Dat je de buschauffeur fooi geeft Dat je diesel tankt, in plaats van benzine Dat je je veters niet meer dicht krijgt Zo voelen de Berlijnse dames van Laing zich, want ze zijn verliefd. Ik hoorde Laing voor het eerst op de onvolprezen Radio Eins (met als belangrijkste quote: “nur für Erwachsenen”/alleen voor volwassenen) en het was meteen een Ohrwurm, zo’n nummer dat niet meer uit je hooft gaat. Nu is het al dagen zonnig, 27 graden en terrassenweer en de Berlijners genieten met volle teugen, af en toe aan die -15 terugdenkend die we deze winter mochten beleven. Dat werkt natuurlijk ook mee. Maar waarom is dit zo bijzonder? Om meerdere redenen. De bovenste clip is de strakke versie van Neue Liebe. Kraftwerk meets Supremes wordt Laing treffend genoemd. Dat strakke, dat totaal niet lockere wat veel Duitsers hebben komt in nummer en clip goed naar voren. Dat ingetogene, dat ritmisch willen zijn maar het niet durven en niet kunnen. Dat is Kraftwerk, dat is Duits. Luister naar Dreiklangsdimensionen (7″ und 12″, 1981) van Rheingold en je weet genoeg. Afgemeten. Samengeknepen billen; dat werk. De dames houden zich in. Op één na, die maar is gaan dansen (de danseres van de groep) en met haar veters speelt. Laing is Nicola Rost, Atina Tabiei- Razligh en Johanna Marschall. Voor de broodnodige bewegingen zorgt - Gesang S.h.i.h ofwel Marisa. Ketan Bhatti maakt de boel op de drums af. Laing treedt sinds 2007 vooral live op in Berlijn en hebben hun eerste solo-album gemaakt. De tweede clip laat ‘the making of Neue Liebe" zien. Een minder elektronische versie, meer met violen, maar dat past ook heel goed; verliefdheid en violen gaan uitstekend samen. Bijzonder is de entourage waar het maken van is opgenomen, de voormalige DDR-radiostudio’s: het Funkhaus aan de Nalepastrasse. Een prachtig gebouw, met een echte studiosfeer. Gebouwd in de vijftiger jaren, waardoor het die typische jarenvijftigglamour (jaja, ook in de DDR) heeft. Hedentendage worden er nog steeds platen opgenomen, vinden er festivals plaats en kan je er rondleidingen krijgen. Weer zo’n plek waar de passie en creativiteit uit alle gaten en kieren spuit. Laing zingt nog even door: Thuis stapelt de vaat zich op | mijn kat is erg mager aan toe | heb al dagen geen spiegel gezien | Maar oh wat ben ik mooi Heerlijk hoor, lente & Laing
Techniek is overal en altijd. Je ziet het niet en toch is het er. Vanaf morgen vindt al weer voor de 25e keer het Transmediale-festival plaats. Dit festival laat een kruising/kruisbestuiving tussen technologie, kunst en cultuur zien. Een zusterfestival, het CTM vindt eveneens plaats. Daar ligt de focus op experimentele elektronische muziek. Zes dagen tentoonstelling, discussie, muziek, workshops en performances doen de grenzen tussen galerie, club, tentoonstellingsruimte vervagen. In|compatible is dit jaar het thema. Achtergrond: incompabiliteit is de toestand waarbij dingen niet wrijvingsloos met elkaar functioneren. Daardoor ontstaan crises; in de politiek, de economie, de techniek, ecologie. Het lijkt op dit moment wel alsof we overal met incompatibiliteit te maken hebben. De media, die wij bijna altijd vertrouwen, maakt crises in een oogopslag zichtbaar. Transmediale 2012 stelt dat incompabiliteit voorwaarde is om tot culturele productie te komen. Het risico van het ongewone is uitgangspunt. De donkere kanten, die ook aan de huidige netwerkcultuur kleven, worden gepresenteerd en bestudeerd. Allemaal prachtig, maar voor mij als niet-kunstkenner, die ook nog last heeft van het Tunte & Technik-syntdroom is het vooral een kans om veel Berlijnse gebouwen van binnen te zien. Dat sluit weer mooi aan bij mijn Goede Voornemen 2012 om meer openingen in de stad te bezoeken. Ik ga er van uit dat ik veel sh*t te zien zal krijgen, zoals ook in HP De Tijd te lezen is. (Te?) veel kunstenaars in de stad leidt niet altijd tot goeie productie. En nogmaals, van kunst heb ik weinig verstand, dat laat ik aan Jurriaan Benschop over. Maar de kans om veel gebouwen van binnen te zien laat ik niet liggen.
Bethanienhaus Kreuzberg
Zo was de opening van Transmediale in het Bethanienhaus in Kreuzberg. Tot mijn schaamte was ik daar nog nooit geweest. Een prachtig oud ziekenhuis, in paviljoenachtige setting, met ruime, hoge kamers. Ideaal voor kunsttentoonstellingen. Transmediale, da’s vele videokunst was met al gewaarschuwd. En dat klopte. De vele oude televisies gaven het geheel een jaren tachtigsfeertje, onder meer door de video-installatie van Joep van Liefland, die een compilatie had gemaakt van videobedrijf-reclames uit de jaren tachtig, erg grappig en herkenbaar.  Bron: www.dailytonic.com Een andere bijzondere plek is het Haus der Kulturen der Welt, waar de foyer dit jaar door raumlaborberlin is vormgegeven. De installatie good manners bad habits bestaat uit fragmenten die tesamen aan een woonkamer herinneren, maar samen ook aan een hybride tussen meubels en bouwonderdelen doet denken. Daarnaast is er komende dagen nog een performance in de voormalige Lokschuppen (locomotiefloods) die is omgebouwd tot plek voor kunst, cultuur en horeca. De Lokschuppen maakt weer deel uit van het Freiraumlabor Friedrichshain; een project waar op basis van wensen uit de buurt een nieuw park is vormgegeven, direct naast de logge bouwmarkthallen en Berghain. Over Freiraumlabor Friedrichshain later meer, want daar is veel interessants over te vertellen. Nu eerst zes dagen onderdompelen in kunst, creativiteit, techniek (en bijzondere gebouwen!!) Transmediale 2012 31/1 tot en met 5/2
Als je het niet ziet, zie je het niet. Met deze Cruijffiaanse wijsheid is de campagne van Amnesty International te omschrijven. Amnesty zet zich wereldwijd in voor politieke gevangen. Dat lijkt onzichtbaar werk, en daarom sluit de huidige campagne mooi aan op het werk van Amnesty. Wat hebben zij gedaan? De campagne, Unsichtbar geheten, bestaat uit het op een bepaalde manier beschilderen van plekken waar je dagelijks langsloopt. Als je het niet ziet, zie je niet dat er eigenlijk een afbeelding is weergegeven van een persoon die gevangen zit, zoals hierboven Fatima Hussein Badi. De campagne (zie hierboven The Making Of) is medeopgezet door kunstenaar Mentalgassi, die eerder deze techniek in Berlijn gebruikte bij zijn project “Hidden Faces”. In zes Europese steden zijn 26 van dergelijke figuren te zien. De portretten moeten oproepen mee te doen met de Amnesty-marathon om brieven te schrijven aan wereldwijd politiek veroordeelden. Het bijzondere is natuurlijk dat op een hek, dat symbool staat voor afsluiting en exclusie, dergelijke afbeeldingen zijn geprojecteerd. Dit, gecombineerd met “Als je het niet ziet, zie je het niet” maakt het project bijzonder. Want dat laat het filmpje ook zien; mensen merken het op, lopen nog eens langs en worden zo op andere gedachten gebracht. En dat allemaal in de openbare ruimte. Met dank aan Urbanophil en Amnesty, natuurlijk
Foto: Bram Vermeer In de Reinhardtstrasse, midden in de stad, om de hoek bij de door teveel toeristen geplaagde Oranienburgerstrasse is een echt fietsval-project te vinden. Fietsvaleffect. Zo noemde architect Hein Salomonsen projecten die je in je ooghoeken ziet als je door de stad fietst, en waarvan je vervolgens van je fiets valt. In Berlijn valt het mee -of tegen- met de val-van-fietsprojecten. Maar in de Reinhardtstrasse staat er overduidelijk een. Het is een ontwerp geïnitieerd door Albert Speer, Adolf H’s rechterbouwhand. Die mocht in opdracht van Adolf Berlijn omschoffelen tot Germania. Om de bevolking te beschermen tegen de luchtaanvallen van de geallieerden zijn er in de stad op diverse plekken bunkers gebouwd. De bunker in de Reinhardtstrasse is er daar één van. Waarom val je van je fiets als je het ziet? Omdat ik de eerste keren te snel langspeddelde, maar toch iets zag wat ik niet begreep: een betonnen kolos, met hele kleine ramen, maar ook een soort kantelen aan de bovenkant. Het leek wel een kasteel. Maar dan van beton. Alsof het mislukte kasteel van Almere ineens in Berlijn staat. De bunker is in 1942 ontworpen door architect Karl Bonatz en bood plaats aan circa 3.800 zielen. Niet alleen mensen uit de buurt, maar voornamelijk passagiers en personeel van de Deutsche Bahn, dat via het nabijgelegen station Friedrichstrasse konden komen schuilen. In alle opzichten is het niet zomaar een brok beton. De bunker bestaat uit vijf verdiepingen, heeft terugliggende hoeken en monumentale ingangspoorten. Binnenin zijn vier grote trappenhuizen, met boven elkaar liggende dubbele trappen, zodat mensenmassa’s snel hun schuilplaats konden vinden. De muren zijn bijna twee meter massief beton, het dak is van drie meter dikte. Idee was om na de oorlog de betonnen buitengevel met natuursteen af te werken. Dat is niet gebeurd. Want na de oorlog kwam er een muur in Berlijn. Vanaf 1957 wordt de bunker gebruikt om fruit op te slaan, met als gevolg de bijnaam bananenbunker. Bananen uit Cuba, uiteraard voor de partijleden, niet voor het gewone volk. Na de val van de muur wordt de bunker de ideale plek voor techno-, SM- en fetishparties, met namen als "Rot-Kreuz-Club" (later herbenaamd als "Ex-Kreuzclub", na protesten van het Rode Kruis). In 1995 worden de autoriteiten wakker en wordt het oudjaarsfeest "The last Days of Saigon" verboden. Maar zoals dat dan gaat: het feest gaat gewoon door. Daarna is het toch echt afgelopen. De bunker gaat dicht. In 1993 koopt reclameman Christian Boros de bunker met als doel: ombouwen tot een centrum van hedendaagse kunst. Het daadwerkelijke val-van-fietsgevoel vindt vooral binnen plaats. Je moet eerst door de gassluis, maar daarna sta je in de entreehal waar boven je hoofd een enorme klok bungelt. Zonder klepel, dus je ziet veel, maar hoort niks. Bizarre ervaring. En dat gaat zo maar door, circa 80 kamers lang. Want binnenin is de privéverzameling van Boros te vinden. Hij verzamelt kunst ‘die ik niet begrijp’ aldus Boros; inmiddels meer dan 400 werken. Bijna alle kunstwerken gaan de confrontatie met de bunker aan, want hele spannende, en soms ook ontroerende/emotionele kunst oplevert. Enige kunstenaars die er werk hebben zijn onder meer: Olafur Eliasson, Elizabeth Peyton, Anselm Reyle, Manfred Pernice, Tobias Rehberger, John Bock, Santiago Sierra en Terence Koh. Hier geen plaatjes van de kunst; lezer: kom zelf maar kijken en ervaren! Niet alleen de kunst is schitterend, het is een heel bijzondere ervaring om door een gebouw heen te lopen dat ook andere tijden heeft gekend. Die sporen van de andere tijd zijn nog duidelijk aanwezig; de pijlen voor de gewenste looprichting, de ‘Rauchen verboten’-opschriften, de dubbele stalen veiligheidsdeuren, en in de gevel de littekens van schietpartijen. Architectenbureau Realarchitektur heeft de opdracht gekregen om de bunker om te bouwen en dat hebben ze heel goed gedaan. Geschiedenis is hier niet uitgewist, of gebruikt als decor, maar daadwerkelijk op de muur aanwezig. Binnenin vervaagt de grens tussen museum en galerie. Jens Casper van architectenbureau Realarchitektur heeft voor Boros op het dak een Mies van der Rohe-Barcelonapaviljoenachtig penthouse ontworpen, met daktuin en zwembad, dat met moeite in het drie meter dikke massieve betondak kon worden uitgeboord. Sammlung Boros is op zater- en zondagen te bezichtigen. Reinhardtstrasse 20
Aanmelden via de webstek, en wel op tijd want snel vol. Als je je Nederlandse charme in de strijd gooit kan je het onaangemeld proberen; soms vallen er plaatsen uit en kan je alsnog onaangemeld mee.
Je kunt er veel mee. Heel veel. Maar een kunsthal, gebouwd van zeecontainers heb ik nog nooit gezien. Toch wordt er een gefabriceerd, op het RAW-gelände aan de Warschauer Strasse. Deze herfst zullen 100 olijfkleurige zeecontainers tesamen een kunsthal vormen. Dit containerkasteel wordt 105 meter lang, 15 meter breed en 15 meter hoog (dat zijn vijf containers op elkaar). Het ontwerp wordt ondersteund door het hippe architectenbureau GRAFT uit Berlijn. Het project is opgezet door het netwerk van creatieven Platoon. Van Platoon is al meer werk te zien in Berlijn, op de hoek van de Linienstrasse en de Alte Schönhauser Strasse, zie hieronder: Op het RAW-Gelände zijn al de clubs Cassiopeia, de RAW-Tempel, de klimtoren, de skatehal en de biergarten, maar er is op het 65.000 vierkante meter tellende terrein nog genoeg plaats voor een containerkasteel. Dat kasteel krijgt op de begane grond 1500 vierkante meter tentoonstellingsruimte met daaromheen en daarboven atelier- en werkruimtes. Ook ontbreekt de horeca niet; ca 400 vierkante meter is voor eten en drinken, aangrenzend aan het containerdakterras. De horeca dient voor de inkomsten. De initiatiefnemers verzetten zich fel tegen het idee dat dit dé nieuwe kunsthal van Berlijn wordt. Daar is voortdurend discussie over, of die er moet komen, en waar dan. Er heeft al een tijdje een tijdelijke kunsthal middenin de stad gestaan, en was wel/geen succes* (* doorhalen wat niet van toepassing is, de deskundigen zijn er nog niet over uit). Bij het containerkasteel is de subcultuur het doel, in plaats van tuttige galeriekunst. Nu is dat niet zo moeilijk, want heel Berlijn is één grote subcultuur. Dus: street art, grafisch ontwerp, mode, film & performances in plaats van glaasje sekt, hoge hak & driedelig pak. Platoon heeft al eerder een containerkasteel gebouwd, en wel in Zuid-Korea. Daar is het een succes, dus wordt het nu uiteraard tijd voor Berlijn. Zoals bij zoveel (kunst-)initiatieven in Berlijn is ook hier geen ( leest U even mee, Halbe Zijlstra); ik herhaal: GEEN subsidie gegeven. De grondeigenaar van het RAW-Gelände, de IJslandse (sic) firma R.E.D. dient wel de kavel voor niets ter beschikking te stellen. Dan kunnen de containers circa 9 jaar blijven staan. Na 9 jaar lopen alle huurcontracten met de firma R.E.D. af en is het subculturele feest over. We wachten in spanning de opening af................ Planning: dit najaar.
Normaal gaat dit blog over buiten. Wat je allemaal ziet op straat, of vanaf de straat, want bij het door de stad lopen kom ik van alles (und Mehr…) tegen. Soms maak ik een uitzondering. En nu voor het project Searching trough an apartment MFS-HAII-Fo0069 van kunstenaar Simon Menner. Menner heeft de Stasi-archieven, de plek waar informatie over medeburgers werd bewaard door de DDR-veiligheidsdienst, afgespeurd naar bijzondere fotoseries, zoals de serie MFS-HAII-Fo0069. Polaroidcamera’s waren bij uitstek een goed en bruikbaar middel om snel appartementen te doorzoeken. De foto’s werden niet gemaakt om onwelgevallige medeburgers te betrappen. Integendeel; polaroidfoto’s als deze werden gebruikt vóór de daadwerkelijke doorzoeking van een appartement. Door de foto’s kon na het doorzoeken alles weer netjes en onopvallend op de originele plek gezet worden. En niemand die het door had. Menner (Emmendingen, West-Duitsland 1978) was 11 toen de Muur viel, dus veel van de Duitse deling heeft hij niet bewust meegemaakt. Misschien daarom dat hij extra geïnteresseerd is in wat er in de archieven te vinden is. Menner stelt zich de vraag hoe eng en gevaarlijk de blik van Big Brother is vandaag de dag. Heel veel van wat van ons en over ons wordt opgenomen en bewaard zien we niet. Dankzij de BStU (de Bundesbeauftragten für die Unterlagen des Staatssicherheitsdienstes der ehemaligen Deutschen Demokratischen Republik, ofwel: het instituut met de opdracht om de resten van het Stasi-archief openbaar te maken) heeft Menner de gelegenheid gegeven om ons dingen te laten zien die we normaliter niet zien en nooit te zien krijgen. Huiveringwekkend. Een ander woord heb ik er niet voor.
Parket is net zo essentieel verbonden met het Berlijnse appartement als het trappenhuis en de voordeur. Zonder parket geen echte Altbauwohnung. Parket is niet alleen maar bedekking van de vloer, maar geeft ook je sociale status en positie in de maatschappij weer. Parket is prijzig, in tegenstelling tot laminaat, en blijft daardoor een exclusief karakter houden. En het kraakt zo lekker. Dat parket verbonden is met het Berlijnse appartement laat het kunstwerk van Karl Biedermann en Eva Butzmann op de Koppenplatz zien. Hier staan een bronzen tafel met twee stoelen. Een stoel lijkt omgekieperd en ligt met zijn rug op het parket. Herinnering aan de snelle deportatie van de joden. Parket is ook het materiaal voor kunstenares Barbara Caveng. in de Berlijnse wijk Neukölln wordt veel vuil op straat gezet. Datgene wat de privéwoning door omstandigheden –scheiding, geboorte, overlijden, verhuizing- verlaat, wordt prijsgegeven aan de openbaarheid en eindigt levenloos op de stoep. Deze sporen van bewoners leiden bij velen tot geërgerde reacties, of staan vervaarlijk in de weg. Maar voor kunstenares Caveng een bron van inspiratie en fascinatie. Zij verzamelde al deze houten planken, kastdeuren, bed-voor- en achterkanten, tafelbladen, keukenmeubels, noem maar op. Tijdens de verzamelperiode was er in de Okerstrasse de tijdelijke Sozialparkettstube (sociaal parketcafé) waar de kunstenares het parket inzamelde en in gesprek kwam met de Neuköllner die hun overbodige hout kwamen afleveren. Met Volksbild is een samenwerkingsproject opgestart. Volksbild is een club die amateurfoto's van rommel- en vlooienmarkten verzameld. Deze anonieme, private foto’s en dia’s stammen uit verschillende tijden en vormen het volksbeeld-archief. Samen met kunstenares Caveng heeft Volksbild foto’s van ingezamelde stukken hout voor het parketproject gecombineerd met amateurfoto’s uit de Volksbild-collectie. Dat heeft 24 bizarre en poëtische foto’s opgeleverd, iedere week gedurende het project één. Hier twee voorbeelden. Al het hout is verwerkt tot 4300 parketplankjes voor 120 vierkante meter parketvloer. Deze zijn als “sociale vloer” in het Museum Neukölln tentoongesteld (op sokken: toegang gratis). En die tentoonstelling heb ik weer gemist. Dat is het nadeel van Berlijn: er gebeurt meer dat je aankan….  Foto: Christian Reister Maar er is hoop! Want het Neuköllner Sozialparkett kan vanaf deze week bezichtigt worden in de Malzfabrik in de Bessemerstrasse 2-14 Ik ben niet zo'n fan van ‘sociale’ kunst, maar dit is wel een heel sterk project. Omdat het zo Berlijns is, parket. En natuurlijk omdat SOZIALPARKETTSTUBE een heerlijk (scrabble-)woord is.
Eigenlijk is het een uitgesproken lelijke straat. Met haar vier rijen verkeer; trams, vrachtwagens, bussen: het walhalla voor de fietser met suïcidale neigingen. De modescene heeft deze halve autosnelweg dwars door Mitte ontdekt. Alles eromheen is inmiddels gesaneerd, gerenoveerd, geverzuurstokkleurd, af, klaar, mooi zo. Behalve de Torstrasse, want die is te lelijk, te druk, te vol met auto’s. Niet alles hoeft mooi te zijn om goed en prettig te kunnen functioneren, godzijdank. De Torstrasse is niet chic en niet clean, maar alternatief en rauw; pure subcultuur. Een straat die nog niet in een hokje past, die nog niet is doodgedefinieerd of verconceptualiseerd. Een vergeten hoek van de stad. In DDR-tijd zijn de lege gaten volgeprakt met plattenbauflats die gelukkig nog niet zijn gerenoveerd en daardoor het karakter van de Torstrasse versterken. Een wandeling van begin tot eind van de Torstrasse duurt een half uurtje. Maar eigenlijk veel langer.
Wat is het geheim van de Torstrasse? Dat, omdat de straat zo onaantrekkelijk is, de huren laag zijn en dat trekt weer de leukste en bijzonderste winkels aan. Prada naast döner. Zo’n straat waar om tien uur ’s ochtends de bouwvarkens aan hun eerste biertje lurken. Goede smaak, slechte smaak. Alles in één straat. En daarmee allesbehalve saai.
 Torstrasse: boven oranje Spandauer Vorstadt De Torstrasse grenst de Spandauer Vorstadt af. Aan de andere kant van de Torstrasse begint het verhipte Prenzlauer Berg. De Torstrasse koppelt vijf voormalige stadspoorten aan elkaar, waar niets meer van te zien is: Prenzlauer Tor, Schönhauser Tor (alleen het lelijke jaren negentigkantoor heet zo), Rosenthaler Tor, Hamburger Tor en eindigt bij de Oranienburger Tor. Zo sluit de Torstrasse halvemaanvormig het oude Mitte af. Een wandeling. Dik twee uur vertier & plezier: Start op nummer 72, bij de Rosenthaler Tor/Platz, komend vanuit de Rosenthaler Strasse, Mitte. Op Torstrasse 72 is St. Oberholz te vinden. Dat is de geboorteplaats van de digitale bohème. De Rosenthaler Platz is bekend vanwege de verfactie op 25 april 2010, zie de video. In St. Oberholz kom je niet binnen zonder een Apple onder je arm. Ze verhuren vrij dure, maar mooie vakantiewoningen. Vanuit de Rosenthaler Platz bij St. Oberholz rechtsaf de Torstrasse in. Meteen het eerste contrast: café Pik-As, een kaartcafé, zit vrijwel direct naast het hippe St. Oberholz. En een korn (kruidenbitter) kost er maar € 1,- Op 94 zit Redesign Deutschland, een firma die naast meubels en boekenkasten ook een statement met 10 punten heeft hoe Duitsland positief te veranderen. No 74-berlin.com is gelegen op nummer 74, een winkel/galerie waar onlangs nog de Super Show van het mannenmodeblad Fantastic Man heeft plaatsgevonden. Schitterend Deens meubeldesign uit de jaren ’60 en ’70 is te vinden bij STUE op 70 Voor wie heel erg op zoek is naar Poolse posters: op 62 is PIGASUS, de poolse postergallery. Het fenomenale Kaffee Burger, waar de Russendisko Berlijn heeft veroverd zit op nummer 60. Al doorlopend kan het zijn dat je zool versleten raakt, of je veter breekt. Gelukkig is er de Shoereparatur met een etalage die sinds 1946 niet wezenlijk veranderd is. Dan is er in het kader van de contrasten op nummer 18 de imkervakhandel te vinden; zou je niet zeggen, want als bij zou ik de Torstrasse mijden, gezien de lucht door het zware vrachtverkeer. Bij de megakruising tussen Torstrasse en Karl-Liebknecht Strasse steken we links over en staan we recht voor het SOHO-house, het privé-hotel-club-restaurant-dakterras, waar onlangs Madonna logeerde en waarover ik eerder heb geblogd.  Zwembad op dak SOHO House Voor degene die hun liefdesleven wat willen oppeppen is op 3 Schwarzer Reiter gevestigd; een winkel voor luxury erotic lifestyle, zoals ze zelf zeggen. Gelukkig is op 32 weer de huurbeschermingsbond te vinden. En op 35 heeft de firma die in Flexkapital handelt een plekje gevonden. Bij classictattooberlin op 37 zit een te blond meisje met te oranje huidskleur in te strakke en te vale jeans te ongeïnteresseerd voor zich uit te staren. Wat zou dat eigenlijk zijn, een classic tattoo? Voor vermoeide voeten is er de Pantoffeleck (39), al 102 jaar allerlei soorten pantoffels; een essentieel onderdeel van het leven en wonen in Berlijn. Want na voeten vegen moeten de schoenen uit en pantoffels aan, anders kom je geen Berlijnse woning binnen. De Wiener Feinbäckerei: open vanaf 5 uur, op 49. Met een Geheimtipp voor na het uitgaan: éérst ontbijten, dán slapen. Gelukkig is er ook een flink links café op de hoek van de Tor- en de Christinenstrasse; Café Baiz dat adverteert met: ‘ kein Bex (= Becks Bier, het meestgedronken bier )kein Latte (= latte macciato, de lijfdrank van de yuppen, volgens linkschaoten )kein bullshit und dan auch noch selbstbedienung“. Ofwel: Berliner Schnauze (grote bek) in optima forma. Op 56 zit het exclusieve label Kaviar Gauche, dat van Dubai via Canada tot aan Tokio verkoopt. En voor de weinigen die Kaffee Burger niet vrolijk verlaten is op 67 de Happy Shop te vinden: alles met smileys en de betere modemerken. Op de hoek met de Gormannstrasse, op Torstrasse 83 zit de Odessa Bar. Goede bars zijn altijd op een hoek. Dit is wel een echte drinkgrot. Het fantastische architectuurantiquariaat Unterwegs zit op 93. Wie zich heeft verlekkerd aan mooie oude architectuurboeken kan dat ook doen in Haus Rosenthal, een oud Biedermeierpand dat ontwikkeld wordt op 95. Exclusieve lofts van 245 vierkante meter. Daar moeten flink wat boeken te stallen zijn. Op 106 is Möbel Horzon: een boekenkastenfirma die Ikea van de markt willen drukken. Die ironie, kunst gemengd met commercie, kenmerkt de Torstrasse. Humor heeft ook de preiswerte bestatter; Feuerbestattung ab € 435,- ofwel: Asgard Bestattungen op 109; de goedkope begrafenisondernemer; crematie vanaf € 435,-. Leven en dood, ze liggen in de Torstrasse dicht naast elkaar. Op`de kruising met de Weinbergsweg is de hosteleritis flink toegeslagen. het Circus Hostel, dat sterk figureert in het geweldige Berlin, techno und der Easyjetset van Tobias Rap, en daartegenover het net opgeleverde All Seasons hotel. Artek Kippis design, waar waar hedendaags en klassiek hand in hand gaan is te vinden op 147. Let op het gat tussen de nummers 153-157; een typisch Berlijnse brandwand. Heerlijk eten kan op 167 in restaurant Bandol sur Mer, niet alleen beroemd omdat Brad Pitt er wel eens at, maar omdat het minirestaurant zich in een voormalige dönersnackbar bevindt. Dat is nog te zien omdat de keuken middenin het restaurant staat. Aanrader. Hier is het een Frans hoekje want op 170 is Sur La Montagne een plek om te poetryslammen. Op 173 is de nogal exclusief uitziende Noto bar en restaurant te vinden, met vlak darnaast de al even exquise galerie/bloemenwinkel Brutto Gusto van de Nederlander Geer Pouls. Voor bijzonder eten kun je ook op 183 terecht bij Themrock. Met herinneringen aan de DDR in het interieur worden hier twee menu’s per dag aangeboden, Frans georiënteerd. Kale inrichting, maar charmant-chaotische bediening incluis. De Torstrasse kent zelfs een minibiergartentje, tegenover Tucholskystrasse, op 193. Ik zou er niet zo snel gaan zitten, maar ja. Hier is restaurant Tucholsky te vinden, of eigenlijk: restauration Tucholsky, voor ouderwetsch goede Berlijnse burgermanskost. Voor geen prijs, uiteraard: Riesen-Kohlroulade nach Alt-Berliner Rezeptur mit deftiger Specksoße und Petersilienkartoffeln voor maar € 9,90. Zeker weten dat je goed gevuld naar buiten gaat. Als een rollade. Op 201 is weer zo’n bizarre mix te vinden van galerie en design; het Design Panoptikum. Meubels, lampen, tafels, typemachines, bowlingtrofee’s, retrotelefoons, kasten, banken: alles van 1910 tot 2000 is er te vinden. En ook te huur.
Rondom nummer 205 staat de achtlagige steenstripsplattenbau uit de jaren tachtig soeverein te wezen. Bijna weer charmant. Ze trekt zich niks aan van de hele Torstrasse. Tartane op 225 is een aardig, bescheiden restaurant. En de Torstrasse zou geen Berlijnse straat zijn als er geen apotheek op de hoek zou zijn. Snel oversteken! Op 230 aan de overkant is Julia and Ben; een onafhankelijk Berlijns modelabel en winkel. Vlak naast 222 is het Burger House met alweer de tweede minibiergarten van de Torstrasse. Op 190 is het kantoor van Datenstrudel. Weer zo’n mengsel van design, kunst en commercie. Datenstrudel is bekend van hun geweldige project Standard Time, waar stevige werkmannen een houten digitale klok in real time iedere minuut aanpassen. Duitsers zijn volgens mij grotere brildragers dan Nederlanders. Dat bewijst Lunette selection op 172: hippe brillen! Het allerkleinste hotel –want 1 kamer- van Berlijn is neergestreken op nummer 170: hotel Minimal. Slapen kost er € 35,- Op 166 was ooit een interessant kunstproject; nu een van de vele leegstaande panden in Berlijn. Sjieke keukens op 140 van Bulthaup. Saai, duur en degelijk. Ook op 140: het Kinder Kaufhaus. Niet om kinderen te kopen, maar om spulletjes voor kinderen aan te schaffen. Op 134 is de Alte Seifenfabrik met de Be smartacademy te vinden, daar kan je je kind op de kleuterschool voorbereiden, zowel Engels- als Duitstalig. Dan zijn we weer bij het startpunt, de kruising met de Rosenthaler Strasse. De Torstrasse. Een straat waar sjiek en sjofel letterlijk op elkaar knalt. Eigenlijk een spectaculaire straat, zogezien. Enorm veelzijdig, onderhoudend, spannend, vernieuwend. En nu maar hopen dat niet iedereen de straat ‘ontdekt’, de investeerders in de rij gaan staan en de straat doodgesaneerd wordt. Met saaie concept stores tot gevolg. Daarom een dringende oproep aan eenieder die na het lezen van deze blogpost de Torstrasse gaat bezoeken en enthousiast wordt: vertel het geheim van de Torstrasse alleen door aan diegene waarvan je denkt dat het in goede handen is. Want: nur wer Berlin wirklich kennt kann es wirklich lieben.
Kunst, omdat het moet.
Zo luidde de titel van een alleraardigst televisieprogramma. "Belachelijke titel" dacht ik eerst. Zo defensief-agressief. Maar in huidige tijden eigenlijk helemaal niet zo gek bedacht. En de parallellen tussen Nederland en Duitsland zijn groter dan je zou denken. Want waar in Nederland een staatssecretaris probeert om uit alle macht te snijden in zogenaamde overbodige kunstsubsidies en daarmee de kunst onderuit haalt, perst in Berlijn een burgemeester met alle macht zijn plannetje voor een kunsthal dwars door alle programma’s en politiek heen.
Kunst moet altijd zo veel. Net als sport (sociale cohesie, bewegen, identiteit opbouwen, hangjongeren tegengaan). En architectuur, dat moet ook altijd heel veel. Kan iets niet gewoon Zijn?!? Als iets gewoon is, omdat het is, dan is kunst het wel. En tja, dat dat niet vanzelf gaat lijkt me logisch.
In Berlijn heeft van 2008 tot 2010 een tijdelijke kunsthal gestaan. Een blauwe doos met de charme van een bouwmarkt. Ik ben er nooit geweest (alleen in de horeca) en ik hoor wisselende reacties op de tentoonstellingen. Briljant, én mislukt. Maar dat credo gaat voor heel veel op in Berlijn. Of eigenlijk: dat tekent Berlijn. De tijdelijke kunsthal is weer afgebroken en aan Wenen verkocht.
De burgemeester vindt nu dat er een permanente kunsthal moet komen, voor hedendaagse kunst, met internationale uitstraling, liefst vormgegeven door een starchitect als Frank Gehry, Norman Forster oid. Tot nu toe is dat mislukt; geen enkele private investeerder ziet er brood in. Duidelijk een teken dat de bestuurders van deze stad geen enkele notie hebben van hoe deze stad functioneert. Nu heeft Wowi als alternatief voor die permanente kunsthal een eenmalige tentoonstelling beloofd over jonge kunst uit Berlijn die zomer 2011 open moet gaan. Met 100 tentoon te stellen werken van video, performance, beeldhouwwerken, fotografie en muziek, uitgezocht door een aantal internationaal bekende curatoren. Een “Leistungsschau” dat zich laat vertalen in: prestatieshow.
Dat schoot de Berlijnse kunstwereld finaal in het verkeerde keelgat; hoe durfde de socialistische burgemeester dergelijke rechtse retoriek als “prestatieshow” te gebruiken om de kunstwereld te prikkelen? Moet dan alles prestatie- en opbrengstgericht zijn? De kunstenaars klommen in de pen en schreven een Open Brief aan de burgemeester. Daarin stellen zij dat Berlijn weliswaar aantrekkelijk is vanwege de kunstwereld en de vrijheid die daarmee gepaard gaat. Maar dat de daarmee verbonden opbrengst en versterking van imago van de stad helemaal niet ten goede komt aan de kunstenaars zelf. Integendeel; door hogere huren en het verdwijnen van zelfgeorganiseerde vrijplaatsen verdwijnt de kunstwereld naar de randen van de stad. Door het woord “Leistungsschau’ te gebruiken wordt de kunst voor stadsmarketing en voor het vergaand economiseren van kunst geïnstrumentaliseerd, aldus de briefschrijvers. Alles in Berlijn is politiek, dat U het weet..
Ondertussen zijn 21 architectenbureaus uitgenodigd om in wedstrijdverband voorstellen te leveren hoe die tijdelijke Leistungsschau vorm te geven, zonder in de ‘white cube’-val te trappen (white cube: een lege, witte ruimte ofwel de traditionele manier om kunst te tonen, zie ook het zeer lezenswaardige boek van LA Group hierover: http://bit.ly/gsAGXI
Eind december is de uitslag van deze wedstrijd bekend geworden, behalve dat bekend gemaakt is wie er gewonnen heeft. Vaagheid, schimmigheid, non-professionaliteit hoe zoiets te organiseren kenmerkt deze ontwerpwedstrijd. Want inmiddels weet iedereen in Berlijn onofficieel allang dat bureau Raumlabor de wedstrijd gewonnen heeft. Raumlabor is bekend van het Berg-project; in de half afgebroken ruïne van het Palast der Republik bouwden zij een tijdelijke berg.
Het idee van Raumlabor is even simpel als briljant. Er is een modulair concept bedacht; aan het noordelijke havenbekken van de Humboldthafen, op een van de woestijnvlaktes die het Hauptbahnhof momenteel omgeven, ontstaat een modulair kunstenaarsdorp; een „Instant Art City“. Een veelkleurig en aanpasbare structuur van containers en vrachtwagens, doe-het-zelf-snel-klaar-huizen, blokhutten, partytenten, schepen en schermen wordt opgetuigd, die zich als een Duitse siedlung (woonwijk) ontwikkeld. Een kunstkermis, die niet blinkt en glanst.
 Humboldthafen. Het tijdelijke kunstdorp is gepland in de bocht van de haven. Een treffend commentaar op het Berlijnse stadslandschap, waar altijd en overal gebouwd wordt en wat altijd en overal in beweging is. Maar ook een bijtend commentaar op de huidige kunstmarkt, die verworden is tot een rommel- cq. vlooienmarkt waar de hoogste bieder de prijs van de kunstenaar bepaalt. Er wordt met deze bizarre vorm niet alleen fel commentaar op Berlijn en de kunstwereld geleverd, maar ook aangehaakt aan het no-budget-karakter van de huidige tijden. Want alle objecten (tenten, vrachtwagens et cetera) zijn gesponsord door Berlijnse bedrijven. Tot aan de Dixi’s aan toe. De overige oppervlaktes kunnen voor cultuursponsoring gebruikt worden. Raumlabor probeert met dit ontwerp noch verkiezingspropaganda (want september: verkiezingen in Berlijn) noch waardecreatie (=modern woord voor het oppimpen en voorkoken van onaantrekkelijke plekken) te bedrijven. Openheid en transparantie is volgens hen belangrijk.
Maar dat ontbreekt tot nu toe in het ontwikkelings- en wedstrijdproces. Briljant en mislukt?
Geplande opening is in juni 2011. We wachten af.
|