Picture
Toen de DDR nog bestond hadden veel Oost-Duitsers een Kleingarten met een Datsche (volkstuin met een tuinhuisje). Dat waren ideale plekken om te kunnen ontspannen; het ‘echte’ leven vond op de Datsche plaats, niet in de gebouwde socialistische werkelijkheid. Niet alleen volkstuinen waren populair, ook kamperen was een grote trend onder de bevolking van de DDR. Families in afgeladen Trabantjes met daarachter een vouwwagen zorgden in vakantietijden voor opstoppingen op de betonnen wegen. Wat een verschil met het heden als je van die enorme caravans en campers op de weg ziet rijden. Primitief kamperen in een tentje zie je helaas steeds minder. Nu de vakantie is aangebroken is het interessant om te kijken hoe de mensen ten tijde van de DDR kampeerden. 

Om dit te ontdekken kun je naar de tentoonstelling ‘DDR Camping – Freizeit und Alltag’ gaan. Dit is een interactieve tentoonstelling waarbij je niet alleen je ogen nodig hebt maar ook je handen en voeten zodat je de tentoongestelde voorwerpen kunt aanraken en uitproberen. De tentoonstelling laat 500 verschillende onderdelen en voorwerpen zien die kenmerkend zijn voor het kamperen in de DDR. Er worden bekende kampeersituaties uit de DDR uitgebeeld;  zo is er de wereldberoemde Trabant met vouwwagen en complete originele uitrusting te bekijken en bevoelen. Verder is de bekende Dachzelt, in de volksmond ook wel bekend als ‘Pension Sachsenruh’ te zien. Veel mensen kennen deze nog uit de film ‘Go Trabi Go’, die Sachsen kommen; een roadmovie uit 1991 waarin een Trabant met Dachzelt/daktent een belangrijke rol speelt; zie foto hieronder. Die Dachzelt is een typisch jaren ’70-uitvinding en bestaat uit een constructie van stalen buizen en tentdoeken die makkelijk bovenop de Trabant gemonteerd kan worden. Daarmee was dit een ideale overnachtingsmogelijkheid voor mensen met weinig geld.
Picture
Verder is de erg populaire Reisezweier RZ85 te zien en voelen. Dat is een opvouwbare kajak van de Firma Pouch, die in de DDR-tijden kampeerspullen zoals tenten, rugzakken en opvouwbare boten produceerde. 
Picture
Behalve deze kampeerspullen zijn er nog vele andere objecten uit het dagelijkse leven in de DDR te zien. Voor degene die het DDR-museum van binnen en van buiten kennen is deze tentoonstelling leuk om naar toe te gaan. Je kan er ook in een Dachzelt proefliggen.  

Tentoonstelling tot  eind december 2011
dagelijks van 10.00-20.00 uur
in het 1. Berliner DDR Motorrad-Museum
Rochstraße 14
(onder het spoor tussen Alexanderplatz en Hackeschen Markt)

Dit is een blogbijdrage van Wahlberlinerin Margit Cevaal. Zij zal de komende tijd als gastbloggerin regelmatig een blogpost voor dit Berlijnblog schrijven.


 

Letters

04/08/2011

0 Comments

 
Picture
Foto: typografie.info
Een van de voordelen van Berlijn is het fantastische openbaar vervoersysteem. Het brengt je makkelijk van A naar B, is redelijk goedkoop, schoon en… erg mooi vormgegeven. De stations zijn bijzonder (oké; in Moskou mooier, maar ja, die hadden veel langer communisme); je kunt bijna overal iets kopen, en op elk perron staan automaten om kaartjes te trekken. Niks geen tourniquets waar je in blijft steken of waar iemand op je nek eindigt die denkt dat hij niet hoeft te betalen en over het gesloten tourniquetje springt (echt gebeurd). 
Picture
Maar het mooist vind ik de belettering en bewegwijzering.
Niet toevallig is dit allemaal werk van grafisch ontwerper Erik Spiekermann. Spiekermann heeft een hekel aan het woord creativiteit. Het „K-Wort“ noemt hij het (Kreativität). Spiekermann wil liever innoveren, uitvinden, uitproberen. Over zijn werk is nu in het Bauhaus-Archiv een tentoonstelling. Spiekermann (63) is wereldberoemd, en zelfs in Nederland bekend, want hij heeft de huisstijlen van onder meer Twijnstra Gudde, Woningcorporatie Stadgenoot, Rabobank en Provincie Noord Holland ontworpen. Er is ook een Amsterdamse vestiging van zijn bureau.

Maar het bekendst –of juist onbekend- is Spiekermann van de letter van Het Parool, de Meta Serif. Daarmee is Het Parool één van de eerste dagelijkse kranten ter wereld die het lettertype Meta Serif in gebruik heeft genomen. Het is een letter die bijna niet opvalt. Dat is ook het doel van Spiekermann. Functionaliteit eerst, en dan schoonheid.
Picture
De BVG ( dat is het Berlijnse openbaar vervoerbedrijf) heeft Spiekermann ingeschakeld om de vormgeving en bewegwijzering te doen. Vóór de Wende had hij het ook geprobeerd bij de BVG, maar was hij eruitgegooid omdat hij aan de directie liet zien dat alleen de vier A’s (Alte, Auszubildende, Ausländer und Arme; ouderen, stagiairs, buitenlanders en armelui) met de BVG reisden. Dat beviel de directie niet. Daarnaast was de directie stellig van mening dat iedereen in Berlijn toch wel wist dat de tram- en bushalte altijd vernoemd is naar de eerstvolgende dwarsstraat. "Zo doen we dat nu eenmaal" was de standaard reactie van de directie; dat is op de tentoonstelling hilarisch te lezen op de openbaar gemaakte briefwisseling tussen directie en Spiekermann. Spiekermann kreeg begin jaren ’90 een herkansing en ontwierp meteen het hele bewegwijzeringssysteem. Dat wellicht de Berlijnbezoeker niet opvalt en misschien daarom wel zo goed is. Denk aan de metrokaart van Berlijn. Helder en overzichtelijk. Kijk maar: 
Picture
In februari van dit jaar heeft Spiekermann de Duitse designprijs voor zijn levenswerk gekregen. Het Bauhaus-Archiv laat op de tentoonstelling zien hoe Spiekermann werkt, en hoe hij zijn klassieke lettertypes de FF Meta en de ITC Officina heeft ontwikkeld. Waarom afstand tussen letters belangrijk is. Wanneer je dik- en wanneer je dunneVoor iedereen die geïnteresseerd is in het verhaal achter de letter.

erik spiekermann. schriftgestalten
Nog tot en met  6 juni 2011 in het Bauhaus-Archiv / Museum für Gestaltung aan de Klingelhöferstraße 14, iedere dag van 10-17 uur, maar niet op dinsdag, want dan dicht. 


 
 
Picture
Kunst, omdat het moet. 

Zo luidde de titel van een alleraardigst televisieprogramma. "Belachelijke titel" dacht ik eerst. Zo defensief-agressief. Maar in huidige tijden eigenlijk helemaal niet zo gek bedacht. En de parallellen tussen Nederland en Duitsland zijn groter dan je zou denken. Want waar in Nederland een staatssecretaris probeert om uit alle macht te snijden in zogenaamde overbodige kunstsubsidies en daarmee de kunst onderuit haalt, perst in Berlijn een burgemeester met alle macht zijn plannetje voor een kunsthal dwars door alle programma’s en politiek heen.

Kunst moet altijd zo veel. Net als sport (sociale cohesie, bewegen, identiteit opbouwen, hangjongeren tegengaan). En architectuur, dat moet ook altijd heel veel. Kan iets niet gewoon Zijn?!? Als iets gewoon is, omdat het is, dan is kunst het wel. En tja, dat dat niet vanzelf gaat lijkt me logisch.

In Berlijn heeft van 2008 tot 2010 een tijdelijke kunsthal gestaan. Een blauwe doos met de charme van een bouwmarkt. Ik ben er nooit geweest (alleen in de horeca) en ik hoor wisselende reacties op de tentoonstellingen. Briljant, én mislukt. Maar dat credo gaat voor heel veel op in Berlijn. Of eigenlijk: dat tekent Berlijn. De tijdelijke kunsthal is weer afgebroken en aan Wenen verkocht.

De burgemeester vindt nu dat er een permanente kunsthal moet komen, voor hedendaagse kunst, met internationale uitstraling, liefst vormgegeven door een starchitect als Frank Gehry, Norman Forster oid. Tot nu toe is dat mislukt; geen enkele private investeerder ziet er brood in. Duidelijk een teken dat de bestuurders van deze stad geen enkele notie hebben van hoe deze stad functioneert. 
Nu heeft Wowi als alternatief voor die permanente kunsthal een eenmalige tentoonstelling beloofd over jonge kunst uit Berlijn die zomer 2011 open moet gaan. Met 100 tentoon te stellen werken van video, performance, beeldhouwwerken, fotografie en muziek, uitgezocht door een aantal internationaal bekende curatoren. 
Een “Leistungsschau” dat zich laat vertalen in: prestatieshow.
Picture
Dat schoot de Berlijnse kunstwereld finaal in het verkeerde keelgat; hoe durfde de socialistische burgemeester dergelijke rechtse retoriek als “prestatieshow” te gebruiken om de kunstwereld te prikkelen? Moet dan alles prestatie- en opbrengstgericht zijn? De kunstenaars klommen in de pen en schreven een Open Brief aan de burgemeester. Daarin stellen zij dat Berlijn weliswaar aantrekkelijk is vanwege de kunstwereld en de vrijheid die daarmee gepaard gaat. Maar dat de daarmee verbonden opbrengst en versterking van imago van de stad helemaal niet ten goede komt aan de kunstenaars zelf. Integendeel; door hogere huren en het verdwijnen van zelfgeorganiseerde vrijplaatsen verdwijnt de kunstwereld naar de randen van de stad. Door het woord “Leistungsschau’ te gebruiken wordt de kunst voor stadsmarketing en voor het vergaand economiseren van kunst geïnstrumentaliseerd, aldus de briefschrijvers. Alles in Berlijn is politiek, dat U het weet..

Ondertussen zijn 21 architectenbureaus uitgenodigd om in wedstrijdverband voorstellen te leveren hoe die tijdelijke Leistungsschau vorm te geven, zonder in de ‘white cube’-val  te trappen (white cube: een lege, witte ruimte ofwel de traditionele manier om kunst te tonen, zie ook het zeer lezenswaardige boek van LA Group hierover: http://bit.ly/gsAGXI
Picture
Eind december is de uitslag van deze wedstrijd bekend geworden, behalve dat bekend gemaakt is wie er gewonnen heeft. Vaagheid, schimmigheid, non-professionaliteit hoe zoiets te organiseren kenmerkt deze ontwerpwedstrijd. Want inmiddels weet iedereen in Berlijn onofficieel allang dat bureau Raumlabor de wedstrijd gewonnen heeft. Raumlabor is bekend van het Berg-project; in de half afgebroken ruïne van het Palast der Republik bouwden zij een tijdelijke berg.  
Picture
Het idee van Raumlabor is even simpel als briljant. Er is een modulair concept bedacht; aan het noordelijke havenbekken van de Humboldthafen, op een van de woestijnvlaktes die het Hauptbahnhof momenteel omgeven, ontstaat een modulair kunstenaarsdorp; een „Instant Art City“. Een veelkleurig en aanpasbare structuur van containers en vrachtwagens, doe-het-zelf-snel-klaar-huizen, blokhutten, partytenten, schepen en schermen wordt opgetuigd, die zich als een Duitse siedlung (woonwijk) ontwikkeld. Een kunstkermis, die niet blinkt en glanst.

Picture
Humboldthafen. Het tijdelijke kunstdorp is gepland in de bocht van de haven.
Een treffend commentaar op het Berlijnse stadslandschap, waar altijd en overal gebouwd wordt en wat altijd en overal in beweging is. Maar ook een bijtend commentaar op de huidige kunstmarkt, die verworden is tot een rommel- cq. vlooienmarkt waar de hoogste bieder de prijs van de kunstenaar bepaalt. Er wordt met deze bizarre vorm niet alleen fel commentaar op Berlijn en de kunstwereld geleverd, maar ook aangehaakt aan het no-budget-karakter van de huidige tijden. Want alle objecten (tenten, vrachtwagens et cetera) zijn gesponsord door Berlijnse bedrijven. Tot aan de Dixi’s aan toe. De overige oppervlaktes kunnen voor cultuursponsoring gebruikt worden. Raumlabor probeert met dit ontwerp noch verkiezingspropaganda (want september: verkiezingen in Berlijn) noch waardecreatie (=modern woord voor het oppimpen en voorkoken van onaantrekkelijke plekken) te bedrijven. Openheid en transparantie is volgens hen belangrijk.

Maar dat ontbreekt tot nu toe in het ontwikkelings- en wedstrijdproces. 
Briljant en mislukt? 

Geplande opening is in juni 2011. We wachten af.
 

Letters

09/25/2010

1 Comment

 
Picture
Foto: Buchstabenmuseum Berlin
In deze stad verandert veel, en soms snel. Dat is fijn, omdat verandering de boel draaiende houdt. Maar soms jammer, als dingen van gisteren vandaag ineens verdwenen zijn. Gelukkig zijn er altijd mensen die zich op een prettige manier met het verleden bezig houden.
Zo is er in Berlijn een lettermuseum. Niet een museum dat literatuur behandelt, of schrijvers tentoonstelt, maar een museum dat oude letters bewaart. Geen van chocolade, maar echte, die op gevels hebben gestaan, mensen de weg hebben gewezen of verleid tot het doen van aankopen. Het lettermuseum bewaart en documenteert oude letters. Het is nog niet helemaal af, er wordt nog druk verzameld, maar het museum-in-opbouw is wel te bezoeken. En er is veel te zien.
Picture
Foto: Buchstabenmuseum Berlin
In het stadsbeeld slaat de vereenvoudiging toe; alles wordt generieker in plaats van specifieker. Handgemaakte, hoogwaardige teksten verdwijnen langzamerhand uit de openbare ruimte. Doordat familie- en kleine bedrijven verdwijnen, verdwijnt daarmee ook de grafische uitingen van dergelijke bedrijven.

Vijf jaar geleden hebben Barbara Dechant en Anja Schulze het museum opgezet. Het is meer dan een museum; het functioneert ook als opslagplaats en als recyclingplek. Belangrijkste doel van het museum en werkplaats is om het bewustzijn voor de typografie in de openbare ruimte te vergroten. En dat lukt, want de belangstelling is breed: van letterbeschermers tot street-artkunstenaars en designofielen. Het museum is net zo verrassend als dat andere leuke, verstopte museum in Berlijn, het Museum der Dinge.
Picture
Bron: Backstage Berlin
En de “Zierfische“ zijn er live te aanschouwen! Geen ballet van siervissen, maar de prachtige lichtreclame die aan de dierenwinkel op de Frankfurter Tor/Karl Marz Allee heeft gezeten, en die met het verdwijnen van de dierenwinkel ineens van de gevel wegwas.

Het Berliner Buchstabenmuseum is te vinden op de
Karl-Liebknecht-Strasse nummer 13, hartje Berlijn,
 op de eerste verdieping van het winkelcentrum Berlin Carré.
Open van donderdag tot en met zaterdag van 13-15 uur,
Toegang: € 2,50

 
 
Picture
Eindelijk bezocht: het Neuses Museum.
Gebouwd in 1849 op het Museuminsel, middenin Berlijn. Sinds WO2 niet meer in gebruik, en nu gerestaureerd en uitgebreid door de Britse architect David Chipperfield die in 1999 de prijsvraag voor de restauratie won. Dat wou ik met eigen ogen zien. Want als ik de kranten en het web mocht geloven is het overweldigend.

Wát een museum….
Picture
Picture
Chipperfield heeft niets verborgen. Het oorspronkelijk ontwerp van de architect Stüler is grotendeels intact gelaten, maar Chipperfield heeft de littekens van WO2 en het DDR-verval absoluut niet plastisch weggechirurgeerd. Integendeel; overal zijn sporen van het verleden terug te vinden. Want het gebouw is zestig jaar lang een ruïne geweest.

Het is een schitterende menging van grote, open, imponerende lichte ruimtes geworden, gecombineerd met kleine, intieme zalen die ieder een eigen sfeer hebben. Daar waar het kon is er gerestaureerd; daar waar het niet kon is het oude weggelaten en vervangen door iets nieuws. Zo zijn de mozaïekvloeren lang niet allemaal hersteld, maar is met een mengsel van beton en marmersplitter de ontbrekende mozaïekdelen opgevuld.

Kritiek is er ook, en niet weinig. Op de webstek van de krant Die Welt wordt het gebouw na Chipperfields restauratie 'samengeplakte puinhoopresten' genoemd. Vooral restauratiedeskundigen zijn woedend dat het gebouw niet in de oorspronkelijke staat van 1849 is teruggebouwd en dat de sporen van oorlogen en verval te zien zijn en ja, zelfs benadrukt worden.

Picture
Dat is waar.

Het museum knispert, de zalen roepen je uit de verte toe om verder te lopen. Toch is het overduidelijk een museum waar ondanks de bijzondere wijze van restaureren de collectie, en niet het gebouw centraal staat. Die collectie is heel bijzonder. Ik hou niet van oud, maar hier bleef ik toch gefascineerd staren naar het skelet van een eland van zo’n 20.000 jaar. Die eland stond op een houten plateau; van onafgewerkt triplex leek het wel. Maar dat dan weer zó geraffineerd en goed gedetailleerd afgewerkt, om te smullen zo mooi.

Alle badkuipen op een stokje: ik nodig alles en iedereen die aan museumbouw- en renovatie doen het Neues Museum te bezoeken en ervaren. Want voor of tegen; dat er een statement is gemaakt, daar kan niemand omheen.

De drukte is te vermijden door via internet kaarten te boeken. Dat kan een dag van tevoren; dan moet je de dag erna wel op een bepaald tijdstip naar binnen. Voordeel: niet lang wachten.
Audioguides zijn gratis, en er is een bescheiden restaurant.

Filmpje van het museum, voor wie niet met zijn bezoek kan wachten:
hier
 
 
Picture
Dit blog heeft tot doel om zoveel mogelijk ruimtelijke aspecten van Berlijn te laten zien. Plekken, die bezoekers van Berlijn waar kunnen nemen als zij door de stad lopen. Maar nu het winter is maak ik een uitzondering en stel ik binnenplekken voor die het bezoeken meer dan waard zijn. Zoals het Museum der Dinge. Dit fijne, kleine museum, waarover ik al eerder heb geblogt, heeft nu een erg grappige tentoonstelling over lelijke dingen: “Böse Dinge – eine Enzyklopädie des Ungeschmacks”; lelijke dingen, een encyclopedie van de wansmaak.

Het museum baseert deze tentoonstelling op de kennis van de kunsthistoricus Gustav Pastaurek, die rond 1900 een systematiek heeft ontwikkeld om wansmaak te categoriseren. Producten van rommelmarkten, een-eurowinkels, of gewoon verjaardagscadeaus zijn tentoongesteld. En bezoekers mogen ook wansmaakobjecten aanleveren.
Picture
 Inmiddels zijn meer dan 300 objecten te zien, keurig gecategoriseerd naar Pastaureks indeling. Gaat het om „Dekorbrutalität“, een „Zweckkollision“ of toch om „Hurrakitsch“? Om een idee te geven van wansmaakproducten: de uit een halve kokosnoot gesneden apenfamilie, het peper-en-zoutstel in de vorm van een vrouw in bikini (drie maal raden welke anatomische delen van de arme vrouw pepervaatje en zoutvaatje zijn) en het hoogte- cq dieptepunt: een vakkundig gehaakt bidkleedje uit Afghanistan met daarop afgebeeld de New Yorkse Twin Towers met naast de torens twee vliegtuigen die op de torens af vliegen.

Picture
Eén troost voor wie alle wansmaak teveel wordt: de kunstenaar Antoine Zgraggen heeft een aantal mooie machines gebouwd waarmee naar hartelust al die lelijkheid ter plekke aan gort geslagen of gevierendeeld kan worden.

De tentoonstelling Böse Dinge, eine Enzyklopädie des Ungeschmacks is nog tot 11 januari te zien bij het Werkbundarchiv - Museum der Dinge, Oranienstraße 25 in Kreuzberg
 

 
 

1