Bron: www.flaniereninberlin.eu
Dat u niet denkt dat ik stilzit, nu ons boek af is. Integendeel; ik ben juist meer buiten en meer op pad. U als trouwe lezer wil intelligent op de hoogte gehouden worden van Berlijns wel en wee, hip en nee. En daarvoor ga ik de straat op. Natuurlijk valt er veel actueels te vertellen. Over stijgende huurhoogtes, ruzies over geluidsoverlast, de opening van de vele strandbars et cetera. Toch waag ik het om de andere kant op te gaan en de noeste arbeid van vele Berlijnkenners uit het verleden met U te delen. Ik ga de komende tijd op dit blog verslag doen van het wegwerken van een stapeltje dat me al een lange tijd –sommige al meer dan een of twee jaar- verwijtend aankijkt. Dat stapeltje heet: interessante scripties en onderzoeken over Berlijn met een verrassende insteek. Het stapeltje bestaat uit: Afstudeerwerk 'De plantage van Berlijn' van stedenbouwkundige Jan Martijn Eekhof. Zijn afstudeerplan voor voormalig vliegveld Tempelhof koppelt de ontwikkeling van de stad aan de toenemende behoefte om voedsel dicht bij de stad te produceren. Zijn plan heeft terecht de architectuurprijs Archiprix 2011 en de stedenbouwNUprijs 2012 gewonnen. 'Flaneren door nothingness; Berlijns’ openbare ruimten tot 1989 vanuit hedendaags perspectief' Een lijvige masterscriptie van Madelief ter Braak. De masterscriptie gaat in op de rol van de openbare ruimte in Berlijn als verscheurde stad door de tijd heen. Zij ziet die verscheurdheid als een constante.
'Blockbuster, de Kreuzberger Mischung herzien' is het afstudeerwerk van architect Hans Ringenier, genomineerd voor de Archiprix 2010. Een onderzoek naar de bouwblokkenstructuur in Berlijn-Kreuzberg, de Kreuzberger mischung (mix) resulterend in een ontwerp voor een nieuwbouwbouwblok in Kreuzberg. Op het Cuvryvelde. Daar gaat de volgende scriptie ook over: 'The Cuvrybrache as free place; the diverse meanings of a waste land in Berlin' is de titel van de afstudeerscriptie van stadsgeograaf Jan van Duppen uit 2010; een onderzoek naar gebruik van de Cuvrybrache in Kreuzberg. Ja, dat is dat stukje land waar het GuggenheimLab vanuit New York in Berlijn wilde neerstrijken, maar van af zag na protesten. Alle genoemde publicaties hebben gemeen dat ze over de ruimte in Berlijn gaan, net als dit blog. Daarnaast zijn ze sterk geschreven, mooi vormgegeven en nodigen uit om te lezen, te bezinnen en te verdiepen. Dat is hard nodig in tijden als deze, waar vanwege de crisis iedereen in blinde en dove paniek om nieuwe visies en instant pasklare oplossingen roept. Of wil aanpakken. Of stevig wil door pakken (arme Door). Hou de site maar in de gaten voor uw driedagelijkse dosis contemplatie.
De emoties lopen hoog op en de krantenkoppen logen er niet om, in de discussie over het afzeggen van de locatie in Kreuzberg door het GuggenheimLab. Dat is een combinatie van het Guggenheim-museum, dat samen met autobouwer BMW een experimenteel lab heeft ontwikkeld. Dat lab heeft een tijdje in New York gestaan en was op weg naar Berlijn. Daar zou het op de locatie Pfefferberg in Prenzlauer Berg neerstrijken en onderzoek doen, samen met buurtbewoners, naar nieuwe ideeën voor de stad. Maar de locatie Pfefferberg stond Guggenheim niet aan. Daarom kozen zij voor de Cuvrybrache, een grote lege kavel aan de Cuvrystrasse, hoek Schlesische Strasse in Berlijn. Een bijzondere plek; de waarde van de Cuvrybrache voor de buurt en stad is al eens scherp en intelligent onderzocht door Jan van Duppen, klik hier en hier. Die keuze leidde al tot fijne opmerkingen die de strijd tussen de verschillende buurten in Berlijn aanwakkert: “Prenzlauer Berg ist tot. Guggenheim Lab zieht nach Berlin-Kreuzberg”. De Cuvrybrache is een welbekende plek, al was het maar vanwege de enorme muurschildering van graffiti-artiest Blu (zie fillempie). Het GuggenheimLab presenteert zich als multidisciplinair ontmoetingscentrum met als doel om toekomstgerichte oplossingen te vinden voor het leven in de stad. Na New York en Berlijn is Mumbai aan de beurt. Het overkoepelende thema is “Confronting Comfort”. Vanuit Berlijn was er hier en daar al kritiek op de “opgeblazen thema’s” die Guggenheim aan de orde stelt, en de vraag of discussie- en gemeenschapscentra nu daadwerkelijk door de automobielindustrie en wereldwijde ‘franchise’-musea als het Guggenheim gesponsord moeten worden. Niets bijzonders, daar is het Berlijn voor; de kritische blik altijd paraat, en vaak genoeg ook nog gerechtvaardigd. Zoals de opmerkingen dat Berlijn nu net niet de stad is waar het aan initiatieven die de stad ter discussie stellen ontbreekt. Dat zou je eerder in Amsterdam nodig hebben, waar het lijkt alsof de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de stad zich bij menigeen beperkt tot: “waar kan ik hier mijn auto/fiets/scooter kwijt?” GuggenheimLab op weg naar Berlijn Maar dat Guggenheim nu wegens bedreigingen de locatie Kreuzberg laat schieten gaat menigeen te ver.“ Linksextremisten vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Tagesspiegel), “Kreuzberg vergrault Guggenheim” (Berliner Zeitung), “Autonome vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Die Welt), “ BMW fährt in Berlin-Kreuzberg gegen die Wand” “ Guggenheim kapituliert in Kreuzberg” (Mitteldeutsche Zeitung) (Bron & Danke, GentrificationBlog) En hoe kijkt de politiek er tegenaan? Die liggen rollebollend over straat, het lijkt wel of ze het leuk vinden om via Guggenheim eigen discussies te kunnen uitvechten. Zo verwijten de partijen die aan de macht zijn (SPD &CDU) de oppositie dat zij het terugtrekken van Guggenheim geen probleem vinden. De oppositie verwijt de regerende partijen weer niet goed te hebben nagedacht. Want de burgemeester en wethouders waren er als de kippen bij om te roepen hoe slecht dit wel niet voor Berlijn is. Frank Henkel van het CDU heeft begin deze week de brandende knuppel in het hoenderhok gegooid door de Chaoten in Kreuzberg (mensen die overal tegen zijn, desnoods met geweld, en die volgens velen met geweld tegen ’t GuggenheimLab hebben gedreigd) als risico voor Berlijn te benoemen. En dat is tegen het zere been van de (linkse) oppositie. De Piraten hadden het beste en meest genuanceerde antwoord op Henkel: niet iedere investeerder die voor Kreuzberg kiest veroorzaakt gentrification, net als niet iedereen die tegen Guggenheim is, een tot geweld neigende linkse Chaoot is. Bron: http://cuvrybrache.blogspot.de/ Maar ja, wie is er nu echt dom in deze discussie? Guggenheim, omdat die, totaal naïef, voor Kreuzberg heeft gekozen? Dat is zo’n beetje als tijdens Ajax-Feyenoord je glasverzameling tentoonstellen op de ArenA-Boulevard: vragen om problemen. De actievoerders van de actiegroep “BMW- NEE!” die zich haasten om te zeggen dat zijn dan wel tegen zijn, maar nooit of te nimmer geweld zouden willen gebruiken? De tegenovergestelde actiegroep Kreuzberg ProGuggenheim, die dachten met het oprichten van een actiegroep en website de Chaoten te overtuigen thuis te blijven? Of die links-alternatieve Chaoten, die nu euforisch zijn en denken dat ál hun protest succes zal gaan hebben, en zich al handenwrijvend opmaken voor het protest tegen de aanstaande verhuizing van Daimler-Benz naar de Spree? De Kamer van Koophandel, die naïef roept dat bedrijven nu niet en nooit meer voor Berlijn zullen kiezen? Ik vermoed iets heel anders. Dat Guggenheim/BMW van de marketing en communicatiegeneratie is die denkt: ‘het maakt niet uit wat ze zeggen, als ze maar over je praten’. En dat is gelukt, want je leest overal de woorden ‘Guggenheim’ als krantenkop en hoort “Chaoten” in televisieprogramma’s. Goed gedaan, afdeling marketing. Mijn boze theorie wordt bevestigd door een aantal buurtburgemeesters, die met Guggenheim te maken hebben gehad, en die telkens met lege handen stonden als Guggenheim toch niet voor hun buurt koos. De burgemeester die de locatie Pfefferberg beheert weet nog steeds niet waarom Guggenheim heeft afgezegd. Een beetje rondshoppen en rommel maken, dat is wat ze doen. En als lachende derde Berlijn verlaten. Zo zijn we niet getrouwd, Guggenheim. Sla Amy er nog maar eens op na, om te weten hoe het hoort. http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoe_hoort_het_eigenlijk%3FEn zo heeft de komst van het GuggenheimLab dan toch –wellicht heel anders dan bedoeld- bereikt waar ze voor staan: discussie over de toekomst van de stad. Zelfs zonder GuggenmeimLab. Een goede les voor alle politici die bij het woord Guggenheim spontaan visioenen krijgen dat met de komst van een Guggenheim hun dorp/stad eindelijk “op de kaart wordt gezet”.
Misschien een vreemde vraag en misschien moet ik zoiets op Twitter vragen, maar waarom zijn er in Nederland geen overdekte markthallen? Van die hallen waar handelaren hun waar aanprijzen, zonder dat je nat wordt, of wegwaait? Ik ken ze uit andere landen, maar in Nederland schijnt het niet te mogen(?) voorkomen. En ja, ik weet het, er wordt er momenteel in Rotterdam een gebouwd, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. In Berlijn is stadsbouwmeester Hermann Blankenstein de grote markthallenbouwer geweest. Hij heeft tussen 1890 en 1900 veertien markthallen ontworpen. Basis voor de markthallenbouwgolf was het besluit uit 1883. De hygiënische omstandigheden bij markten zouden beter te controleren zijn in van gemeentewege opgerichte markthallen. De snel groeiende Berlijnse bevolking was een tweede reden om de markthallen te bouwen: vele monden moesten gevoed worden. Opvallend verschil tussen andere echte landen en Duitsland: waar in andere landen vaak één centrale markthal is gebouwd (zoals de geweldige Mercat de la Boqueria in Barcelona) werden er in Berlijn meteen veertien gebouwd. Anno 2012 zijn van de veertien markthallen momenteel alleen de hallen VI, IX, X en XI. nog in gebruik. De rest is ten onder gegaan aan oorlog, concurrentie, vernieuwing of wegblijvende klanten. Zo is Markthalle Xll, die in 1890 geopend werd al in 1898 wegens gebrek aan koopkracht gesloten. Sommige markthallen zijn nog duidelijk als zodanig herkenbaar, zoals de Marheineke Markthalle (nummertje Xl), die in 2007 compleet verbouwd is en nu met meer dan 50 verschillende winkels een paradijs is voor de fijnproever. Middenin de Bergmannstrasse heeft deze markthal weten te overleven. Deze hal is bespaard gebleven wat Markthalle Vl wel is overkomen: van buiten mooi gebleven, van binnen ‘totsaniert’ ofwel doodgerenoveerd (dat woord mag wat mij betreft ook in Nederland worden ingevoerd, geld helaas voor heel veel oude gebouwen in Nederland). Aan de buitenkant oud, maar binnenin is een ordi supermarkt te vinden. Een soort omgekeerde facelift, waarbij de buitenkant wordt opgejongd maar de binnenkant verouderd. Facadisme waar niemand wat aan heeft. Andere markthallen zijn gedemonteerd en in andere plekken hergebruikt, zoals Markthalle Vll, waarvan delen zijn geïntegreerd in de bebouwing op de Legiendamm en waar nu een fijn simpel Berlijns restaurant te vinden is, dat -hoe toepasselijk- Zur kleinen Markthalle heet. Bijzonder is de Arminiushalle, ofwel Marthalle X, die is omgebouwd tot ‘Zunfthalle’; ofwel een ‘derde’ plek zoals ze het zelf noemen;een plek waar je oude ambachten opnieuw kan beleven, zoals de Brewbaker-brouwerij, waar ambachtelijk bier wordt gebrouwen. En er is nog meer. Want hoewel Markthalle IX in Kreuzberg half afgeragd nu slechts een KiK en een Aldi herbergt, wordt deze hal stap-voor-stap getransformeerd. Hiertoe is in 2009 een projectgroep opgericht die van de markthal weer een sociaal, economisch en cultureel middelpunt van de buurt wil maken. De markthal was in de uitverkoop gedaan door de Berliner Grossmarkt (BGM) die van de hal afwou. Eenieder die wil kon zich inschrijven bij verkoop. Doel van de projectgroep was om te voorkomen dat de markthal door de hoogst biedende partij zou worden gerenoveerd tot veredelde supermarkt, iets dat andere markthallen zoals de Ackerhalle helaas is overkomen. Hiertoe hebben zij een plan gemaakt en dat onder de ogen van de politiek geduwd om met hun concept de politiek ervan te overtuigen voor kwaliteit in plaats van geld te gaan. En voro de verandering deed de politiek dat eens een keer.  Foto: Elke Aubron De Markthalle IX is door de BGM van frutsels ontdaan waardoor de hal tijdens de inschrijvingsperiode voor de verkoop al tijdelijk gebruikt, onder meer door de Prinzessinnengarten, die er een perfecte overwinterplaats vond voor haar mobiele plantentuin. Koffie drinken tussen de rode kool. Doel van de projectgroep is om handelaren naast elkaar hun waar te laten aanbieden: van de Turkse slager tot aan de biotuinier uit Brandenburg en de Libanese broodbakker tot aan de Berlijnse bloedworstproducent. Geen gezichtsloze supermarktketen met slecht of van dat door Albert Hel voorgesneden en half voorgekookte eten. De markthal wordt zo (opnieuw) een platform waar regionale producenten hun producten aanbieden. Het idee is om een stad in een stad te verkrijgen; een microkosmos met grote variatie door de veelzijdigheid van klanten en producten. Bij het componeren van het concept is de projectgroep ondersteund door het Berlijnse architectenbureau Raumlabor. Zij hebben samen met een groep internationale architectuurstudenten een flexibel systeem ontworpen waarmee de handelaren in de hal hun waar kunnen aanprijzen. Heel erg knutselig, heel erg Berlijns. Ziehier het leuke en grappige flipje op Vimeo.
Concept van Raumlabor
Andere activiteiten die er hebben plaatsgevonden om de aandacht weer op de markthal te richten waren de bijeenkomst "Kiez trifft Region" waar regionale (kleine) handelaren hun waren konden aanbieden aan de Kiez (buurt). Of Terra Madre (sanenwerkingsverband van ecologische voedselhandelaren) die in samenwerking met de Berlijnse afdeling van de Slow Food beweging een middag over eten organiseerden. Ziehier voor Vimeo-filmpje. Heel uniek was CHEZ ICKE, een innovatief café/theater/feestproject. CHEZ ICKE is bedoeld zoals eigenlijk iedere goede bar: woonkamer en een podium voor gasten tegelijk. Daartoe is in de Markhalle een huiskamerbar gebouwd, waar je, net als in een gewoon café, wat kon drinken. Tegelijkertijd traden er toneelspelers, muzikanten én de barvatar op. Niet zo bijzonder hoor ik U zeggen, maar het bijzondere zat ‘m in dat je interactief per live-stream thuis vanuit je luie stoel achter je laptop alles kon meemaken wat er in de bar gebeurde. En daar komt de barvatar om de hoek kijken; die kijkt, drinkt, doet, praat voor jou. Via een chatfunctie is de barvatar aan te sturen. Met andere woorden: via de chat kun je de barvatar opdrachten geven. En de best-of-chatters maken een kans een plaats te krijgen in de Stammtischcharts (stamtafelcharts). Renovatie staat op het programma en angst voor een Beeldkwaliteitplan of monumentengezeur is er bij de projectgroep niet. Is ook niet nodig, want de liefde voor de oude hal is groot, daar kan geen regel uit welk beeldkwaliteitplan tegenop. Daarbij komt dat er wel veel werk is te doen, want de BGM heeft de Markthalle lX duidelijk „abgewirtschaftet” dwz: er niets meer aan onderhoud gedaan sinds een jaar of tien. En ook is door de BGM geen enkele poging gewaagd om een concept zoals dat er nu ligt tot stand te brengen. Daarvoor is de afstand van het kantoor van de BGM tot aan de lokale handelaren en kopers in Kreuzberg letterlijk en figuurlijk te groot. Bij Markthalle lX is de typische mix-van-nu aan het ontstaan: ondernemerschap mixt er met kunst mixt er met uitgaan mixt er met sociaal engagement; met vernieuwende ideeën, met vervagende branches en een hoop positiviteit. Een markthal die zich afkeert van de eenheidsbrij van goedkope supermarkten en aan vele kleine handelaren een platform biedt. Een plek met een symboolkarakter voor de grote verscheidenheid die Kreuzberg kenmerkt; de combi van economische creativiteit en sociale integratiekracht. Je zou willen dat dingen vaker zo gingen. Markthalle lX Eisenbahnstrasse 42/43 Berlin-Kreuzberg
Voorlopig alleen warenmarkt op vrijdag en zaterdag Check de facebooksite voor activiteiten hier
Geluidsoverlast, vervuilde straten en plantsoenen, huurstijgingen, (te) goedkoop bier, partygangers en veel te veel toeristen. Hierover klagen de bewoners van Kreuzberg, Friedrichshain en Prenzlauer Berg. Het afgelopen jaar is de ontevredenheid van de bewoners van die drie wijken toegenomen. Daardoor ontstaan er steeds meer discussies over de overlast veroorzaakt door partygangers en toeristen. Regelmatig worden er discussieavonden georganiseerd waarbij gesprekken tussen bewoners, bestuurders en toeristenbureaus plaatsvinden. Op deze manier kunnen de bewoners hun ei kwijt en proberen de bestuurders een oplossing voor de problemen te vinden.
Heet, té heet is het volgens de bewoners van de Lehnbachplatz in Friedrichshain. Dit is een plein dat pal naast station Ostkreuz ligt; bedoeld voor de buurt om te kunnen chillen. Maar het plein wordt overdag vooral overspoeld door studenten en zogenaamde ‘Assis’:mensen die zich van niets en niemand iets aantrekken en regelmatig overlast veroorzaken. De studenten zijn veelal afkomstig uit de wijk zelf en hangen hier rond vanwege de vele kleine goedkope winkeltjes waar bier voor 50 cent gekocht kan worden. En alsof dat voor de bewoners nog niet genoeg is: ‘s nachts zijn het de partygangers die het plein bezetten, voor geluidsoverlast zorgen en het plein vervolgens achterlaten met een spoor van halfkapotte drankflessen. Volgens de bewoners zijn de Spätis (de Spätkauf; winkels waar je de hele dag door dat kan kopen wat je in de supermarkt vergeten bent) de grote boosdoener; in de nabijgelegen Sonntagstraße zijn al meer dan vier Spätis waar een halve liter bier op fles voor 50 cent gekocht kan worden. Daar hebben de bewoners gneoeg van; er is sprake van anarchie; er wordt teveel vrijheid gegeven en er is te weinig controle in de wijk. Politie zie je hier namelijk niet; aldus boze Friedrichshainers.
 Chillen op de Lenbachplatz bij Ostkreuz Ondanks deze klachtenregen van de bewoners zien de stadsbestuurders deze problemen niet. Zij spreken juist van verbetering van de wijk en zien de positieve kanten van de grote toeristenstroom, namelijk geld. Er is hier duidelijk een verschil van mening over de daadwerkelijke situatie en problemen. Dit maakt het oplossen niet makkelijker als niet alle neuzen in dezelfde richting staan.
Niet alleen in Friedrichshain/Ostkreuz is het bal. Het stadsdeel heeft al in november 2010 de nieuwbouw van hostels in Friedrichshain beperkt. Maar ook aan de overkant van de Spree dreigt het uit de hand te lopen. Ook in Kreuzberg zijn problemen met toeristen. Want –aldus de bewoners aldaar- waarom wordt er wel veel geld gestoken in de bouw van hotels/hostels maar is er een groot tekort aan kinderdagverblijven? Het stadsbestuur zal wel denken dat toeristen meer koopkracht hebben dan kinderen. Bijna drie miljoen overnachtingen per jaar heeft het stadsdeel Friedrichshain-Kreuzberg ondertussen op zijn naam staan. Dit aantal rijst de pan uit en vergt zowel voor de stad als voor de bewoners veel. In Friedrichshain-Kreuzberg zijn op dit moment 36 hostels te vinden tegenover 18 hostels vijf jaar geleden. Dit houdt een stijging van 100% in. Bij de hotels gaat het om een stijging van 18,2% in vijf jaar tijd.
Met de titel: ‘Hilfe, die Touris kommen!’ is dit jaar al een discussieavond in Kreuzberg gehouden. Op uitnodiging van de Grünen werd de mogelijkheid gegeven om met stadsbestuurders van de sector economie en toeristenwerver ‘Visit Berlin’ te discussiëren over de uitwerkingen van het toerisme op de wijk. Dat leverde pittige discussies op. En niet alleen dat. Want in de wijk hebben een aantal mensen er iets op gevonden om toeristen duidelijk te maken dat ze in de wijk niet welkom zijn. Regelmatig zijn stickers met daarop ‘Berlin liebt dich nicht’, -met een doorgekruist rood hart- op lantaarnpalen, muren van cafés of op vuilnisbakken geplakt. Reisorganisaties vrezen dat de vele discussies en de vijandelijke houding van de bewoners kunnen leiden tot beschadiging van het imago van Berlijn als toeristenstad.
En de Berlijners zelf? Die trekken er zich er niets van aan. En zou Berlijn niet zijn als er niet inmiddels een tegenstickeractie is: een sticker met daarop de tekst: “Berlin liebt euch doch”.
Berlijn houdt toch wel van jullie.
Dit is een bijdrage van Wahlberlinerin Margit Cevaal. Zij zal de komende tijd als gastbloggeres regelmatig een blogpost schrijven.
De eerste weken van januari ligt het (culturele) leven van Berlijn behoorlijk op zijn gat. De stad heeft een feestdagenkater. Straten zijn vies door een mengsel van half gesmolten sneeuw, hondepoep, vuurwerkresten en gravel, dat hier gestrooid wordt tegen gladheid. De kerstversiering is weer opgeborgen. Dat maakt de stad een stuk donkerder. De sneeuw is gesmolten. Dat maakt de stad een stuk grijzer. En Berlijn is al zo donker en grijs in de winter. Nu is er een dik wolkendek over de stad heengeschoven waar chagrijnige regen uitvalt. Niemand heeft zin in iets. Niks geen weer om lekker de stad te verkennen.
Aan de andere kant… langzamerhand ontwaakt de stad weer. Vanaf volgende week dinsdag strijkt het internationale modegebeuren Bread & Butter neer. Dat is een modebeurs voor Street & Urban Wear. Gelukkig heb ik geen verstand van mode, dus hoef ik daar niet heen. Hoewel de locatie van de beurs –voormalig vliegveld Tempelhof- altijd het bezoeken waard is. Al was daar een conferentie over het prenataal tatoeëren van hoogbegaafde embryo’s bij transgender tweedekansmoeders dan ging ik er nog heen.
In het kielzog van de modepopjes trekt een opvallende reeks van concerten en tentoonstellingen door de stad. Zo treedt de fashion-punkband Bonaparte op, organiseert het modemerk Rich & Royal de “Save water, drink Champagne”- campagne en is er de Sport & Street Homie Sweet Homie Party.
Wat wellicht echt de moeite waard is, is de tentoonstelling van foto’s van Juergen Teller. Deze tentoonstelling –Paradis- geheten, opent vandaar in Galerie Johann König. De Duitse Teller is modefotograaf in Londen en heeft een serie (naakt-)fotografie gemaakt met o.a. Charlotte Rampling in het Parijse Louvre. Van 15 tot 29 januari te zien in Galerie Johann König, Dessauer Strabe 6-7.
 Charlotte Rampling speelt piano in het Louvre. Foto: Juergen Teller Iets anders, maar net zo interessant is het retrospectief over Billy Wilder in bioscoop Babylon Mitte. Wilder is geboren in Sucha, dat nu Sucha Beskidzka heet; dat vroeger in Oostenrijk-Hongarije lag, maar nu tot Polen behoort. Met zo’n achtergrond genoeg stof om goeie films te maken, lijkt me. Wilder was journalist in Berlijn, maar vertrok/vluchtte in 1934 naar Amerika. Zijn affiniteit met Berlijn is groot; "Ich habe noch drei Koffer in Berlin" schreef hij ooit bij een foto. Waarmee hij altijd twee koffers voorliep op veel andere Berlijnemigranten. Beroemd is Wilder's film “Some like it hot” met Marilyn Monroe. Maar Wilder heeft ook films gedraaid met Berlijn in de hoofdrol, zoals in 1948: A foreign Affair. In deze film bezoekt een delegatie uit Amerika het gebombardeerde Berlijn om een onderzoek in te stellen naar de moraal van de Amerikaanse troepen die in Berlijn de orde moesten handhaven. Dat lukt niet helemaal; per ongeluk komen zij in de illegale nachtclub Lorelei terecht, waar Marlene Dietrich de barzangeres is. Haar lied “Ruins of Berlin` begint met 'A brand new Spring is to begin out of the ruins of Berlin'. Deze ‘ruins’ zijn in de film zeer nadrukkelijk te zien. Kijk maar naar het filmpje; vanaf 3:35 is het zicht op gebombardeerd Berlijn vanuit het vliegtuig te zien. Herkenbaar is de ruitvormige Moritzplatz in Kreuzberg.
De dampende stem van la Dietrich haalt ons uit onze december-vleesdagen-kater en zorgt dat we Berlijn en al haar evenementen weer gaan omarmen. Desnoods als opvallende modeverschijning.
 Foto: Betahaus Alsof alles op zijn plaats viel. Zaterdag 20 maart was ik met het Amsterdamse bureau Nieuwe Maan op bezoek bij het Betahaus in Kreuzberg. Nieuwe Maan had onder de noemer City Wise een aantal Amsterdamse straat-, buurt- en projectmanagers uitgenodigd om de Berlijnse creatieve industrie te besnuffelen. Het Betahaus was een van de onderdelen die we bezochten (naast een bezoek aan het woonwagendorp Laster und Hänger, daarover in een later blog meer).  werkruimte Betahaus. foto: Stipo In het Betahaus werden we enthousiast rondgeleid door een medewerker. En dat enthousiasme sloeg over op de groep. Want wat maakt het Betahaus zo bijzonder? Het Betahaus is een bedrijfsverzamelgebouw, oneerbiedig gezegd. Misschien eerder een bedrijfs gezamelgebouw. Want als ‘werknemer’ kun je er ruimte, of een bureau huren voor een dag, een week, een maand of langer. Superflexibel en superhandig. Want het Betahaus combineert een aantal aspecten die Het Nieuwe Werken kenmerkt. Het Betahaus is een verfrissende cocktail van een ouderwets Weens koffiehuis waar de beau monde elkaar ontmoette, en van bibliotheek, café met gratis WiFi, kantoor en campus. Er zijn rustige gedeelten om geconcentreerd te werken, maar ook ruimtes om samen te kunnen werken, waar getelefoneerd (en hard gelachen) mag worden. In totaal zo’n 1000 vierkante meter, met uiteraard printers, scanners, internet en telefoon. Het Betahaus is van mening dat waarde niet meer in de ouderwetse, klassieke kantoren wordt ontwikkeld. Waardeontwikkeling vindt plaats op verschillende plekken, op verschillende tijden, en in verschillende samenstellingen, zonder vaste aanstelling. Een deel van het werk wordt gedaan in de virtuele wereld, maar mensen zijn en blijven op zoek naar de fysieke en reële wereld, waar zij hun werk kunnen doen. Maar die moeten wel flexibel en innovatief en prikkelend zijn. En op die vraag is het Betahaus ingesprongen. En prompt stond in Der Tagesspiegel van zondag 21 maart een nieuwe lente, een nieuw geluid. Ofwel: een artikel over Het Nieuwe Werken met als titel: het café als kantoor. Er zijn in Berlijn (vooral in het hipperige Mitte en Prenzlauer Berg) talrijke cafés waar meer laptops dan klanten zijn te zien, met Sankt Oberholz als heilige der heiligen. Veel cafés doen dienst als kantoor. Andersom gebeurt al veel langer, denk maar aan de VrijMiBo’s (voor wie dat niet weet: de vrijdagmiddagborrel, vooral geliefd en gebezigd op reclamebureaus) De Tagesspiegel signaleert een stille revolutie: Duitsland verandert van industrie- naar dienstenland. Dat is in Nederland natuurlijk allang geen nieuws, omdat Nederland al veel langer geleden deze omslag gemaakt heeft. Bij deze ontwikkeling hoort dat het kantoor mobiel wordt. En je mobiel het kantoor. Het Betahaus is een mooi voorbeeld van deze ontwikkeling. Vanaf € 12,- per dag en voor € 45,- per week kan je een werkplek huren. Strippenkaarten voor twaalf keer werken zijn ook te koop, net als 24/7-werkplekken, want de moderne laptopprojectwerker stopt niet om 17.30. De koffiemachine is geleverd door een Italiaan, die ook werkruimte huurt in het Betahaus. Alleen al voor de goeie koffie interessant, die tweemaal daags bij je werkplek geserveerd wordt. En het café op de begane grond heeft ook een buurtfunctie. Met een mooi schoolbord beschreven door Anna Lena Schiller. Betahaus, Prinzessinnenstraße 19-20, Moritzplatz Kreuzberg. Iedere dinsdag 17 uur en donderdag 11.30 uur rondleidingen voor gegadigden. Een dagje oefenwerken is toegestaan. http://www.betahaus.de/
Klinkt ‘n beetje als dingflofbibs en voor wie dat niet meer weet: dat was de afkorting van de landen die allemaal met de Euro meededen in 2002. Maar dit gaat over iets anders. Iets dat geflopt is. En dat kunnen we –ondanks de financiële situatie van Griekenland op ’t moment- nog niet van de Euro zeggen. In Kreuzberg -de actiewijk van Berlijn waar links en alternatief hand in hand gaan- heeft een ondernemer het aangedurfd om zogeheten carlofts te bouwen. Op de hoek van de Reichenberger- en de Liegnitzer Strasse is een nieuwbouw-wooncomplex gebouwd waar de auto letterlijk voor de deur geparkeerd kan worden. Letterlijk, want ook als je op vier of vijf hoog woont is er een lift die er voor zorgt dat je auto voor de deur kan staan. En alles is elektronies zo te regelen dat na je slok koffie cq. ontbijt je auto keurig voor de deur op je wacht.  Tot zover niets aan de hand. Dergelijke concepten komen spaarzaam, maar wel meer voor, bijvoorbeeld op IJburg in blok 23 van VMX Architecten. Maar daar wordt het project niet voordurend belaagd. In Kreuzberg wel. Want de carlofts zijn uitgegroeid tot hét symbool van de veryupping van de buurt. Met oppervlakten van 224 tot 539 vierkante meter en een koopprijs tussen € 450.600 en € 1.500.000 zijn ze een vreemde eend in Kreuzberg. Gevolg: verfbommen, ingegooide ruiten en een spectaculaire paspopactie waarbij een gewapende paspop de ontwikkelaar, bouwers (en buurtgenoten) angst aanjoeg (zie foto hieronder). Daarna: camerabewaking en opvallend vaak surveillerende politieauto’s. Wat nog meer kwaad bloed bij de Kreuzbergers veroorzaakte.
 De ontwikkelaar heeft al toegegeven dat hij –mocht hij nog meer carlofts willen bouwen- dit nooit van zijn hele leven in Kreuzberg zou doen. Lang niet alle woningen zijn verkocht; van de 11 woningen zijn er twee verhuurd. Maar dat kan ook te maken hebben dat het project op een net-niet locatie staat. Net niet bij leuke winkels, net niet aan het water (op 200 meter ligt de schitterende Paul Lincke Ufer langs het Landwehrkanal), net niet aan een mooi plein, maar aan een een-in-een-dozijnkruising in Kreuzberg.
 Grappig/cynisch is het commentaar op de webstek van de carlofts over het mogelijke brandgevaar van de auto voor de deur: Die Brandlast durch Fahrzeuge ist vernachlässigbar. Selbst im Brandfall explodieren Fahrzeuge i.d.R. nicht. Ofwel: brand door je auto in de fik vliegt is verwaarloosbaar. Want zelfs bij brand exploderen auto’s over het algemeen nauwelijks.
In Kreuzberg zijn het niet de auto’s die exploderen, maar de licht ontvlambare linkse actievoerders.
Berlijn is de demonstratiehoofdstad van Duitsland, volgens de Tagesspiegel. Het jaar 2009 was een recordjaar wat betreft het aantal protestacties. De ene keer tegen oorlog, de andere keer tegen bont. En het is niet altijd vlekkeloos verlopen. Met 2.754 demonstraties loopt Berlijn sterk voorop op andere steden in Duitsland. Boeren tegen een hogere levensmiddelenprijs, studenten tegen slechte studieomstandigheden, anti-atoomenergiedemonstranten waren overduidelijk in Berlijn aanwezig. Om over de all time favourite Israel-Palestina maar te zwijgen. De kosten worden op € 60 miljoen geschat. Van de 2.754 worden er 16 'niet vreedzaam' genoemd. Zoals de bekende 1-mei-demonstraties, die traditiegetrouw uitmonden in (hevige) rellen, vooral in Kreuzberg. Een paar minuten na het begin van deze demonstratie vlogen er al massaal stenen door de lucht richting de politiemacht. Reden voor een senator van Berlijn om te pleiten voor het asfalteren van alle straten in Kreuzberg, ter voorkoming van stenenregens op 1 mei. Extreem links wordt als boosdoener aangewezen en als aanstichters gezien van gewelddadige demonstraties. Naast demonstraties zijn de linksextremen (vermoedelijk) actief in het aansteken van dure auto’s, vooral in Prenzlauer Berg, Friedrichshain en Kreuzberg. Lukt het de politie nog aardig om de vele demonstraties op orde te houden; bij de autobranden is dat veel moeilijker. Dat blijkt uit het incident vorige week, waar een als dakloze verklede agent probeerde autoaanvallers op heterdaad te betrappen. Hij werd door een stelletje bezopen pubers zo agressief belaagd dat hij zijn dienstwapen trok en een van de klapwiekende pubers in zijn been schoot. Gevolg: een uur lang een helikopter boven de stad. Dat doet de politie nu nooit als er weer ‘s auto in de brand staan. Gelukkig is er nog steeds de webstek Brennende-autos, waarop alle brandaanslagen op auto’s in Berlijn minutieus worden bijgehouden (Duitsers houden van ordenen). De teller staat op dit moment op 494. Nog niet zoveel als het aantal demonstraties, maar toch…. Alsof een brandende auto niet slecht is voor de CO2-uitstoot!
|