GuggeNein

03/22/2012

1 Comment

 
De emoties lopen hoog op en de krantenkoppen logen er niet om, in de discussie over het afzeggen van de locatie in Kreuzberg door het GuggenheimLab. Dat is een combinatie van het Guggenheim-museum, dat samen met autobouwer BMW een experimenteel lab heeft ontwikkeld. Dat lab heeft een tijdje in New York gestaan en was op weg naar Berlijn. Daar zou het op de locatie Pfefferberg in Prenzlauer Berg neerstrijken en onderzoek doen, samen met buurtbewoners, naar nieuwe ideeën voor de stad.

Maar de locatie Pfefferberg stond Guggenheim niet aan. Daarom kozen zij voor de Cuvrybrache, een grote lege kavel aan de Cuvrystrasse, hoek Schlesische Strasse in Berlijn. Een bijzondere plek; de waarde van de Cuvrybrache voor de buurt en stad is al eens scherp en intelligent onderzocht door Jan van Duppen, klik hier en hier.

Die keuze leidde al tot fijne opmerkingen die de strijd tussen de verschillende buurten in Berlijn aanwakkert:  “Prenzlauer Berg ist tot. Guggenheim Lab zieht nach Berlin-Kreuzberg”. De Cuvrybrache is een welbekende plek, al was het maar vanwege de enorme muurschildering van graffiti-artiest Blu (zie fillempie).
Het GuggenheimLab presenteert zich als multidisciplinair ontmoetingscentrum met als doel om toekomstgerichte oplossingen te vinden voor het leven in de stad. Na New York en Berlijn is Mumbai aan de beurt. Het overkoepelende thema is “Confronting Comfort”. Vanuit Berlijn was er hier en daar al kritiek op de “opgeblazen thema’s” die Guggenheim aan de orde stelt, en de vraag of discussie- en gemeenschapscentra  nu daadwerkelijk door de automobielindustrie en wereldwijde ‘franchise’-musea als het Guggenheim gesponsord moeten worden. Niets bijzonders, daar is het Berlijn voor; de kritische blik altijd paraat, en vaak genoeg ook nog gerechtvaardigd. Zoals de opmerkingen dat Berlijn nu net niet de stad is waar het aan initiatieven die de stad ter discussie stellen ontbreekt. Dat zou je eerder in Amsterdam nodig hebben, waar het lijkt alsof de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de stad zich bij menigeen beperkt tot: “waar kan ik hier mijn auto/fiets/scooter kwijt?”
Picture
GuggenheimLab op weg naar Berlijn
Maar dat Guggenheim nu wegens bedreigingen de locatie Kreuzberg laat schieten gaat menigeen te ver.“Linksextremisten vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Tagesspiegel), “Kreuzberg vergrault Guggenheim” (Berliner Zeitung), “Autonome vertreiben Guggenheim aus Kreuzberg” (Die Welt), “BMW fährt in Berlin-Kreuzberg gegen die Wand” “Guggenheim kapituliert in Kreuzberg” (Mitteldeutsche Zeitung) (Bron & Danke, GentrificationBlog)

En hoe kijkt de politiek er tegenaan? Die liggen rollebollend over straat, het lijkt wel of ze het leuk vinden om via Guggenheim eigen discussies te kunnen uitvechten. Zo verwijten de partijen die aan de macht zijn (SPD &CDU) de oppositie dat zij het terugtrekken van Guggenheim geen probleem vinden. De oppositie verwijt de regerende partijen weer niet goed te hebben nagedacht. Want de burgemeester en wethouders waren er als de kippen bij om te roepen hoe slecht dit wel niet voor Berlijn is. Frank Henkel van het CDU heeft begin deze week de brandende knuppel in het hoenderhok gegooid door de Chaoten in Kreuzberg (mensen die overal tegen zijn, desnoods met geweld, en die volgens velen met geweld tegen ’t GuggenheimLab hebben gedreigd) als risico voor Berlijn te benoemen. En dat is tegen het zere been van de (linkse) oppositie. De Piraten hadden het beste en meest genuanceerde antwoord op Henkel: niet iedere investeerder die voor Kreuzberg kiest veroorzaakt gentrification, net als niet iedereen die tegen Guggenheim is, een tot geweld neigende linkse Chaoot is.
Picture
Bron: http://cuvrybrache.blogspot.de/
Maar ja, wie is er nu echt dom in deze discussie? Guggenheim, omdat die, totaal naïef, voor Kreuzberg heeft gekozen? Dat is zo’n beetje als tijdens Ajax-Feyenoord je glasverzameling tentoonstellen op de ArenA-Boulevard: vragen om problemen. De actievoerders van de actiegroep “BMW- NEE!” die zich haasten om te zeggen dat zijn dan wel tegen zijn, maar nooit of te nimmer geweld zouden willen gebruiken? De tegenovergestelde actiegroep KreuzbergProGuggenheim, die dachten met het oprichten van een actiegroep en website de Chaoten te overtuigen thuis te blijven? Of die links-alternatieve Chaoten, die nu euforisch zijn en denken dat ál hun protest succes zal gaan hebben, en zich al handenwrijvend opmaken voor het protest tegen de aanstaande verhuizing van Daimler-Benz naar de Spree? De Kamer van Koophandel, die naïef roept dat bedrijven nu niet en nooit meer voor Berlijn zullen kiezen?

Ik vermoed iets heel anders.

Dat Guggenheim/BMW van de marketing en communicatiegeneratie is die denkt: ‘het maakt niet uit wat ze zeggen, als ze maar over je praten’.  En dat is gelukt,  want je leest overal de woorden ‘Guggenheim’ als krantenkop en hoort “Chaoten” in televisieprogramma’s. Goed gedaan, afdeling marketing.

Mijn boze theorie wordt bevestigd door een aantal buurtburgemeesters, die met Guggenheim te maken hebben gehad, en die telkens met lege handen stonden als Guggenheim toch niet voor hun buurt koos. De burgemeester die de locatie Pfefferberg beheert weet nog steeds niet waarom Guggenheim heeft afgezegd.

Een beetje rondshoppen en rommel maken, dat is wat ze doen. En als lachende derde Berlijn verlaten. Zo zijn we niet getrouwd, Guggenheim. Sla Amy er nog maar eens op na, om te weten hoe het hoort. http://nl.wikipedia.org/wiki/Hoe_hoort_het_eigenlijk%3F

En zo heeft de komst van het GuggenheimLab dan toch –wellicht heel anders dan bedoeld- bereikt waar ze voor staan: discussie over de toekomst van de stad.  Zelfs zonder GuggenmeimLab. Een goede les voor alle politici die bij het woord Guggenheim spontaan visioenen krijgen dat met de komst van een Guggenheim hun dorp/stad eindelijk “op de kaart wordt gezet”.



 
 
Een jaar geleden kon ik, op weg naar het vliegveld, amper mijn straat verlaten. Overal stonden mannen in groene pakken met witte helmen, armen stevig in die van de behelmde buurmannen ingehaakt. In de lucht cirkelde een helikopter als een lastige, plakkerige bromvlieg. Het was mistig, maar in de verte kon ik zien dat door de dubbele rij politiebussen er geen doorkomen meer aan was. De zesbaans Frankfurter Allee zweeg, wat het brommen van de helikopter nog indringender maakte.

Vandaag is het een jaar geleden dat het kraakpand Liebigstrasse 14 is ontruimd. Kraakpand? In Berlijn? Daar geldt toch een uiterst streng kraakverbod? Dat is waar. En het is te ingewikkeld om uit te leggen, maar met een aantal ongenuanceerde grote stappen is het verhaal zo: na de Wende stonden in het oude oost-Berlijn veel panden leeg. Die werden in bezit genomen, vooral door west-Duitsers uit bijvoorbeeld Stuttgart, Wuppertal of ander minder opwindende plaatsen. Na de hereniging van de Duitslanden werd het tijd om de oost-Duitse eigendommen terug te geven aan de rechtmatige eigenaren, want bijna alle privébezit van onroerend goed was in de DDR staatseigendom. Dat terugkrijgen van privé-eigendom heeft soms tot hartverscheurende taferelen geleid. En ook tot Liebig 14, waar de rechtmatige eigenaren het gekraakte pand doorverkochten aan een onroerendgoedhandelaar. Die heeft lang geprocedeerd om de krakers –want dat waren het- eruit te krijgen. Vorig jaar is dat gelukt, met een halve stadsrevolutie tot gevolg. Afgaande op de in 101% zwartgeklede actievoerders op straat kwam men uit de hele wereld uit solidariteit met Easyjet naar Berlijn.
Sindsdien is gentrification een woord dat bijna dagelijks op blogs en in de kranten voorkomt. Zie het filmpje, waar wordt uitgelegd wat het eigenlijk is. De "Gentrifizierungskeule” wordt van stal gehaald. Vrij vertaald: de figuurlijke bout waarmee je iemand een tik kan geven als je iets niet bevalt en daarmee elke discussie kan doodslaan wordt in DLD aangeduid als ‘keule’; bv. de Auschwitzkeule; je mag niets over joden of nazi’s zeggen of Auschwitz wordt erbij gehaald.

Gisteren hing er –uit voorzorg- weer zo’n dikke bromvlieg in de lucht, om de een-jaar-later-rellen de kop in te drukken. Wat heeft het ontruimen van kraakpanden met de aantrekkelijkheid van de stad te maken? Berlijn is en blijft in trek. Het leven dat je in Berlijn kan leiden, kan amper in Wuppertal, Stuttgart of een willekeurige andere plaats in Duitsland (of Nederland). De aantrekkingskracht is het afwijkende van de stad, in meerdere opzichten: het overgrote cultuuraanbod, van hoog- tot dieplaagcultuur, de tegendraadsheid, het creatieve, het vernieuwende, het zoekende. Ik merk het aan de groepen die ik rondleid; Berlijn maakt wat in mensen los, misschien wel het gevoel van echte vrijheid. Ik hoop altijd maar dat ze iets van dat losse mee terug nemen en in hun dagelijks leven incorporeren, maar misschien is dat te hoog gegrepen. Berlijn blijkt gelukkig geen vermarktbaar concept, dat je zomaar naar een andere plaats kan verplaatsen. Iedere keer op een als ‘typisch Berlijns’ aangemerkte locatie in Nederland schrik ik me weer een Hut van de ongelooflijk onberlijnse prijzen, maar dat terzijde. Hoe vaak je het woord -hip- ook gebruikt als het om Berlijn gaat, de stad blijft uniek en onverplaatsbaar.

Veel mensen willen het leven leven zoals zij zelf willen. Toch neemt de kritiek op mensen die hun ongegentrificieerde buurten als standaard voor de hele stad beschouwen toe. Er gaat iets dwangmatigs uit van het verdedigen van de (kraak-)panden. De stad verandert, en dat hou je niet tegen. Misschien is de hoge mate van verdringing wel een kenmerk, of een goede kwaliteit van een echte stad, wordt hier en daar geschreven.
Tegelijkertijd is er wel degelijk een zorgwekkende ontwikkeling gaande, maar die heeft eerder met de niet-wooncultuur te maken dan met het met veel bombarie gepaard gaande ontruimen van hier en daar een kraakpand. Karakteristiek-treurig is het lot van de vele clubs, vooral in Prenzlauer Berg. Zoals de Klub der Republik aan de Pappelallee, die deze week gesloten is, na een tiendaags afscheidsfeest (entree: € 1,-). Deze club is er eentje in een reeks die hebben moeten sluiten wegens overlast. Soms niet eens geluidsoverlast van de club zelf, zoals bij club Icon, waar geklaagd werd over het lawaai buiten op straat, nadat de club dicht ging. Inmiddels is er een lijst van 15 clubs die met sluiting bedreigd worden, en die bij politici bekend zijn. Vaak zijn het niet de investeerders die de grootste bedreiging vormen –een club kan een ruimte huren van een pandeigenaar, en die kan (en mag, wat mij betreft) met het pand doen wat hij wil, binnen de regels van het huurcontract. Eerder zijn het (nieuwe) bewoners die klagen.
Zelfs de Kulturbrauerei, een geliefde enclave van clubs, supermarkt en bioscopen, wordt in haar bestaan bedreigd. De laatste uitbaters van de Klub der Republik raden iedereen aan niet meer uit te gaan in Prenzlauer Berg, voor zover dat nog mogelijk is. Want als er geen clubs meer zijn blijven alleen nog de Spätis (avondwinkels) open, waar je voor 80 cent een biertje kan halen en op de stoep kan gaan zitten. Maar misschien willen bewoners die ook dicht hebben.
De plek van de Klub der Republik wordt door de verkoper van woningen die er gebouwd gaan worden aangeprezen met „Mehr Stadt geht nicht“, hoe cynisch. Wie de webstek aanklinkt krijgt een accordeon te horen. Weer iemand die niet heeft begrepen dat Berlijn geen Parijs is en nooit zal worden. Hopelijk voor de nieuwe bewoners zijn niet alle bars, cafés en clubs in Prenzlauer Berg dicht als het project klaar is.

Het is en blijft een duivels dilemma: leuke stad wordt aantrekkelijk waardoor er mensen komen die om die reden de stad aantrekkelijk vinden waardoor het aantrekkelijke langzaam verdwijnt. Het afscheidsaffiche op de Klub der Republik vatte deze veranderingen krachtig samen. Hoewel de eigenaar sommeerde via de rechter om het affiche te verwijderen hebben de jongens van de klub zich daar gelukkig niets van aangetrokken, want de tekst is scherp: 

„Erst wenn die letzte Eigentumswohnung verkauft, die letzte Dachetage ausgebaut und der letzte Freiraum zerstört ist, werdet ihr feststellen, dass der Prenzlauer Berg die Kleinstadt geworden ist, aus der ihr geflohen seid“.

(Op het moment dat de laatste koopwoning verkocht, de laatste zolder penthouse en de laatste vrije ruimte verdwenen is zullen jullie constateren dat Prenzlauer Berg die provinciestad geworden is, waarvandaan je ooit bent weggevlucht)

 
 
Picture
"Tote Ecke" volgens Pina van Metamorfosia
Het gaat gelukkig goed met Berlijn. En het gaat slecht. Dat is eigenlijk de enige conclusie die je als Berlijnkenner vandaag de dag kan maken. Waarom? Omdat de stad op de ene plek supersnel aan het veranderen is, en op de andere plek nauwelijks iets is veranderd sinds 1945.
Ja, Raider werd Twix, maar verder gebeurde er niks.

Neem nu de Boxhagener Strasse in Friedrichshain. Ook wel de ‘Broadway’ van Friedrichshain genoemd, omdat de straat niet het kaarsrechte rasterpatroon van de andere straten volgt, maar zich autonoom door de bouwblokken wurmt. De straat begint bij de drukbereden Warschauer Strasse, een soort ringstraat die om de oostkant van het centrum ligt, en eindigt bij het S-Bahnringspoor. Er rijdt een schattig geel DDR-achtig trammetje door de Boxhagener, waar de auto’s keurig netjes achter blijven staan als lijntje 21 passagiers in- en uitlaadt. De straat is vernoemd naar de oude landweg die van de Karl Marxallee, toen die nog Frankfurter Chaussee heette, naar de plaatsjes Rummelsburg en Köpenick liep. Rond 1800 is de kolonie Boxhagen ontstaan, buiten de toenmalige stadsgrenzen van Berlijn. Als het gebied na 1900 wordt  ingelijfd bij Berlijn ontstaat de typische Berlijnse dichte hovenbebouwing.
Anno 2011 is de groeidruk in Berlijn aan de Boxhagener Strasse goed te merken. Hoe? Kijk maar naar de inrichting van de straat en het straatmeubliair en naar het winkelbestand. “Wankelbestand” zou een betere naam zijn, want de ene na de andere traditionele winkel valt om en wordt –deels- vervangen door de zoveelste Spätkauf. Richting ringbaan, waar de straat duidelijk aan betekenis wint, is onlangs een grote jeugdherberg uitgebreid met nog meer bedden. Op een andere hoek van de straat wordt een jarenlang lege onhandig bebouwbare hoekkavel door het Nederlandse Kondor Wessels met een hotel gevuld. Iets verderop, net onder het ringspoor, wordt de voormalige hogeschool omgebouwd tot de grootste jeugdherberg van Berlijn. Allemaal type hotelgasten die niet bepaald voor koopkrachtig publiek doorgaan. Met als gevolg dat het winkelbestand verandert. 
Picture
Ideaal gat voor... eh... een hotel dan maar weer?
Tegelijkertijd wordt vanuit het stadsdeel werk gemaakt van het opknappen van de straat. Het parkeren op de stoep wordt aangepakt. Boomvakken worden aangelegd (de bomen komen pas in ’t voorjaar) . Dat geeft de straat, die een beetje een rommelig karakter had, meer allure. Meer allure, dat denkt de Deense designmeubelverkoper ook, die zijn zaak onlangs in de Boxhagener Straße begonnen is. Terwijl mijn favoriete restaurant Metamorfosia in de Niederbarnimstrasse (met Pino die heel goed Italiaans kan koken en Pina die heel goed Italiaanse wijn kan voorproeven) afgelopen jaar getracht heeft een tweede vestiging te openen in de Boxhagener. “Tote Ecke” zei Pina, op de vraag hoe het met hun tweede vestiging ging. Na een half jaar weer onverrichterzake gesloten.

Zo leeft aan de ene kant de straat op; hij wordt bekleedt met bomen, mooiere stoepen, beter verlichting. Aan de andere kant: omdat de tram door de straat rijdt mogen er geen zebra’s en vluchtheuvels gemaakt worden (Duitse logica die mij 100% ontgaat).
Een stuk straat, traag maar gestaag in verandering. De ene winkel houdt op, de ander ziet eindelijk zijn kans, want het aantal toeristen neemt duidelijk toe. Dat weten winkelpandeigenaren ook; er staat relatief gezien veel leeg. Niet omdat de loop er niet inzit. Juist die toenemende toeristenloop doet pandeigenaren wachten; liever leegstand en anticiperen op een grote knaller dan een klein winkeltje/huurdertje die de huur amper kan betalen. Want niet alleen in de toeristenstraat Simon Dach Strasse liggen de vierkante meterhuurprijzen voor winkelruimte rond de 20 euro; dat bedrag wordt in de Boxhagener inmiddels ook gevraagd.
Toch is er iets vreemds aan de hand; je zou denken dat de oude winkels verdwijnen omdat mensen liever een goedkope schnitzel bij de supermarkt halen, in plaats van bij die goeie ouwe slager. Maar aan geldgebrek ligt het niet; de prijzen voor drankjes als koffie, thee en bier zijn de afgelopen vier jaar gestegen en de cafés zijn er geen moment leger om. En de (overigens geweldige gelukzaligmakende) biomarkt, iedere zaterdag op de Boxhagener Platz, hanteert zeker geen Aldiprijzen. Het zal de link zijn tussen veranderende inwoners en hun koopgedrag.

Het gaat goed in Berlijn. En slecht.
 
 
Picture
Foto: Bam Vermeer
Berlijn groeit. Vorig jaar trokken er 17.000 mensen meer naar de stad dan er zijn weggegaan. Alleen al het eerste halfjaar van 2011 is eenzelfde aantal geconstateerd. Dat is bijna het gehele inwonertal van Stadskanaal. Of Gorinchem. Of IJsselstein. Per jaar komen er rond de 150.000 mensen naar de stad.

Dat is op zich goed nieuws; krimp is achteruitgang en zo blijft de stad aantrekkelijk. Maar wie beter naar -en achter- de cijfers kijkt ziet iets anders. Namelijk: een stad die vooral aantrekkelijk is voor jongeren en studenten. Die trekken massaal naar Berlijn. Om er massaal weer te verdwijnen zodra ze een betere baan hebben. Als de latte macciatofase over is. 

Er wonen op het moment officieel 3.477.800 mensen in Berlijn. Dat is het hoogste aantal sinds het einde van WO2, toen Berlijn nog maar 3.064.629 inwoners had. Tot 2030 wordt verwacht dat de stad groeit met 180.000 inwoners. Dat valt amper op, bij een bevolking van 3,4 miljoen.

Vooral studenten trekken naar Berlijn. De economie groeit en dat betekent dat er meer banen komen.... Lullig voor de rond 250.000  werklozen in Berlijn, want de banen worden door mensen van buiten Berlijn, vooral 20 tot 32-jarigen, ingenomen. Naast voormalig arbeiders die vroeger in de industrie werkten zijn het vooral kunstenaars en –opvallend!- sociale wetenschappers die de werklozenlijsten van Berlijn vullen. Vakkrachten zijn daarentegen zeer gewild. 
Picture
Foto: Bam Vermeer
Een bizar fenomeen doet zich daarmee voor: de stad groeit, het aantal banen groeit, maar het aantal werklozen ook.

Berlijn profiteert daarmee niet echt van de groei, want wie boven de veertig is vertrekt. Oorzaak hiervoor kan zijn dat in andere deelstaten eenzelfde baan veel beter betaald wordt dan in Berlijn. Kortom: wie carrière maakt verlaat de stad. Daar begint zich het arm, aber sexy-imago van de stad te wreken: alles is en blijft goedkoop. Wie meer wil moet weg. Dat is ook mijn ervaring; men werkt hier niet (of op z’n Afrikaans: “twee uur gewerkt, genoeg verdiend om vanavond te eten/drinken/clubben”) of men werkt hier minstens tien uur per dag voor een hongerloontje.

Een andere groep ziet in Berlijn juist dé plek voor een tweede woning, wegens het grote aanbod aan kunst en cultuur: goedverdienende vijftig- en zestigplussers uit heel Duitsland kopen in toenemende mate een tweede woning. Niet alleen in Berlijn, ook in andere grote steden zijn woningen dankzij de financiële crisis in trek. Een woning is een zekere belegging, beter dan aandelen op de beurs. Kopers brengen koopkracht mee, dat kun je van studenten niet direct zeggen. 
Daardoor ontstaan spanningen. Niet zozeer in elkaar bemeppende ouderen en studenten, maar wel spanning op de woningmarkt. De groei van het aantal nieuwbouwwoningen houdt helemaal geen gelijke tred met de groei van het aantal huishoudens. Dat betekent dat wie nieuw is in de stad en een woning in het centrum zoekt, er (onbewust & onbedoeld) voor zorgt dat de huren stijgen en verdringing plaatsvindt. “Centrum” is uiteraard betrekkelijk in Berlijn; vooral de wijken Mitte, Friedrichshain-Kreuzberg en Pankow zijn populair. Daar komen veel nieuwe Wahlberliner te wonen. En verdrijven daarmee de oorspronkelijke bewoners naar andere (buiten-)wijken. Onder andere omdat niet-Berlijners geen flauw benul van de woningmarkt en hoogte van de huren hebben. Voor hen is de huur in Berlijn extreem laag, terwijl voor de Berlijners huren in vergelijking met tien jaar geleden al flink aan het stijgen zijn. Andrej Holm, stadssocioloog, bevestigt dit proces. Hij noemt het opvallend dat veel Berlijners binnen Berlijn (zo’n 180.000 per jaar) verhuizen. De Berlijner zou er namelijk alles aan doen om in zijn eigen buurtje, zijn Kiez te kunnen blijven. Maar soms is binnen de buurt geen woning met een betaalbare huur meer te vinden. Dit verdrijvings-hogedrukgebied is al een aantal jaren gaande, zie afbeelding. 
Picture
Bron: Andrej Holm -Gentrificationblog
Pikant detail is dat de afgelopen jaren naast de SPD ook Die Linke in het stadsbestuur heeft gezeten; een partij die –blijkt nu vooral met de mond- beleden heeft op te komen voor de arme huurders. 
Veel verwacht de Berlijners dan ook niet van de verse rood-zwarte coalitie (SPD met CDU) die zo'n beetje deze week begint. Vooral omdat er politiek weinig gewisseld is, laat staan de ambtenarij met nieuwe ideeën, concepten of oplossingen gaat komen. 

Of zoals iemand als commentaar schreef: Filz bleibt Filz; vilt blijft vilt. Daarmee wordt bedoeld dat sommige politici en ambtenaren al zo lang aan dezelfde stoel kleven dat hun kleding volledig vervilt is met de stoelkussens waarop zij zo aangenaam zitten. Weinig hoop op verandering dus.
 
 
Picture
Discussies over gated communities zijn van alle tijden. De laatste tijd speelt deze weer op. Uiteraard zijn de rellen in Londen een aanleiding. Maar ook het voornemen om meer binnenstedelijk te bouwen leidt tot uitspraken over woonenclaves als middel om gezinnen (weer) aan de stad te binden. En het mogelijke effect van desintegratie van de stedelijke samenleving, omdat de verschillen tussen de groepen die in de stad wonen te groot en overduidelijk worden. In Berlijn wonen mensen die vinden dat andere mensen de stad veroveren door zich opsluiten in hun eigen wereld. Wat voor de een ‘n positief verkoopargument (veiligheid) is, is de ander een doorn in het oog. Dat leidt tot felle discussies op het internet.

In Friedrichshain is het project Prenzlauer Garten gerealiseerd: circa 60 eengezinswoningen en 40 appartementen, variërend in grootte van 119 tot 285 vierkante meter. Pure luxe; soms drie badkamers, terrassen tussen de 22 en 43 vierkante meter over drie tot vier verdiepingen. En dat alles achter een groot hek.
Picture
Townhouses worden ze genoemd, gebaseerd op de Engelse voorbeelden, en een beetje op de Amsterdamse grachtenpanden. Woningen met meer verdiepingen; vroeger in Engeland gebouwd voor de betere burgers en de koopmannen. Die heten tegenwoordig toneelspelers en popsterren.  

Het ontwerp is van Bureau Höhne uit Berlijn, samen met de landschapsarchitecten WES & Partner. Er is een –piepklein- tuintje aangelegd aan het einde van de doodlopende entreeweg. En achter de townhouses liggen evenzo piepkleine patio’s.
Picture
Hoewel het door de ontwikkelaar wordt ontkent voldoet dit project volledig aan het Gated Community-concept, dat wordt toegepast in landen waar de sociale spanningen hoog zijn. Voor zover ik weet zijn die in Berlijn niet; in Nederland misschien eerder…. In Sao Paulo zeker wel; daar stonden de torenflats driedubbeldik behekt in de straten. Geen gezicht. Hier in de Prenzlauer Garten is de doorman of portier geüniformeerd noch bewapend. Hij is er om de orde te bewaren in de privéstraat, die de woningen ontsluit. Vandaar dat hek volgens de ontwikkelaar. Dat 24 uur per dag openstaat. Waarmee het een wel heel symbolisch hek is geworden. 
Picture
Storend is het hek echter niet. Dat is de architectuur wel. Die sluit namelijk nergens bij aan, maar is ook niet sterk genoeg om hier solitair te overleven. Het blijft een neergedaalde fremdkörper. Het feit dat er sprake is van een ‘park’ is wat overdreven; dat is niet groter dan een postzegel. Weliswaar ligt het geweldige park Friedrichshain aan de overkant van het project, maar daar sta je met je rug naar toe als je hier woont. 

Ik blijf het vreemd vinden dat mensen zich vrijwillig laten opsluiten in een dergelijk wooncomplex. En helemaal in Berlijn, waar het enige 'gevaar' bestaat uit het in de brand steken van dure auto's. Zeker geen pretje, maar zeker ook geen rel. 
Picture
 
 
Picture
Je kunt er veel mee. Heel veel. Maar een kunsthal, gebouwd van zeecontainers heb ik nog nooit gezien. Toch wordt er een gefabriceerd, op het RAW-gelände aan de Warschauer Strasse. Deze herfst zullen 100 olijfkleurige zeecontainers tesamen een kunsthal vormen. Dit containerkasteel wordt 105 meter lang, 15 meter breed en 15 meter hoog (dat zijn vijf containers op elkaar). Het ontwerp wordt ondersteund door het hippe architectenbureau GRAFT uit Berlijn.

Het project is opgezet door het netwerk van creatieven Platoon. Van Platoon is al meer werk te zien in Berlijn, op de hoek van de Linienstrasse en de Alte Schönhauser Strasse, zie hieronder: 
Picture
Op het RAW-Gelände zijn al de clubs Cassiopeia, de RAW-Tempel, de klimtoren, de skatehal en de biergarten, maar er is op het 65.000 vierkante meter tellende terrein nog genoeg plaats voor een containerkasteel. Dat kasteel krijgt op de begane grond 1500 vierkante meter tentoonstellingsruimte met daaromheen en daarboven atelier- en werkruimtes. Ook ontbreekt de horeca niet; ca 400 vierkante meter is voor eten en drinken, aangrenzend aan het containerdakterras. De horeca dient voor de inkomsten.

De initiatiefnemers verzetten zich fel tegen het idee dat dit dé nieuwe kunsthal van Berlijn wordt. Daar is voortdurend discussie over, of die er moet komen, en waar dan. Er heeft al een tijdje een tijdelijke kunsthal middenin de stad gestaan, en was wel/geen succes* (*doorhalen wat niet van toepassing is, de deskundigen zijn er nog niet over uit). Bij het containerkasteel is de subcultuur het doel, in plaats van tuttige galeriekunst. Nu is dat niet zo moeilijk, want heel Berlijn is één grote subcultuur. Dus: street art, grafisch ontwerp, mode, film & performances in plaats van glaasje sekt, hoge hak & driedelig pak.
Picture
Platoon heeft al eerder een containerkasteel gebouwd, en wel in Zuid-Korea. Daar is het een succes, dus wordt het nu uiteraard tijd voor Berlijn. Zoals bij zoveel (kunst-)initiatieven in Berlijn is ook hier geen (leest U even mee, Halbe Zijlstra); ik herhaal: GEEN subsidie gegeven. De grondeigenaar van het RAW-Gelände, de IJslandse (sic) firma R.E.D. dient wel de kavel voor niets ter beschikking te stellen. Dan kunnen de containers circa 9 jaar blijven staan. Na 9 jaar lopen alle huurcontracten met de firma R.E.D. af en is het subculturele feest over. 
We wachten in spanning de opening af................ Planning: dit najaar.

 
 
Picture
En weer zijn de huizenprijzen in Berlijn gestegen, volgens de Berliner Zeitung. Niks geen crisis, dip of kopersstaking. In Berlijn wordt het langzamerhand lastig om een goeie woning te vinden. De stad is voor veel investeerders allang niet meer alleen een bezoekje waard, maar ook een plek om je geld te stallen en langzaam te laten groeien. Zal wel met de eurocrisis te maken hebben. Immers; in Berlijn groeit je vermogen niet roekeloos, maar langzaamaan; een veilige belegging. Afgelopen jaar werden 27.186 koopcontracten afgesloten met een gezamenlijke waarde van 8,7 miljard euro. Hallo! Het jaar daarvoor lag dit bedrag nog op 6,5 miljard euro. Dit jaar wordt een knaller, want alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar steeg de omzet bij makelaars met 43% ten opzichte van vorig jaar, dat ook al geen slecht jaar was. Nog niet zo top als 2006-2007, waar een omzet van 14 miljard euro werd gehaald, maar toch…
Picture
Bron: Berliner Zeitung
Kostte een appartement in 2009 nog gemiddeld 1587 euro per vierkante meter, nu ligt dit bedrag op 1653 per vierkante meter. Mitte spant de kroon, met doorsnee prijs van 2490 euro pet vierkante meter. En wie lacht om dergelijke ‘lage’ prijzen; voor een fijne vrijstaande villa in het bedaagde Dahlem in Berlijn betaal je 5345 per vierkante meter. Oost- Berlijn blijft goedkoper, want daar kost een woning in de Betere Buurt slechts 4230 per vierkante meter.

Moeten we juichen? Komt Berlijn eindelijk met beide poten op de vastgoedgrond te staan? Wordt het eindelijk een normale stad? Dat zijn natuurlijk de vragen die ons bezighouden en blijven houden. En toch......

Picture
De andere kant van deze juichstemming is dat discussies over verdringing niet van de lucht zijn. Uit de statistieken van Berlijn komt naar voren dat mensen die Hartz-4 ontvangen (werkloosheidsuitkering) steeds vaker moeten verhuizen. Als je deze uitkering ontvangt betaalt Berlijn je huur. En als de huur van je woning dan omhoog gaat wordt je gedwongen een goedkoper huis te zoeken (zo als vroeger tijdens de industriële revolutie: “ik zoek een kleinere woning want mijn gezin wordt te groot”). De uitkeringstrekkers verschuiven in het schuifspel Berlijn naar de niet zo heel goede buurten als Spandau, Reinickendorf, Hellersdorf en Marzahn.

Om de aandacht op dit groeiende probleem te vestigen heeft de Diakonie in Berlijn (instelling voor sociale zorg) een bijzondere actie gestart: "Mike InBerlin". Met het thema: je moet je verkleden om de maatschappij te ontmaskeren (citaal van onderzoeksjournalist Günter Wallraff, die in veel undercoverreportages sociale en economische misstanden aan de kaak heeft gesteld; vandaar dat de aap "Wallraffe" is gedoopt) hebben ze een virtueel persoon ontwikkeld.

Picture
Deze Mike, ofwel stadsaap; ‘stadtaffe’ heeft via sociale netwerken als Facebook geprobeerd de ‘waarheid’ over de woningmarkt boven tafel te brengen. Mike, geboren op 5 augustus 1979, woont in Neukölln met vrouw en twee kinderen, Tim van 5 en Leonie van 3. Mike is arbeidsongeschikt en krijgt maar geen nieuw werk. Op een dag krijgt hij post van de huisbaas met als onderwerp: huurverhoging. Het arbeidsbureau weigert de huurverhoging te betalen omdat de te betalen huur dan te hoog wordt volgens de regels van Hartz-4 en adviseert Mike te verhuizen naar Marzahn of Hellersdorf, Plattenbau aan de rand van Berlijn. Zijn woningzoektocht drijft hem tot wanhoop, vooral omdat het bijna onmogelijk is om in zijn eigen buurt betaalbare woonruimte te vinden. In maart 2011 opent hij een Facebookaccount om vrienden te worden met Berlijners en om zijn ervaringen te delen.

Het stoort de Diakonie in hoge mate dat de stad maar blijft beweren dat er in Berlijn helemaal geen woningnood is. En waar onze eigen Beatrix tijdens haar staatsbezoek dit jaar in Neukölln nog nieuwsgierig vroeg of er in Berlijn nog sociale woningbouw is, antwoordde de linkse burgemeester: dat hebben we net afgeschaft.

Tja, dan sta je eigenlijk voor aap.

Want diezelfde burgemeester vindt het o zo belangrijk dat iedereen naar Berlijn komt: Arm, aber sexy heeft hij ooit over zijn eigen stad gezegd. Misschien moet hij zijn kreet aanpassen in: “rijk en sexy centraal, aber: arm naar de rand”. De tekst van het nummer van de populaire Berlijnse ster Peter Fox -Stadtafffe- komt inmiddels gevaarlijk dichtbij het gedrag van de burgemeester:

In einer Stadt voller Affen bin ich der King
weil ich mit schiefer Grimasse für die Massen sing
Die Weibchen kreischen, alle Affen springen
Schönes Ding, das ich der angesagte Affe bin


In een stad vol apen ben ik koning
Omdat ik met scheve grimassen voor de massa’s zing
De vrouwtjes krijsen, alle apen springen
Mooi, dat ik de beste aap ben die d’r is
 
 
Picture
Mietspiegel: hoe roder hoe betere buurt
Heet is het in Berlijn. En het wordt nog heter. 

Niet omdat de meimaand de warmste ooit was, maar omdat de discussies over de huren mensen doen koken van woede. De huren in Berlijn zijn het afgelopen jaar nog nooit zo snel gestegen als in tien jaar. Vier procent hoger dan het afgelopen jaar is voor veel mensen reden om tot actie over te gaan. De bijeenkomst waar de Mietspiegel werd gepresenteerd –het jaarlijkse overzicht van de huurprijzen in Berlijn- werd tot twee maal toe onderbroken door actievoerders. Maar daar bleef het niet bij. Want ook het gebouw van de Senatsverwaltung für Stadtentwicklung – de afdeling waar de Mietspiegel wordt gemaakt- moest het ontgelden. Verfbommen sieren de gevel. 
Picture
Protest. Bron: Berliner Morgenpost
De sterk stijgende huren wordt een heet verkiezingsthema, want in september mogen Berlijners een nieuwe burgemeester en parlement voor deelstaat Berlijn kiezen. De Mietspiegel liegt er niet om; sinds tien jaar is de huurmarkt niet zo gespannen als nu. De afgelopen twee jaar is de huur met vier procent gestegen, terwijl in de Mietspiegel van 2009 nog een jaarlijkse stijging van 0,8% werd gemeten. En nog is de gemiddelde huur in Berlijn bescheiden met 5,21 euro per vierkante meter. Dat is dan exclusief verwarming en servicekosten, die traditiegetrouw in Duitsland hoger zijn dan in Nederland. Ocharme DDR-woningen, gebouwd in de periode1973 – 1990: zij zijn de ‘verliezers’ op de woningmarkt want zij stijgen qua huur het minst. 

Picture
Bron: Tagesspiegel
De stijgende huren komen in ieder geval niet doordat het aantal leegstaande woningen is afgenomen, want het geschatte aantal lege woningen blijft rond de 100.000 liggen. Wie spreekt er nog over markt, en marktwerking? De stad blijft de huurverhoging verdedigen door naar Hamburg (6,76 Euro) en München (9,79 Euro) te wijzen. Vreemd genoeg wijzen ze nooit naar Cluj-Napoca in Roemenië of naar Zamość in Polen. De stad die zichzelf graag in het rijtje Parijs en Londen ziet staan ligt economisch eerder op het niveau van Warschau en Boedapest. Zo ligt het bruto binnenlands produkt per inwoner van Berlijn op de helft van dat van Hamburg, Duitsland rijkste stad (waar ze zeggen: "wij praten niet over geld. Wij hebben het"). 

Toch zit er een adder, of meer, onder het gras. De Mietspiegel geeft alleen de doorsneehuur weer; eigenaren mogen en kunnen vragen wat ze willen. Daarnaast komt dat Berlijn zijn goedkoopte-eilandstatus binnen Europa (héél Europa? Nouja: west-Europa dan) dreigt te verliezen. Dat is ook niet zo vreemd, omdat de stad steeds meer onder de aandacht komt te liggen. De vraag naar woningen neemt toe doordat het aantal huishoudens dat een woning zoekt, toeneemt. Zo simpel is het. Een manier om dat te stoppen is meer (en gesubsidieerde) woningbouw plegen, in ieder geval meer dan de 4000 die nu per jaar gebouwd worden. Maar subsidies ziet het straatarme Berlijn niet zitten. Interessant is ook het perspectief van een Nederlandse journalist in een Berlijnse krant, die de huurverhogingen en het gelamenteer erover maar onzin vindt, want er is nog genoeg ruimte in Berlijn. Daarbij vergetend dat in de zogenaamd linkse stad die Berlijn heet te zijn de marktwerking tien keer zo sterk is als in bijvoorbeeld Amsterdam. Met dito (asociale) gevolgen als huurverhogingen van 20% ineens vandien. Dan heb je niet zoveel aan al die 'ruimte'. Daarnaast is Berlijn nog steeds arm: op elke inwoner ligt € 17.000,- 'schuld'.  

De discussie over de magische driehoek huren-toerisme-clubben krijgt vast nog een vervolg. We houden contact.

 

Haat

06/07/2011

0 Comments

 
Picture
Geluidsoverlast, vervuilde straten en plantsoenen, huurstijgingen, (te) goedkoop bier, partygangers en veel te veel toeristen. Hierover klagen de bewoners van Kreuzberg, Friedrichshain en Prenzlauer Berg. Het afgelopen jaar is de ontevredenheid van de bewoners van die drie wijken toegenomen. Daardoor ontstaan er steeds meer discussies over de overlast veroorzaakt door partygangers en toeristen. Regelmatig worden er discussieavonden georganiseerd waarbij gesprekken tussen bewoners, bestuurders en toeristenbureaus plaatsvinden. Op deze manier kunnen de bewoners hun ei kwijt en proberen de bestuurders een oplossing voor de problemen te vinden.

Heet, té heet is het volgens de bewoners van de Lehnbachplatz in Friedrichshain. Dit is een plein dat pal naast station Ostkreuz ligt; bedoeld voor de buurt om te kunnen chillen. Maar het plein wordt overdag vooral overspoeld door studenten en zogenaamde ‘Assis’:mensen die zich van niets en niemand iets aantrekken en regelmatig overlast veroorzaken. De studenten zijn veelal afkomstig uit de wijk zelf en hangen hier rond vanwege de vele kleine goedkope winkeltjes waar bier voor 50 cent gekocht kan worden. En alsof dat voor de bewoners nog niet genoeg is: ‘s nachts zijn het de partygangers die het plein bezetten, voor geluidsoverlast zorgen en het plein vervolgens achterlaten met een spoor van halfkapotte drankflessen. Volgens de bewoners zijn de Spätis (de Spätkauf; winkels waar je de hele dag door dat kan kopen wat je in de supermarkt vergeten bent) de grote boosdoener; in de nabijgelegen Sonntagstraße zijn al meer dan vier Spätis waar een halve liter bier op fles voor 50 cent gekocht kan worden. Daar hebben de bewoners gneoeg van; er is sprake van anarchie; er wordt teveel vrijheid gegeven en er is te weinig controle in de wijk. Politie zie je hier namelijk niet; aldus boze Friedrichshainers. 
Picture
Chillen op de Lenbachplatz bij Ostkreuz
Ondanks deze klachtenregen van de bewoners zien de stadsbestuurders deze problemen niet. Zij spreken juist van verbetering van de wijk en zien de positieve kanten van de grote toeristenstroom, namelijk geld. Er is hier duidelijk een verschil van mening over de daadwerkelijke situatie en problemen. Dit maakt het oplossen niet makkelijker als niet alle neuzen in dezelfde richting staan.

Niet alleen in Friedrichshain/Ostkreuz is het bal. Het stadsdeel heeft al in november 2010 de nieuwbouw van hostels in Friedrichshain beperkt. Maar ook aan de overkant van de Spree dreigt het uit de hand te lopen. Ook in Kreuzberg zijn problemen met toeristen. Want –aldus de bewoners aldaar- waarom wordt er wel veel geld gestoken in de bouw van hotels/hostels maar is er een groot tekort aan kinderdagverblijven? Het stadsbestuur zal wel denken dat toeristen meer koopkracht hebben dan kinderen.
Bijna drie miljoen overnachtingen per jaar heeft het stadsdeel Friedrichshain-Kreuzberg ondertussen op zijn naam staan. Dit aantal rijst de pan uit en vergt zowel voor de stad als voor de bewoners veel. In Friedrichshain-Kreuzberg zijn op dit moment 36 hostels te vinden tegenover 18 hostels vijf jaar geleden. Dit houdt een stijging van 100% in. Bij de hotels gaat het om een stijging van 18,2% in vijf jaar tijd.
Picture
Met de titel: ‘Hilfe, die Touris kommen!’ is dit jaar al een discussieavond in Kreuzberg gehouden. Op uitnodiging van de Grünen werd de mogelijkheid gegeven om met stadsbestuurders van de sector economie en toeristenwerver ‘Visit Berlin’ te discussiëren over de uitwerkingen van het toerisme op de wijk. Dat leverde pittige discussies op. En niet alleen dat. Want in de wijk hebben een aantal mensen er iets op gevonden om toeristen duidelijk te maken dat ze in de wijk niet welkom zijn. Regelmatig zijn stickers met daarop ‘Berlin liebt dich nicht’, -met een doorgekruist rood hart- op lantaarnpalen, muren van cafés of op vuilnisbakken geplakt. Reisorganisaties vrezen dat de vele discussies en de vijandelijke houding van de bewoners kunnen leiden tot beschadiging van het imago van Berlijn als toeristenstad.

En de Berlijners zelf? Die trekken er zich er niets van aan. En zou Berlijn niet zijn als er niet inmiddels een tegenstickeractie is: een sticker met daarop de tekst: “Berlin liebt euch doch”.

Berlijn houdt toch wel van jullie.

Dit is een bijdrage van Wahlberlinerin Margit Cevaal. Zij zal de komende tijd als gastbloggeres regelmatig een blogpost schrijven.
 
 
Picture
Hoe kan in de stad een goeie gemengde sociale mix ontstaan? Dat is een belangrijk thema voor de komende verkiezingen in Berlijn in september. Berlijn is een stadsstaat waar de Berlijners zelf de senaat (= gemeenteraad) en burgemeester kiezen. Berlijn wordt gekenmerkt door de typische Berliner Mischung (Berlijnse mix) waar arm en rijk op een klein oppervlak bij en door elkaar woont. Werken en wonen liggen op korte afstanden, soms binnen een bouwblok. Dat is een sterke kwaliteit en die kwaliteit moet bewaard blijven en gestimuleerd worden. Om deze menging te behouden en stimuleren is de vraag of de overheid daar op moet sturen. En is woningbouwpolitiek daartoe een sturingsmiddel?

Het wordt de Berlijnse politici niet makkelijk gemaakt, want er gaat in Berlijn geen week voorbij of huurhoogte, verdringing, gentrification en yuppenbouw wordt in kranten en op blogs fel bediscuzeurd. Uit berekeningen van de stad blijft dat er tot 2020 rond de 60.000 woningen nodig zijn (ofwel 6 666,66667 woningen per jaar). Er worden in Berlijn rond de 4.000 woningen per jaar gebouwd. Te weinig dus.

Picture
Daar wil de politiek nu wat aan gaan doen. De SPD gaat proberen om het beleid van het Liegenschaftsfonds te veranderen. Dit fonds heeft de opdracht om landeigen kavels tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen om de schuld van de stad, die meer dan 60 miljard euro bedraagt, te verminderen. Uit de verkoopresultaten van het Liegenschaftsfonds blijkt dat dit beleid de prijsverschillen in de stad vergroot: dure plekken worden duurder, goedkope locaties armer. Daarmee worden op lange termijn kosten gemaakt om al te grote sociale verschillen in de stad te dempen.  

Zijn er binnen Berlijn organisaties of partijen die wat aan de woningproductie kunnen bijdragen? Ja, en niet geheel opvallend zijn het de kleinere organisaties en de Baugruppen die de woningproductie op gang weten te houden. Niet met gigantisch kwantitatieve aantallen, maar door kwaliteit in meerdere opzichten toe te voegen. Wohnungsbaugenossenschaft Berolina is er daar één van. Een genossenschaft is een coöperatie (dus niet: corporatie) en die werkt alsvolgt: Berolina heeft 5.000 leden, die allen een woning van Berolina huren, en tegelijkertijd aandelen Berolina kunnen kopen. Als aandeelhouder kan je meedenken en meebeslissen over de toekomst van de genossenschaft. Op deze manier wordt voorkomen dat een woning geen speculatiedoel krijgt, maar gewoon bedoeld is om te bewonen. Het geld dat met verhuur van de woningen wordt verdient wordt niet besteed aan de Maserati van de directeur, maar vloeit terug in de genossenschaft, waarmee woningen onderhouden, gebouwd en gerenoveerd worden. Zoals Anne & Jakob , een verdichtingsproject van Berolina. Op eigen grond, zodat zij niet grond van het Liegenschaftsfonds hoeven te kopen waardoor de huren laag kunnen blijven: rond de € 5,- per vierkante meter. Dat is het belangrijkste businessmodel. Berolina hoeft niet aan de winstverwachtingen van anderen behalve aan die van Berolina zelf te voldoen.
Picture
Anne & Jakob van Berolina
Dat is heel wat anders dan de onvoorstelbaar hoge bedragen die gevraagd worden voor Amsterdamse woningen, en niet alleen door ontwikkelaars. De prijs van een woning van 115 vierkante meter in het project Amstel-life is  € 310.000,-. Op zich al veel geld, maar het addertje heet erfpacht, want deze drie ton is het bedrag zónder de afgekochte erfpacht. Om de erfpacht voor 50 jaar af te kopen komt er nog eens € 165.307,- bij. Van dat extra erfpachtbedrag kan je onderhand een heel appartement kopen. Voor een woning van 120 vierkante meter komt er bovenop de € 380.000,- nog eens € 194.517,- aan afgekochte erfpacht bij. Daarnaast wordt bij erfpacht de grond nooit van jou (erfpacht = grondhuur) maar houdt de gemeente een dikke vinger in de pap, in de vorm van bestemming van je woonruimte. Bizar en buiten proportie. Je vraagt je af voor wie die woningen op Amstel-life zijn bedoeld. Ondanks de stormloop bij de eerste verkoop ben ik heel benieuwd of,  en hoe snel deze woningen verkocht gaan worden.
Picture
Amstel-life
Naast de genossenschaften zijn in Berlijn de Baugruppen ook een manier om de vastgelopen woningmarkt (zelfs in Berlijn, met een leegstand van meer dan 50.000 woningen) vlot te trekken. Rond de 15% van de 4.000 woningen die jaarlijks worden gebouwd worden door Baugruppen opgericht.  Een gezonde bedrijfstak, waar innovatie de toon aangeeft, zoals bij het Klimasolarhaus in Friedrichshain; bewoners betalen daar door de goede isolatie niks komma nul euro’s aan verwarmingskosten.

Er is een belangrijke voorwaarde voor deze manier van ‘kleinschalige’ stadsontwikkeling namelijk: secure stedenbouw. Er liggen in Berlijn genoeg kavels braak om te bebouwen. Deze kavels zullen toegesneden moeten worden op wat deze kleinere partijen willen. En daar loopt het mis. Grote plannen, zoals Europacity achter Hauptbahnhof en rondom de O2-arena, zijn veel te ruim verkaveld. Dat leidt er automatisch toe dat het aantal geïnteresseerden zich beperkt tot de (bestaande) grote gevestigde partijen. En daardoor ontstaan weer saaie, uniforme blokken waar niemand op zit te wachten.  Naast oude politiek ook oude stedenbouw?
Picture
Euopa City. Beeld:Vivico Real Estate GmbH
Also: een nieuwe woningbouwpolitiek is gewenst, wil de stad de productie op stoom houden. Een bouwpolitiek die helemaal niet nieuw, hot, hip of flitsend hoeft te zijn, want gewoon kan aansluiten op hoe vroeger gebouwd werd. Op de Berlijnse huurkazernes is veel aan te merken –overbevolking, slechte woonomstandigheden, dramatische bezonning- maar een dergelijk model met een ‘haus’ (een woonblok met ca. 30 eenheden) met daarin verschillende ‘wohnungen’ (appartementen) stelde de betere arbeiders in staat woningen voor henzelf  te bouwen en om daarnaast woningen te verhuren. Deze verhuurde woningen waren gelijk de pensioeninkomsten. Omdat er tussen de woningen op kleine schaal grote kwaliteitsverschillen ontstonden –aan de straat in het voorhuis chique en groot, aan het hof in het achterhuis klein en donker- werd het samenleven van verschillende klassen op de schaal van het blok gestimuleerd.


Picture
Beeld: Jop Voorn
En wat doet de overheid? NIETS! Eh… die probeert wel wat te doen, maar staat ergens ook machteloos en kijkt ernaar. Veel visie, weinig succes, zo zou je de sociaaldemocratische woningbouwpolitiek voor Berlijn kunnen benoemen. In het coalitieverdrag uit 2006 staat nog netjes dat de huren parallel aan de sociale ontwikkelingen dienen te blijven, en dat segregatie moet worden tegengegaan. Tussen 2002 en 2007 zijn meer dan 100.000 sociale huurwoningen die van de stad waren, verkocht. Met als doel: de schulden van de stad dempen. Ook zijn de sociale huren voor meer dan 28.000 woningen afgeschaft.

In Nederland heeft meer marktwerking in de woningbouw niet datgene opgeleverd wat je bij het begrip ‘markt’ zou verwachten: meer aanbod, groter keus in kwaliteiten (dus ook ‘slechte’ kwaliteit, die dan minder kost) of tot grotere en kwalitatief betere woningen voor minder geld. Daarom is het belangrijk om in de stedenbouw- en woningbouwpolitiek een onderscheid te maken naar het huis als middel en het huis als waarde. Een woning is geen consumptiegoed of een als huis vermomde flappentap. Baugenossenschaften en Baugruppen laten zien dat met minder economische middelen en andere dan winstmaximalisatiedoelen meer bereikt wordt: zowel productie als kwaliteitsverbetering in de vorm van gemengde bewoning en voorzieningen.
Picture
Daarom Duitse, Berlijnse (en Nederlandse) overheden: laat duizend bloemen bloeien. Dat is goed, want dan krijg je pas concurrentie. De overheid dient voorwaarden voor meer en grotere concurrentie te scheppen en in te grijpen als het misgaat. Niks geen voordelen voor grote partijen en lastig doen bij kleinere partijen. Iedereen gelijk behandelen. Voorwaarden creeëren en dan loslaten.

Net zoals een kind leert fietsen: zonder loslaten komt een kind niet vooruit. Als het valt ben je erbij, los je het probleem op en laat het kind het opnieuw proberen. Maar het kind moet het doen. Want niet jij, maar het kind moet leren fietsen. Met vallen en opstaan.
 

1