor Berlijn is. Frank Henkel van het CDU heeft begin deze week de brandende knuppel in het hoenderhok gegooid door de Chaoten in Kreuzberg (mensen die overal tegen zijn, desnoods met geweld, en die volgens velen met geweld tegen ’t GuggenheimLab hebben gedreigd) als risico voor Berlijn te benoemen. En dat is tegen het zere been van de (linkse) oppositie. De Piraten hadden het beste en meest genuanceerde antwoord op Henkel: niet iedere investeerder die voor Kreuzberg kiest veroorzaakt gentrification, net als niet iedereen die tegen Guggenheim is, een tot geweld neigende linkse Chaoot is.
Picture
Bron: http://cuvrybrache.blogspot.de/
Maar ja, wie is er nu echt dom in deze discussie? Guggenheim, omdat die, totaal naïef, voor Kreuzberg heeft gekozen? Dat is zo’n beetje als tijdens Ajax-Feyenoord je glasverzameling tentoonstellen op de ArenA-Boulevard: vragen om problemen. De actievoerders van de actiegroep “BMW- NEE!” die zich haasten om te zeggen dat zijn dan wel tegen zijn, maar nooit of te nimmer geweld zouden willen gebruiken? De tegenovergestelde actiegroep KreuzbergProGuggenheim, die dachten met het oprichten van een actiegroep en website de Chaoten te overtuigen thuis te blijven? Of die links-alternatieve Chaoten, die nu euforisch zijn en denken dat ál hun protest succes zal gaan hebben, en zich al handenwrijvend opmaken voor het protest tegen de aanstaande verhuizing van Daimler-Benz naar de Spree? De Kamer van Koophandel, die naïef roept dat bedrijven nu niet en nooit meer voor Berlijn zullen kiezen?

Ik vermoed iets heel anders.

Dat Guggenheim/BMW van de marketing en communicatiegeneratie is die denkt: ‘het maakt niet uit wat ze zeggen, als ze maar over je praten’.  En dat is gelukt,  want je leest overal de woorden ‘Guggenheim’ als krantenkop en hoort “Chaoten” in televisieprogramma’s. Goed gedaan, afdeling marketing.

Mijn boze theorie wordt bevestigd door een aantal buurtburgemeesters, die met Guggenheim te maken hebben gehad, en die telkens met lege handen stonden als Guggenheim toch niet voor hun buurt koos. De burgemeester die de locatie Pfefferberg beheert weet nog steeds niet waarom Guggenheim heeft afgezegd.

Een beetje rondshoppen en rommel maken, dat is wat ze doen. En als lachende derde Berlijn verlaten. Zo zijn we niet getrouwd, Guggenheim. Sla Amy er nog maar eens op na, om te weten hoe het hoort. http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoe_hoort_het_eigenlijk%3F

En zo heeft de komst van het GuggenheimLab dan toch –wellicht heel anders dan bedoeld- bereikt waar ze voor staan: discussie over de toekomst van de stad.  Zelfs zonder GuggenmeimLab. Een goede les voor alle politici die bij het woord Guggenheim spontaan visioenen krijgen dat met de komst van een Guggenheim hun dorp/stad eindelijk “op de kaart wordt gezet”.



 

Da

02/28/2012

0 Comments

 
Als architect moet je van goede huize komen om je in het bouwgeweld van Berlijn staande te kunnen houden. Ken je de lokale mores niet, dan kan je het wel vergeten. Ik doel niet op de ingewikkeldheid van de procedures, maar op het feit dat in Berlijn veel architecten op hun bek zijn gegaan.

Dat komt omdat de stad een rare mix is van 19e eeuwse stad, die frontaal gemixt is met een stad die zich elke tien jaar opnieuw uitvindt. En telkens als de stad –of de nieuwe architectuur in de stad- denkt erin geslaagd te zijn het nieuwe stadsbeeld te hebben geschapen is dat stadsbeeld allang weer door je vingers geglipt. Of zoals architectuurcriticus Allard Jolles ooit schreef: “Gebouwen die zich on-Berlijns gedragen, die architectonische prietpraat verkopen in plaats van duidelijkheid, vallen keihard door de mand”.

Des te interessanter is het om de tentoonstelling “da! Architektur in und aus Berlin“ te bezoeken, die de Architektenkammer Berlin al dertien jaar lang ieder jaar opzet. Er is daar een doorsnee aan gebouwen die door architectenbureaus uit Berlijn zijn gerealiseerd te bezichtigen. Allerlei soorten gebouwen worden getoond; van woningen tot kantoren tot bedrijfsgebouwen tot ziekenhuizen tot vrijetijdsgebouwen tot onderwijsgebouwen. In ieder geval is BigYard van Zanderroth Architekten erbij, een project waar ik al eerder (enthousiast) over geblogd heb, klik hier. Of het project flotwell Zwei, eveneens een Baugemeinschaft, met een interessant concept. Maar ook der geschriebener Garten (de geschreven tuin) ziet er zeer bezoekwaardig uit. Want dat is het fijne van zo'n tentoonstelling; je kunt er uitkiezen wat je later nog eens in 't echie kan gaan zien. Plaatjes zeggen veel, maar lang niet alles.

In het meubel- en designwarenhuis Stilwerk Berlin in de Kantstrasse is de tentoonstelling (gratis) te zien, evenals de tentoonstelling „Architektur und Schule“ die ingaat op de architectuur van schoolgebouwen.

Ik ben benieuwd

“da! Architektur in und aus Berlin“
25 februari tot en met 17 maart
Stilwerk Berlin Kantstrasse 17
Open: maandag –zaterdag 08.00 – 22.00 uur, zondag 11-22 uur
Toegang gratis
 
 
Misschien een vreemde vraag en misschien moet ik zoiets op Twitter vragen, maar waarom zijn er in Nederland geen overdekte markthallen? Van die hallen waar handelaren hun waar aanprijzen, zonder dat je nat wordt, of wegwaait? Ik ken ze uit andere landen, maar in Nederland schijnt het niet te mogen(?) voorkomen. En ja, ik weet het, er wordt er momenteel in Rotterdam een gebouwd, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. 

In Berlijn is stadsbouwmeester Hermann Blankenstein de grote markthallenbouwer geweest. Hij heeft tussen 1890 en 1900 veertien markthallen ontworpen. Basis voor de markthallenbouwgolf was het besluit uit 1883. De hygiënische omstandigheden bij markten zouden beter te controleren zijn in van gemeentewege opgerichte markthallen. De snel groeiende Berlijnse bevolking was een tweede reden om de markthallen te bouwen: vele monden moesten gevoed worden. Opvallend verschil tussen andere echte landen en Duitsland: waar in andere landen vaak één centrale markthal is gebouwd (zoals de geweldige Mercat de la Boqueria in Barcelona) werden er in Berlijn meteen veertien gebouwd.
Anno 2012 zijn van de veertien markthallen momenteel alleen de hallen VI, IX, X en XI. nog in gebruik. De rest is ten onder gegaan aan oorlog, concurrentie, vernieuwing of wegblijvende klanten. Zo is Markthalle Xll, die in 1890 geopend werd al in 1898 wegens gebrek aan koopkracht gesloten. Sommige markthallen zijn nog duidelijk als zodanig herkenbaar, zoals de Marheineke Markthalle (nummertje Xl), die in 2007 compleet verbouwd is en nu met meer dan 50 verschillende winkels een paradijs is voor de fijnproever. Middenin de Bergmannstrasse heeft deze markthal weten te overleven. Deze hal is bespaard gebleven wat Markthalle Vl wel is overkomen: van buiten mooi gebleven, van binnen ‘totsaniert’ ofwel doodgerenoveerd (dat woord mag wat mij betreft ook in Nederland worden ingevoerd, geld helaas voor heel veel oude gebouwen in Nederland). Aan de buitenkant oud, maar binnenin is een ordi supermarkt te vinden. Een soort omgekeerde facelift, waarbij de buitenkant wordt opgejongd maar de binnenkant verouderd. Facadisme waar niemand wat aan heeft.
Andere markthallen zijn gedemonteerd en in andere plekken hergebruikt, zoals Markthalle Vll, waarvan delen zijn geïntegreerd in de bebouwing op de Legiendamm en waar nu een fijn simpel Berlijns restaurant te vinden is, dat -hoe toepasselijk- Zur kleinen Markthalle heet.
Picture
Bijzonder is de Arminiushalle, ofwel Marthalle X, die is omgebouwd tot ‘Zunfthalle’; ofwel een ‘derde’ plek zoals ze het zelf noemen;een plek waar je oude ambachten opnieuw kan beleven, zoals de Brewbaker-brouwerij, waar ambachtelijk bier wordt gebrouwen. En er is nog meer. Want hoewel Markthalle IX in Kreuzberg half afgeragd nu slechts een KiK en een Aldi herbergt, wordt deze hal stap-voor-stap getransformeerd.

Hiertoe is in 2009 een projectgroep opgericht die van de markthal weer een sociaal, economisch en cultureel middelpunt van de buurt wil maken. De markthal was in de uitverkoop gedaan door de Berliner Grossmarkt (BGM) die van de hal afwou. Eenieder die wil kon zich inschrijven bij verkoop. Doel van de projectgroep was om te voorkomen dat de markthal door de hoogst biedende partij zou worden gerenoveerd tot veredelde supermarkt, iets dat andere markthallen zoals de Ackerhalle helaas is overkomen. Hiertoe hebben zij een plan gemaakt en dat onder de ogen van de politiek geduwd om met hun concept de politiek ervan te overtuigen voor kwaliteit in plaats van geld te gaan. En voro de verandering deed de politiek dat eens een keer.
Picture
Foto: Elke Aubron
De Markthalle IX is door de BGM van frutsels ontdaan waardoor de hal tijdens de inschrijvingsperiode voor de verkoop al tijdelijk gebruikt, onder meer door de Prinzessinnengarten, die er een perfecte overwinterplaats vond voor haar mobiele plantentuin. Koffie drinken tussen de rode kool.

Doel van de projectgroep is om handelaren naast elkaar hun waar te laten aanbieden: van de Turkse slager tot aan de biotuinier uit Brandenburg en de Libanese broodbakker tot aan de Berlijnse bloedworstproducent. Geen gezichtsloze supermarktketen met slecht of van dat door Albert Hel voorgesneden en half voorgekookte eten. De markthal wordt zo (opnieuw) een platform waar regionale producenten hun producten aanbieden.
Het idee is om een stad in een stad te verkrijgen; een microkosmos met grote variatie door de veelzijdigheid van klanten en producten. Bij het componeren van het concept is de projectgroep ondersteund door het Berlijnse architectenbureau Raumlabor. Zij hebben samen met een groep internationale architectuurstudenten een flexibel systeem ontworpen waarmee de handelaren in de hal hun waar kunnen aanprijzen. Heel erg knutselig, heel erg Berlijns. Ziehier het leuke en grappige flipje op Vimeo.
Picture
Concept van Raumlabor
Andere activiteiten die er hebben plaatsgevonden om de aandacht weer op de markthal te richten waren de bijeenkomst "Kiez trifft Region" waar regionale (kleine) handelaren hun waren konden aanbieden aan de Kiez (buurt). Of Terra Madre (sanenwerkingsverband van ecologische voedselhandelaren) die in samenwerking met de Berlijnse afdeling van de Slow Food beweging een middag over eten organiseerden. Ziehier voor Vimeo-filmpje.
 
Heel uniek was CHEZ ICKE, een innovatief café/theater/feestproject.
Picture
CHEZ ICKE is bedoeld zoals eigenlijk iedere goede bar: woonkamer en een podium voor gasten tegelijk. Daartoe is in de Markhalle een huiskamerbar gebouwd, waar je, net als in een gewoon café, wat kon drinken. Tegelijkertijd traden er toneelspelers, muzikanten én de barvatar op. Niet zo bijzonder hoor ik U zeggen, maar het bijzondere zat ‘m in dat je interactief  per live-stream thuis vanuit je luie stoel achter je laptop alles kon meemaken wat er in de bar gebeurde. En daar komt de barvatar om de hoek kijken; die kijkt, drinkt, doet, praat voor jou. Via een chatfunctie is de barvatar aan te sturen. Met andere woorden: via de chat kun je de barvatar opdrachten geven. En de best-of-chatters maken een kans een plaats te krijgen in de Stammtischcharts (stamtafelcharts).

Renovatie staat op het programma en angst voor een Beeldkwaliteitplan of monumentengezeur is er bij de projectgroep niet. Is ook niet nodig, want de liefde voor de oude hal is groot, daar kan geen regel uit welk beeldkwaliteitplan tegenop. Daarbij komt dat er wel veel werk is te doen, want de BGM heeft de Markthalle lX duidelijk „abgewirtschaftet” dwz: er niets meer aan onderhoud gedaan sinds een jaar of tien. En ook is door de BGM geen enkele poging gewaagd om een concept zoals dat er nu ligt tot stand te brengen. Daarvoor is de afstand van het kantoor van de BGM tot aan de lokale handelaren en kopers in Kreuzberg letterlijk en figuurlijk te groot.

Bij Markthalle lX is de typische mix-van-nu aan het ontstaan: ondernemerschap mixt er met kunst mixt er met uitgaan mixt er met sociaal engagement; met vernieuwende ideeën, met vervagende branches en een hoop positiviteit. Een markthal die zich afkeert van de eenheidsbrij van goedkope supermarkten en aan vele kleine handelaren een platform biedt. Een plek met een symboolkarakter voor de grote verscheidenheid die Kreuzberg kenmerkt; de combi van economische creativiteit en sociale integratiekracht. 

Je zou willen dat dingen vaker zo gingen.

Markthalle lX
Eisenbahnstrasse 42/43 
Berlin-Kreuzberg

Voorlopig alleen warenmarkt op vrijdag en zaterdag
Check de facebooksite voor activiteiten
hier


 

Parklab

02/17/2012

0 Comments

 
De winter is niet direct de tijd om eens lekker in een park te gaan rondhangen. En mijn serie ‘nieuwe parken in Berlijn’ is eigenlijk al afgelopen. Maar er is een speciale aanleiding om het toch over het Freiraumlabor Friedrichshain te hebben, een park in wording.

In het park staat de pas gerenoveerde voormalige locomotieftoren, waar een presentatie plaatsvond van de kunstenaar Nik Nowak. Die heeft een pantservoertuig annex geluidsinstallatie gebouwd, waarmee hij bezoekers een performance heeft laten horen tijdens de Transmediale. Bizar en grappig tegelijk, klik hier voor de video.
Bijzonder is dat de performace heeft plaatsgevonden in deze Lok-Schuppen, een voormalig rangeerterreingebouwtje, waarvan me de functie niet helemaal duidelijk is. De renovatie van de Lok-schuppen maakt deel uit van het Wriezener Park in wording, dat aan Helsingforser Straße ligt, niet ver van Berghain af. Het park is een experiment, omdat het vrijwel volledig door de buurt is vormgegeven, in samenspraak met architectenbureau tx - büro für temporäre architektur.
Picture
Wriezener in de zestiger jaren
Het twee hectare grote terrein maakte vroeger deel uit van het Wriezener goederenstation. Op een deel van dit voormalige goederenstation zijn in de jaren negentig diverse grote bouwmarkten verschenen, eentje zelfs met een voetbalveld op het dak (Fussballhimmel) om aan de wensen voor groen, sport en spel uit  de buurt tegemoet te komen.

Picture
Direct na 1989
Om de wensen te inventariseren is het Wriezener Freiraumlabor opgestart; een initiatief van buurtbewoners en enthousiaste landschapsarchitecten, om de wensen uit de buurt te inventariseren. Eens per maand trof men elkaar om te overleggen, te inventariseren en te enthousiasmeren. Het laboratoriumidee heeft in die zin echt vorm gekregen dat niet vantevoren vaststond welke programmaonderdelen in het park een plek zouden krijgen. het Wriezener Freiraumlabor is van 2007 tot 2010 als voorbeeldplan vanuit het programma "Experimenteller Wohnungs- und Städtebau" (ExWoSt) door het landelijke ministerie van Bouw ondersteund.

Picture
Wriezener spoorloos
Het park bevat nu de volgende ‘bouwstenen’: het tegenoverliggende Dathe-Gymnasium heeft een openluchtlokaal gemaakt, waar scholieren leren tuinieren. Een BMX-crossfietsparkoers is uitgezet, enkele buurtbewoners houden er een volkstuin. En de voormalige  Lok-Schuppen wordt omgebouwd tot trefpunt voor de buurt waar een mengsel van buurt (niet-commerciële)- en buurtoverstijgende (commerciële) activiteiten gepland gaan worden.  
Al in 2007 is het park geopend. Toen was het nog een totaal verwilderd stuk groen langs het spoor. In 2009 en 2010 zijn de eerste acties ondernomen om het om te vormen tot park. De toegankelijkheid werd verbeterd, een asfaltpleintje voor basketballers aangelegd. Helaas is voor de omgeving van de Lok-Schuppen geen geld meer om er iets moois van te maken. En is de communicatie tussen stadsdeel en het Freiraumlabor lang niet altijd soepeltjes verlopen. Kortweg komt het erop neer dat het stadsdeel totaal geen weet heeft van hoe om te gaan met een plan voor een park dat uit geen programma bestaat, omdat het programma zich nog moet vormen.
Picture
Ondanks alle gedoe is het Wriezener park bijzonder, omdat het ’t tegendeel is van een klassiek park dat iedereen al kent. Het is ook geen ‘mooi’ park in de zin van klassieke heggetjes of struiken. Misschien maakt het een wat onsamenhangende, rommelige indruk. En dat maakt Friedirchshain, dus het park voelt zich er goed thuis. En wij ook. Alleen al de stuntende BMX-jongeren zijn het bekijken waard. Het park ligt mooi op het zuiden. Niet schrikken als er af en toe een dieseltrein lege slaapwagons voorbijsleept. Want het goederenstation mag dan verleden tijd zijn, de sporadisch langsrijdende diesellok doet de herinnering aan het spooremplacement weer opleven.


 

Alea 101

02/08/2012

1 Comment

 
De bouwhekken staan er al, de bomen zijn al gekapt. De bouw van Alea 101 is begonnen.

Wie of wat is dat?

Ongeveer middenin de stad, op smijtworp afstand van het station Alexanderplatz ligt de locatie van het toekomstige multifunctionele winkelcentrum Alea 101, een project van ontwikkelaar Redevco. Bekend zijn al twee huurders die het pand zullen gaan betrekken: AktivSchuh en de Italiaanse vreetschuur Vapiano. Op de bovenste twee verdiepingen zijn kantoren en woningen gepland. Het totale metrage bedraagt 19.000 vierkante meter. Begin 2014 zal het pand worden opgeleverd.
De neergeworpen “Zauberwürfel“ (toverdobbelsteen) die er inderdaad uitziet alsof iemand bij het dobbelen de Alexanderplatz als speeltafel heeft genomen, is ontworpen door Sauerbruch Hutton, die in Berlijn meerdere gebouwen heeft ontworpen, waaronder het Photonic Zentrum in Adlershof. Het ontwerp heeft een kubusvorm, die refereert aan de Cubix-bioscoop die er tegenover ligt. Maar net als bij Rubik's cube (wie heeft er niet een halve polsfractuur aan dat doelloze gedraai overgehouden) zijn de bovenste twee etages verschoven. Daarin bevinden zich aan een binnenhof woningen. “Noch mehr Schwaben, die direkt an den Bahngleisen wohnen“ is het klagende commentaar op een website waar het plan wordt gepresenteerd, want je kunt je afvragen wie er direct aan het spoor wil wonen. “Schwaben“ staat voor alles wat vooral in Prenzlauer Berg protesteert tegen clubs die als gevolg daarvan dicht moeten. Zal station Alexanderplatz binnenkort gesloten worden, na oplevering en bewoning van Alea 101?
Picture
1940
Op het eerste gezicht is het een onlogische plek, deze locatie van Alea 101 (wordt nog lastig, want naast Alea hebben we al het vaginaroze Alexa. Hoeveel namen met -Al- zijn er nog mogelijk?). Het gebouw dat zich redelijk houdt aan de gemiddelde goothoogte van 22 meter in Berlijn–dit gebouw wordt 29 meter- lijkt misplaatst te zijn en zich te willen opdringen tussen station en Fernsehturm. Maar niets is wat het lijkt in Berlijn.

Picture
1953
Want wie oude plattegronden uit 1940 en 1953 bekijkt ziet dat hier–zoals op veel plekken- ooit een gebouw heeft gestaan. En dat daarmee de bouw van Alea 101 een uitvloeisel is van het Planwerk Innenstadt uit de jaren ’90. Dit Planwerk heeft tot doel de oude gaten in Berlijn zo veel mogelijk op te vullen en het liefst ook het oude stratenpatroon te herstellen. Daarom lijkt dit onlogisch, maar is een reconstructie. Wie van na 1989 is weet eigenlijk helemaal niet dat hier een gat gevuld moet gaan worden.

Waarmee de naam van Berlijn als lasagnastad van laagjes geschiedenis weer eens wordt bevestigd. 


 
 
Een jaar geleden kon ik, op weg naar het vliegveld, amper mijn straat verlaten. Overal stonden mannen in groene pakken met witte helmen, armen stevig in die van de behelmde buurmannen ingehaakt. In de lucht cirkelde een helikopter als een lastige, plakkerige bromvlieg. Het was mistig, maar in de verte kon ik zien dat door de dubbele rij politiebussen er geen doorkomen meer aan was. De zesbaans Frankfurter Allee zweeg, wat het brommen van de helikopter nog indringender maakte.

Vandaag is het een jaar geleden dat het kraakpand Liebigstrasse 14 is ontruimd. Kraakpand? In Berlijn? Daar geldt toch een uiterst streng kraakverbod? Dat is waar. En het is te ingewikkeld om uit te leggen, maar met een aantal ongenuanceerde grote stappen is het verhaal zo: na de Wende stonden in het oude oost-Berlijn veel panden leeg. Die werden in bezit genomen, vooral door west-Duitsers uit bijvoorbeeld Stuttgart, Wuppertal of ander minder opwindende plaatsen. Na de hereniging van de Duitslanden werd het tijd om de oost-Duitse eigendommen terug te geven aan de rechtmatige eigenaren, want bijna alle privébezit van onroerend goed was in de DDR staatseigendom. Dat terugkrijgen van privé-eigendom heeft soms tot hartverscheurende taferelen geleid. En ook tot Liebig 14, waar de rechtmatige eigenaren het gekraakte pand doorverkochten aan een onroerendgoedhandelaar. Die heeft lang geprocedeerd om de krakers –want dat waren het- eruit te krijgen. Vorig jaar is dat gelukt, met een halve stadsrevolutie tot gevolg. Afgaande op de in 101% zwartgeklede actievoerders op straat kwam men uit de hele wereld uit solidariteit met Easyjet naar Berlijn.
Sindsdien is gentrification een woord dat bijna dagelijks op blogs en in de kranten voorkomt. Zie het filmpje, waar wordt uitgelegd wat het eigenlijk is. De "Gentrifizierungskeule” wordt van stal gehaald. Vrij vertaald: de figuurlijke bout waarmee je iemand een tik kan geven als je iets niet bevalt en daarmee elke discussie kan doodslaan wordt in DLD aangeduid als ‘keule’; bv. de Auschwitzkeule; je mag niets over joden of nazi’s zeggen of Auschwitz wordt erbij gehaald.

Gisteren hing er –uit voorzorg- weer zo’n dikke bromvlieg in de lucht, om de een-jaar-later-rellen de kop in te drukken. Wat heeft het ontruimen van kraakpanden met de aantrekkelijkheid van de stad te maken? Berlijn is en blijft in trek. Het leven dat je in Berlijn kan leiden, kan amper in Wuppertal, Stuttgart of een willekeurige andere plaats in Duitsland (of Nederland). De aantrekkingskracht is het afwijkende van de stad, in meerdere opzichten: het overgrote cultuuraanbod, van hoog- tot dieplaagcultuur, de tegendraadsheid, het creatieve, het vernieuwende, het zoekende. Ik merk het aan de groepen die ik rondleid; Berlijn maakt wat in mensen los, misschien wel het gevoel van echte vrijheid. Ik hoop altijd maar dat ze iets van dat losse mee terug nemen en in hun dagelijks leven incorporeren, maar misschien is dat te hoog gegrepen. Berlijn blijkt gelukkig geen vermarktbaar concept, dat je zomaar naar een andere plaats kan verplaatsen. Iedere keer op een als ‘typisch Berlijns’ aangemerkte locatie in Nederland schrik ik me weer een Hut van de ongelooflijk onberlijnse prijzen, maar dat terzijde. Hoe vaak je het woord -hip- ook gebruikt als het om Berlijn gaat, de stad blijft uniek en onverplaatsbaar.

Veel mensen willen het leven leven zoals zij zelf willen. Toch neemt de kritiek op mensen die hun ongegentrificieerde buurten als standaard voor de hele stad beschouwen toe. Er gaat iets dwangmatigs uit van het verdedigen van de (kraak-)panden. De stad verandert, en dat hou je niet tegen. Misschien is de hoge mate van verdringing wel een kenmerk, of een goede kwaliteit van een echte stad, wordt hier en daar geschreven.
Tegelijkertijd is er wel degelijk een zorgwekkende ontwikkeling gaande, maar die heeft eerder met de niet-wooncultuur te maken dan met het met veel bombarie gepaard gaande ontruimen van hier en daar een kraakpand. Karakteristiek-treurig is het lot van de vele clubs, vooral in Prenzlauer Berg. Zoals de Klub der Republik aan de Pappelallee, die deze week gesloten is, na een tiendaags afscheidsfeest (entree: € 1,-). Deze club is er eentje in een reeks die hebben moeten sluiten wegens overlast. Soms niet eens geluidsoverlast van de club zelf, zoals bij club Icon, waar geklaagd werd over het lawaai buiten op straat, nadat de club dicht ging. Inmiddels is er een lijst van 15 clubs die met sluiting bedreigd worden, en die bij politici bekend zijn. Vaak zijn het niet de investeerders die de grootste bedreiging vormen –een club kan een ruimte huren van een pandeigenaar, en die kan (en mag, wat mij betreft) met het pand doen wat hij wil, binnen de regels van het huurcontract. Eerder zijn het (nieuwe) bewoners die klagen.
Zelfs de Kulturbrauerei, een geliefde enclave van clubs, supermarkt en bioscopen, wordt in haar bestaan bedreigd. De laatste uitbaters van de Klub der Republik raden iedereen aan niet meer uit te gaan in Prenzlauer Berg, voor zover dat nog mogelijk is. Want als er geen clubs meer zijn blijven alleen nog de Spätis (avondwinkels) open, waar je voor 80 cent een biertje kan halen en op de stoep kan gaan zitten. Maar misschien willen bewoners die ook dicht hebben.
De plek van de Klub der Republik wordt door de verkoper van woningen die er gebouwd gaan worden aangeprezen met „Mehr Stadt geht nicht“, hoe cynisch. Wie de webstek aanklinkt krijgt een accordeon te horen. Weer iemand die niet heeft begrepen dat Berlijn geen Parijs is en nooit zal worden. Hopelijk voor de nieuwe bewoners zijn niet alle bars, cafés en clubs in Prenzlauer Berg dicht als het project klaar is.

Het is en blijft een duivels dilemma: leuke stad wordt aantrekkelijk waardoor er mensen komen die om die reden de stad aantrekkelijk vinden waardoor het aantrekkelijke langzaam verdwijnt. Het afscheidsaffiche op de Klub der Republik vatte deze veranderingen krachtig samen. Hoewel de eigenaar sommeerde via de rechter om het affiche te verwijderen hebben de jongens van de klub zich daar gelukkig niets van aangetrokken, want de tekst is scherp: 

„Erst wenn die letzte Eigentumswohnung verkauft, die letzte Dachetage ausgebaut und der letzte Freiraum zerstört ist, werdet ihr feststellen, dass der Prenzlauer Berg die Kleinstadt geworden ist, aus der ihr geflohen seid“.

(Op het moment dat de laatste koopwoning verkocht, de laatste zolder penthouse en de laatste vrije ruimte verdwenen is zullen jullie constateren dat Prenzlauer Berg die provinciestad geworden is, waarvandaan je ooit bent weggevlucht)

 
 
Met de vele verhitte discussies over huurverhogingen, uithuisplaatsingen, verdrijving en yuppificiëring die de kranten en blogs in de stad beheersen is het nu tijd voor iets heel anders: een superflitsend nieuwbouwproject.

Al eerder heb ik geblogd over mijn voorkeur voor de Torstrasse. Die voorkeur wordt gedeeld, en niet door de minsten. Want architectenbureau GRAFT vult hier een gaatje. Nu is gaten vullen dagelijkse bezigheid in Berlijn. Het is interessant hoe ze dat doen. Met andere woorden: welke woningtypes, welke grootte en welke architectuur GRAFT ons laat zien. Een toonvoorbeeld van binnenstedelijk bouwen.
Het gehele bouwblok meet circa 18 meter in de breedte en zo’n 10 meter in de diepte. De gevelbreedte maakt het mogelijk om twee woningen aan de gevel te maken. De woningen lopen weliswaar door tot aan de achterkant, die op zuid ligt, waardoor er geen balkons aan de drukke Torstrasse gemaakt hoeven te worden. Aan de achterkant is het gebouw split-level. Dat leidt ertoe dat het gebouw aan de voorkant zes en aan de achterkant acht verdiepingen heeft. Opvallend sluit de woninghoogte daarmee op de aangrenzende bebouwing aan. Dat is opvallend omdat bij nieuwbouw uit de jaren negentig meestal niet de ‘traditionele’ verdiepingshoogte van 3.60 meter werd gehanteerd, maar het minimale van ca. 2.60, waardoor veel nieuwbouw altijd een of twee verdiepingen meer heeft dan oudbouw. Let maar eens op in de stad en tel de verdiepingen van oud en nieuw die naast elkaar staan.
Picture
Het gebouw telt drie verschillende typen woningen. Op de eerste en vierde verdieping split-levelwoningen met ieder vijf kamers, die zich over drie verdiepingen en 149 vierkante meter uitstrekken. Op de tweede en derde verdieping komen normale woningen van ca. 100 vierkante meter. Bijzonder is de verdiepingshoogte van de woningen: 3,20 meter. Als je dat niet biedt, verkoopt het niet; bijna alle oudbouw in de Mietshäusern in Berlijn hebben een verdiepingshoogte van minimaal drie meter, die heel aangenaam is en ruim aandoet. Geen schoenendoos-effect.

Top op de GRAFT-taart is het penthouse van circa 140 vierkante meter. Dat strekt zich over de hele breedte van het pand uit, biedt een woonkamer van 65 vierkante meter en eendakterras van 40 (!) vierkante meter.

Er komt een winkel op de begane grond, want Berlijners houden niet van op begane grond wonen, in tegenstelling tot Nederlanders.

Alle woningen worden uitgerust met open haard.
En er is een fietsenstalling.
En een kinderwagenplek.
En een parkeergarage.
En een (op gebruik van een brancard toegepaste) lift.
En een gemeenschappelijke tuin.
En vloerverwarming.
En zonne-energie.
En een aansluiting voor elektrieke auto’s in de parkeergarage.

Wie het nu nog heeft over dat binnenstedelijk bouwen op alle fronten anders moet: kom in Berlijn kijken.

De gevel wordt GRAFT-eriaans; veel gebogen elementen, veel glas. Een gebouw dat volgens GRAFT de grenzen tussen bouwkunst en design doet verdwijnen. Er hangt wel een pittig prijskaartje aan; de vierkante meterprisjteller begint bij 4.610 euro per vierkante meter te lopen.

Ach, af en toe een vette bonbon tussen de cake van doorsneebouw is helemaal niet erg.



 

1