Picture
Eigenlijk is het een uitgesproken lelijke straat. Met haar vier rijen verkeer; trams, vrachtwagens, bussen: het walhalla voor de fietser met suïcidale neigingen. De modescene heeft deze halve autosnelweg dwars door Mitte ontdekt. Alles eromheen is inmiddels gesaneerd, gerenoveerd, geverzuurstokkleurd, af, klaar, mooi zo. Behalve de Torstrasse, want die is te lelijk, te druk, te vol met auto’s. Niet alles hoeft mooi te zijn om goed en prettig te kunnen functioneren, godzijdank. De Torstrasse is niet chic en niet clean, maar alternatief en rauw; pure subcultuur. Een straat die nog niet in een hokje past, die nog niet is doodgedefinieerd of verconceptualiseerd. Een vergeten hoek van de stad. In DDR-tijd zijn de lege gaten volgeprakt met plattenbauflats die gelukkig nog niet zijn gerenoveerd en daardoor het karakter van de Torstrasse versterken. Een wandeling van begin tot eind van de Torstrasse duurt een half uurtje. Maar eigenlijk veel langer. 

Wat is het geheim van de Torstrasse? Dat, omdat de straat zo onaantrekkelijk is, de huren laag zijn en dat trekt weer de leukste en bijzonderste winkels aan. Prada naast döner. Zo’n straat waar om tien uur ’s ochtends de bouwvarkens aan hun eerste biertje lurken. Goede smaak, slechte smaak. Alles in één straat. En daarmee allesbehalve saai. 
Picture
Torstrasse: boven oranje Spandauer Vorstadt
De Torstrasse grenst de Spandauer Vorstadt af. Aan de andere kant van de Torstrasse begint het verhipte Prenzlauer Berg. De Torstrasse koppelt vijf voormalige stadspoorten aan elkaar, waar niets meer van te zien is: Prenzlauer Tor, Schönhauser Tor (alleen het lelijke jaren negentigkantoor heet zo), Rosenthaler Tor, Hamburger Tor en eindigt bij de Oranienburger Tor. Zo sluit de Torstrasse halvemaanvormig het oude Mitte af.

Een wandeling. Dik twee uur vertier & plezier:

Start op nummer 72, bij de Rosenthaler Tor/Platz, komend vanuit de Rosenthaler Strasse, Mitte. Op Torstrasse 72 is St. Oberholz te vinden. Dat is de geboorteplaats van de digitale bohème. De Rosenthaler Platz is bekend vanwege de verfactie op 25 april 2010, zie de video.
In St. Oberholz kom je niet binnen zonder een Apple onder je arm. Ze verhuren vrij dure, maar mooie vakantiewoningen. Vanuit de Rosenthaler Platz bij St. Oberholz rechtsaf de Torstrasse in. Meteen het eerste contrast: café Pik-As, een kaartcafé, zit vrijwel direct naast het hippe St. Oberholz. En een korn (kruidenbitter) kost er maar € 1,-
Op 94 zit Redesign Deutschland, een firma die naast meubels en boekenkasten ook een statement met 10 punten heeft hoe Duitsland positief te veranderen. No 74-berlin.com is gelegen op nummer 74, een winkel/galerie waar onlangs nog de Super Show van het mannenmodeblad Fantastic Man heeft plaatsgevonden. Schitterend Deens meubeldesign uit de jaren ’60 en ’70 is te vinden bij STUE op 70 Voor wie heel erg op zoek is naar Poolse posters: op 62 is PIGASUS, de poolse postergallery. Het fenomenale Kaffee Burger, waar de Russendisko Berlijn heeft veroverd zit op nummer 60.  

Al doorlopend kan het zijn dat je zool versleten raakt, of je veter breekt. Gelukkig is er de Shoereparatur met een etalage die sinds 1946 niet wezenlijk veranderd is. Dan is er in het kader van de contrasten op nummer 18 de imkervakhandel te vinden; zou je niet zeggen, want als bij zou ik de Torstrasse mijden, gezien de lucht door het zware vrachtverkeer.

Bij de megakruising tussen Torstrasse en Karl-Liebknecht Strasse steken we links over en staan we recht voor het SOHO-house, het privé-hotel-club-restaurant-dakterras, waar onlangs Madonna logeerde en waarover ik eerder heb geblogd.
Picture
Zwembad op dak SOHO House
Voor degene die hun liefdesleven wat willen oppeppen is op 3 Schwarzer Reiter gevestigd; een winkel voor luxury erotic lifestyle, zoals ze zelf zeggen. Gelukkig is op 32 weer de huurbeschermingsbond te vinden. En op 35 heeft de firma die in Flexkapital handelt een plekje gevonden. Bij classictattooberlin op 37 zit een te blond meisje met te oranje huidskleur in te strakke en te vale jeans te ongeïnteresseerd voor zich uit te staren. Wat zou dat eigenlijk zijn, een classic tattoo?

Voor vermoeide voeten is er de Pantoffeleck (39), al 102 jaar allerlei soorten pantoffels; een essentieel onderdeel van het leven en wonen in Berlijn. Want na voeten vegen moeten de schoenen uit en pantoffels aan, anders kom je geen Berlijnse woning binnen. De Wiener Feinbäckerei: open vanaf 5 uur, op 49. Met een Geheimtipp voor na het uitgaan: éérst ontbijten, dán slapen. Gelukkig is er ook een flink links café op de hoek van de Tor- en de Christinenstrasse; Café Baiz dat adverteert met:
kein Bex (= Becks Bier, het meestgedronken bier)
kein Latte (= latte macciato, de lijfdrank van de yuppen, volgens linkschaoten)
kein bullshit und dan auch noch selbstbedienung“. 
Ofwel: Berliner Schnauze (grote bek) in optima forma.

Op 56 zit het exclusieve label Kaviar Gauche, dat van Dubai via Canada tot aan Tokio  verkoopt. En voor de weinigen die Kaffee Burger niet vrolijk verlaten is op 67 de Happy Shop te vinden: alles met smileys en de betere modemerken. Op de hoek met de Gormannstrasse, op Torstrasse 83 zit de Odessa Bar. Goede bars zijn altijd op een hoek. Dit is wel een echte drinkgrot. Het fantastische architectuurantiquariaat Unterwegs zit op 93.

Wie zich heeft verlekkerd aan mooie oude architectuurboeken kan dat ook doen in Haus Rosenthal, een oud Biedermeierpand dat ontwikkeld wordt op 95. Exclusieve lofts van 245 vierkante meter. Daar moeten flink wat boeken te stallen zijn. Op 106 is Möbel Horzon: een boekenkastenfirma die Ikea van de markt willen drukken. Die ironie, kunst gemengd met commercie, kenmerkt de Torstrasse. Humor heeft ook de preiswerte bestatter; Feuerbestattung ab € 435,- ofwel: Asgard Bestattungen op 109; de goedkope begrafenisondernemer; crematie vanaf € 435,-. Leven en dood, ze liggen in de Torstrasse dicht naast elkaar.

Op`de kruising met de Weinbergsweg is de hosteleritis flink  toegeslagen. het Circus Hostel, dat sterk figureert in het geweldige Berlin, techno und der Easyjetset van Tobias Rap, en daartegenover het net opgeleverde  All Seasons hotel. Artek Kippis design, waar waar hedendaags en klassiek hand in hand gaan is te vinden op 147. 

Let op het gat tussen de nummers 153-157; een typisch Berlijnse brandwand.

Heerlijk eten kan op 167 in restaurant Bandol sur Mer, niet alleen beroemd omdat Brad Pitt er wel eens at, maar omdat het minirestaurant zich in een voormalige dönersnackbar bevindt. Dat is nog te zien omdat de keuken middenin het restaurant staat. Aanrader. Hier is het een Frans hoekje want op 170 is Sur La Montagne een plek om te poetryslammen. Op 173 is de nogal exclusief uitziende Noto bar en restaurant te vinden, met vlak darnaast de al even exquise galerie/bloemenwinkel Brutto Gusto van de Nederlander Geer Pouls.

Voor bijzonder eten kun je ook op 183 terecht bij Themrock. Met herinneringen aan de DDR in het interieur worden hier twee menu’s per dag aangeboden, Frans georiënteerd. Kale inrichting, maar charmant-chaotische bediening incluis.
Picture
De Torstrasse kent zelfs een minibiergartentje, tegenover Tucholskystrasse, op 193. Ik zou er niet zo snel gaan zitten, maar ja. Hier is restaurant Tucholsky te vinden, of eigenlijk: restauration Tucholsky, voor ouderwetsch goede Berlijnse burgermanskost. Voor geen prijs, uiteraard: Riesen-Kohlroulade nach Alt-Berliner Rezeptur mit deftiger Specksoße und Petersilienkartoffeln voor maar € 9,90. Zeker weten dat je goed gevuld naar buiten gaat. Als een rollade.

Op 201 is weer zo’n bizarre mix te vinden van galerie en design; het Design Panoptikum. Meubels, lampen, tafels, typemachines, bowlingtrofee’s, retrotelefoons, kasten, banken: alles van 1910 tot 2000 is er te vinden. En ook te huur. 

Rondom nummer 205 staat de achtlagige steenstripsplattenbau uit de jaren tachtig soeverein te wezen. Bijna weer charmant. Ze trekt zich niks aan van de hele Torstrasse. Tartane op 225 is een aardig, bescheiden restaurant. En de Torstrasse zou geen Berlijnse straat zijn als er geen apotheek op de hoek zou zijn. 

Snel oversteken! 

Op 230 aan de overkant is Julia and Ben; een onafhankelijk Berlijns modelabel en winkel. Vlak naast 222 is het Burger House met alweer de tweede minibiergarten van de Torstrasse. Op 190 is het kantoor van Datenstrudel. Weer zo’n mengsel van design, kunst en commercie. Datenstrudel is bekend van hun geweldige project Standard Time, waar stevige werkmannen een houten digitale klok in real time iedere minuut aanpassen. Duitsers zijn volgens mij grotere brildragers dan Nederlanders. Dat bewijst Lunette selection op 172: hippe brillen! Het allerkleinste hotel –want 1 kamer- van Berlijn is neergestreken op nummer 170: hotel Minimal. Slapen kost er € 35,- Op 166 was ooit een interessant kunstproject; nu een van de vele leegstaande panden in Berlijn. Sjieke keukens op 140 van Bulthaup. Saai, duur en degelijk. Ook op 140: het Kinder Kaufhaus. Niet om kinderen te kopen, maar om spulletjes voor kinderen aan te schaffen. Op 134 is de Alte Seifenfabrik met de Be smartacademy te vinden, daar kan je je kind op de kleuterschool voorbereiden, zowel Engels- als Duitstalig.

Dan zijn we weer bij het startpunt, de kruising met de Rosenthaler Strasse.

De Torstrasse. 

Een straat waar sjiek en sjofel letterlijk op elkaar knalt. Eigenlijk een spectaculaire straat, zogezien. Enorm veelzijdig, onderhoudend, spannend, vernieuwend.

En nu maar hopen dat niet iedereen de straat ‘ontdekt’, de investeerders in de rij gaan staan en de straat doodgesaneerd wordt. Met saaie concept stores tot gevolg.

Daarom een dringende oproep aan eenieder die na het lezen van deze blogpost de Torstrasse gaat bezoeken en enthousiast wordt: vertel het geheim van de Torstrasse alleen door aan diegene waarvan je denkt dat het in goede handen is. 

Want: nur wer Berlin wirklich kennt kann es wirklich lieben. 
 
 
Het Is Niet Meer, het Palast der Republik. Het heeft plaats moeten maken voor de herbouw van het Berliner Stadtschoß, maar dat is nog even uitgesteld wegens crisis. Nu is er op de plek van het gesloopte Palast een tijdelijk vlieger/voetbal/picknick/luier/middagdutje-veld.

Deze video van het architectuurmediabedrijf Cityscope van minder dan 1 minuut laat de sloop van het Palast zien, die in het echt van 2006 tot 2010 geduurd heeft.
 

Bikini

08/03/2010

0 Comments

 
Picture
City-West heeft het maar zwaar.

Na de val van de muur vloog iedereen die ertoe deed naar Mitte of Prenzlauer Berg, omdat daar alles spannend was, nieuw, rauw, onbelopen. City-West bleef achter, met die relicten die ooit hét vooruitstrevende, moderne (west-)Berlijn karakteriseerde: de torenflat met het ronddraaiende Mercedesteken op het dak (het Europa Center, een soort Hoog Chagrijne, maar eigenlijk al weer leuk jaren zestig); de Breitscheidplatz met de ruïne van de Gedächtniskirche; het Zoo Palast, dé plek waar tijdens het filmfestival Berlinale de belangrijke wereldpremières plaatsvonden, voordat de Berlinale verhuisde naar de Potsdamer Platz.

En het Bikinihaus; ooit een bijzonder winkelcentrum, nu een afgetrapte bende met ramschzaken. 
Picture
Het Bikinihaus is in 1955 gebouwd, naar ontwerp van architecten Paul Schwebes en Hans Schoszberger. Bovenin waren kantoorruimtes, onderin winkels. In het oorspronkelijke ontwerp was er tussen de winkels en kantoren een verdieping weggelaten, om doorzicht te bieden naar de dierentuin die achter het gebouw ligt. Het gebouw werd daardoor opgedeeld in een boven- en onderstuk, vandaar in de volksmond de bijnaam Bikinihaus. In 1978 werd deze tussenetage dichtgebouwd, ten gunste van een kunsthal. Ook de autotunnel die de toegang tot het gebouw bemoeilijkte, is verdwenen.

Nu gloort er weer hoop voor City-West, vooral in de hoogte. Want er wordt strak gebouwd aan de nieuwbouw van het 120 meter hoge Waldorf Astoria Berlijn; de Gedächtniskirche wordt (als rüine) gerenoveerd. En nu zijn er plannen om het Bikinihaus aan te pakken.
Picture
de Vlaamse architect Arne Quinze (de man van Barbara Becker die –jaja- de ex-van-is) heeft samen met de investeerder Bayerische Immobilien Gruppe plannen voorgesteld. En die zijn best spannend. Het gebouw krijgt een grote facelift, zonder dat de karakteristieke architectuur uit de jaren vijftig teniet wordt gedaan. Inventief is het plan om achter het Bikinihaus nieuwe daken begaanbaar te maken. Zodat je straks vanaf het dak van 7.000 vierkante meter letterlijk en figuurlijk een blik in de dierentuin kan werpen. Doel is om niet een 1000-in-een-dozijn-winkelcentrum te maken, maar een levendig stuk stad.
Picture
De levendigheid denken de investeerders uit Beieren te bereiken door ruimtes uit te geven die tijdelijk gebruikt mogen worden. Een soort permanente tijdelijkheid. Dat kenmerk van het Berlijn van nu hebben ze goed begrepen.  „Bikini Berlin – lebe anders“ gaat het project heten.

De (pretentieuze) webstek met de plannen voor het Bikinihaus is hier te bekijken.
 
 
Picture
Reclame voor daklozenopvang. Niet voor opvang van teddyberen.
Voor het origineel, luister hier.
 
 
Picture
Klinkt ‘n beetje als dingflofbibs en voor wie dat niet meer weet: dat was de afkorting van de landen die allemaal met de Euro meededen in 2002.
Maar dit gaat over iets anders.

Iets dat geflopt is.

En dat kunnen we –ondanks de financiële situatie van Griekenland op ’t moment- nog niet van de Euro zeggen.

In Kreuzberg -de actiewijk van Berlijn waar links en alternatief hand in hand gaan- heeft een ondernemer het aangedurfd om zogeheten carlofts te bouwen. Op de hoek van de Reichenberger- en de Liegnitzer Strasse is een nieuwbouw-wooncomplex gebouwd waar de auto letterlijk voor de deur geparkeerd kan worden. Letterlijk, want ook als je op vier of vijf hoog woont is er een lift die er voor zorgt dat je auto voor de deur kan staan. En alles is elektronies zo te regelen dat na je slok koffie cq. ontbijt je auto keurig voor de deur op je wacht. 
Picture
Tot zover niets aan de hand. Dergelijke concepten komen spaarzaam, maar wel meer voor, bijvoorbeeld op IJburg in blok 23 van VMX Architecten. Maar daar wordt het project niet voordurend belaagd.

In Kreuzberg wel.

Want de carlofts zijn uitgegroeid tot hét symbool van de veryupping van de buurt. Met oppervlakten van 224 tot 539 vierkante meter en een koopprijs tussen € 450.600 en € 1.500.000 zijn ze een vreemde eend in Kreuzberg. Gevolg: verfbommen, ingegooide ruiten en een spectaculaire paspopactie waarbij een gewapende paspop de ontwikkelaar, bouwers (en buurtgenoten) angst aanjoeg (zie foto hieronder). Daarna: camerabewaking en opvallend vaak surveillerende politieauto’s. Wat nog meer kwaad bloed bij de Kreuzbergers veroorzaakte.

Picture
De ontwikkelaar heeft al toegegeven dat hij –mocht hij nog meer carlofts willen bouwen- dit nooit van zijn hele leven in Kreuzberg zou doen. Lang niet alle woningen zijn verkocht; van de 11 woningen zijn er twee verhuurd. Maar dat kan ook te maken hebben dat het project op een net-niet locatie staat. Net niet bij leuke winkels, net niet aan het water (op 200 meter ligt de schitterende Paul Lincke Ufer langs het Landwehrkanal), net niet aan een mooi plein, maar aan een een-in-een-dozijnkruising in Kreuzberg.

Picture
Grappig/cynisch is het commentaar op de webstek van de carlofts over het mogelijke brandgevaar van de auto voor de deur: Die Brandlast durch Fahrzeuge ist vernachlässigbar. Selbst im Brandfall explodieren Fahrzeuge i.d.R. nicht.
Ofwel: brand door je auto in de fik vliegt is verwaarloosbaar. Want zelfs bij brand exploderen auto’s over het algemeen nauwelijks.

In Kreuzberg zijn het niet de auto’s die exploderen, maar de licht ontvlambare linkse actievoerders.

 
 
Seite 3 on: Flickr
Foto: Seite-3
Een stad wil gelezen worden. Maar een stad geeft zij geheimen niet aan iedereen prijs. Dan moet je moeite doen de geheimen te ontcijferen. Berlijn is zo’n stad. Een stad die de hele dag tegen je praat, zoals verslaggever Jeroen van Kan van VPRO-programma De Avonden in een gesprek met mij constateerde. En praat, zonder de geheimen van de nacht te verklappen.

Zoals de Clubmeile. Overdag beweeg je je er argeloos doorheen, zonder iets te merken. De gemiddelde toerist kent het beter dan de gemiddelde Berlijner. De Clubmeile of: clubmijl is de benaming van het gebied langs de rivier de Spree, tussen Kreuzberg en Friedrichshain. Allebei de underdog-buurten van Berlijn. Langs het water is de afgelopen jaren een aantal vooruitstrevende clubs neergestreken, waar overdag weinig van te zien is.

’s Nachts des te meer. Dan lopen overal jongeren, met flesjes bier -of sterker- in de hand, op zoek naar de clubs. Rijen taxi’s zijn een indicatie dat een club niet ver weg is. Een sterke spot wijst een cirkel op straat aan. Daarachter een deur, zonder bullebakportier. Binnen is het provisorisch clubben. Ieder moment kan de zware bastoon een deel van het stucplafond in je wodka-red bull doen belanden. Hier wordt het nieuwe Berlijn uitgevonden. Dat is niet het alternatieve jaren ’70 en ’80 uit Kreuzberg, of het optimistische Mitte-jaren ’90 met ongebreidelde groei als centraal thema. Dit is het Berlijn van de beste partyhoofdstad van West-Europa.
 
Van Week End, bovenin een kantoorgebouw dat van 18.00 uur tot 08.00 uur in een club verandert met de garderobe in de entreehal van het kantoorgebouw, tot aan Bar 25, waar achter een houten hek een indianendorp is ontstaan, waar grenzen tussen wonen, werken, recreëren, bouwen, slopen, wakker of in trance zijn vervagen. Maria Am Ostbahnhof staat symbool voor het jaren ’90-Berlijn-als-themapark met de uitstraling van een ruïne. Berghain is de top onder deze clubs: een oude elektriciteitscentrale omgebouwd tot megaclub. Of de Watergate: techno vieren met uitzicht op de Spree. De volgende dag na-chillen bij de Club der Visionaire, want: “Allen bleiben noch ein bisschen”.
Picture
Dit alles is prachtig beschreven in het boek Lost and Sound, Berlin, techno und der Easyjetset, van muziekredacteur Tobias Rapp. Het boek is vorig jaar rond deze tijd verschenen maar heeft op geen enkele manier aan waarde of betekenis ingeboet.  Integendeel: ik haal regelmatig bij rondleidingen of excursies teksten en opmerkingen uit het boek aan. Want Rapp heeft prachtig bedacht dat de suburbs van Berlijn niet rondom Berlijn liggen. Dat klopt: daar is het tamelijk leeg. Rapp stelt dat de suburbs van Berlijn bij Kopenhagen, Amsterdam, Madrid, Milaan, Belgrado en Barcelona liggen. Want daarvandaan vliegen toeristen cq muziekkenners voor een prikkie naar Berlijn om daar voor een prikkie een aantal dagen te dansen en feesten op die paar kilometer langs de Spree. Volgens Rapp verbindt Berlijn de virtuele wereld van de techno-websites, waarop technomuziekliefhebbers over heel Europa elkaar online ontmoeten om de nieuwste platen te discussiëren, met een reële wereld, doordat men naar Berlijn vliegt om daar die nieuwe platen live te horen en beleven. Met dank aan de billigflieger, of low cost carriers, of: Easyjet.

Intussen vraagt iedereen zich af welke kant het met Berlijn opgaat.
De stad weet ’t niet. De investeerders weten ’t niet. De inwoners weten het ook niet, maar maken van de gelegenheid gebruik om veel plekken en gebouwen in de stad tijdelijk te benutten. Dus: doorfeesten. In een imperfecte stad, want: werkloosheid hoog en grote investeerders weg.

Picture
Daar past de opmerking van Tom Michelberger, een van de initiatiefnemers van het Michelberger Hotel goed bij: perfectie creëert geen herinnering, want herinnering is het gevolg van beweging, van een levendige ervaring, van interactie  -met mensen, de omgeving en de sfeer. Dat is Berlijn.

Rapp schetst een scherp beeld van een fascinerende, excessieve en stiekem ook invloedrijkste stedelijke cultuur en haar hoofdrolspelers: de dansers, de Dj’s, de muziekproducenten, de clubeigenaars en de stadsplanners. En heeft mijn exemplaar gesigneerd met de woorden: rave on!

Dankjewel, Tobias.

Het boek is vorig jaar uitgekomen bij uitgeverij Suhrkamp Verlag
voor de ongelooflijke Berlijnse prijs van € 8,50; zie
hier.
Voorblik in het boek is te werpen
alhier

 

1