Picture
Hoe kan in de stad een goeie gemengde sociale mix ontstaan? Dat is een belangrijk thema voor de komende verkiezingen in Berlijn in september. Berlijn is een stadsstaat waar de Berlijners zelf de senaat (= gemeenteraad) en burgemeester kiezen. Berlijn wordt gekenmerkt door de typische Berliner Mischung (Berlijnse mix) waar arm en rijk op een klein oppervlak bij en door elkaar woont. Werken en wonen liggen op korte afstanden, soms binnen een bouwblok. Dat is een sterke kwaliteit en die kwaliteit moet bewaard blijven en gestimuleerd worden. Om deze menging te behouden en stimuleren is de vraag of de overheid daar op moet sturen. En is woningbouwpolitiek daartoe een sturingsmiddel?

Het wordt de Berlijnse politici niet makkelijk gemaakt, want er gaat in Berlijn geen week voorbij of huurhoogte, verdringing, gentrification en yuppenbouw wordt in kranten en op blogs fel bediscuzeurd. Uit berekeningen van de stad blijft dat er tot 2020 rond de 60.000 woningen nodig zijn (ofwel 6 666,66667 woningen per jaar). Er worden in Berlijn rond de 4.000 woningen per jaar gebouwd. Te weinig dus.

Picture
Daar wil de politiek nu wat aan gaan doen. De SPD gaat proberen om het beleid van het Liegenschaftsfonds te veranderen. Dit fonds heeft de opdracht om landeigen kavels tegen een zo hoog mogelijke prijs te verkopen om de schuld van de stad, die meer dan 60 miljard euro bedraagt, te verminderen. Uit de verkoopresultaten van het Liegenschaftsfonds blijkt dat dit beleid de prijsverschillen in de stad vergroot: dure plekken worden duurder, goedkope locaties armer. Daarmee worden op lange termijn kosten gemaakt om al te grote sociale verschillen in de stad te dempen.  

Zijn er binnen Berlijn organisaties of partijen die wat aan de woningproductie kunnen bijdragen? Ja, en niet geheel opvallend zijn het de kleinere organisaties en de Baugruppen die de woningproductie op gang weten te houden. Niet met gigantisch kwantitatieve aantallen, maar door kwaliteit in meerdere opzichten toe te voegen. Wohnungsbaugenossenschaft Berolina is er daar één van. Een genossenschaft is een coöperatie (dus niet: corporatie) en die werkt alsvolgt: Berolina heeft 5.000 leden, die allen een woning van Berolina huren, en tegelijkertijd aandelen Berolina kunnen kopen. Als aandeelhouder kan je meedenken en meebeslissen over de toekomst van de genossenschaft. Op deze manier wordt voorkomen dat een woning geen speculatiedoel krijgt, maar gewoon bedoeld is om te bewonen. Het geld dat met verhuur van de woningen wordt verdient wordt niet besteed aan de Maserati van de directeur, maar vloeit terug in de genossenschaft, waarmee woningen onderhouden, gebouwd en gerenoveerd worden. Zoals Anne & Jakob , een verdichtingsproject van Berolina. Op eigen grond, zodat zij niet grond van het Liegenschaftsfonds hoeven te kopen waardoor de huren laag kunnen blijven: rond de € 5,- per vierkante meter. Dat is het belangrijkste businessmodel. Berolina hoeft niet aan de winstverwachtingen van anderen behalve aan die van Berolina zelf te voldoen.
Picture
Anne & Jakob van Berolina
Dat is heel wat anders dan de onvoorstelbaar hoge bedragen die gevraagd worden voor Amsterdamse woningen, en niet alleen door ontwikkelaars. De prijs van een woning van 115 vierkante meter in het project Amstel-life is  € 310.000,-. Op zich al veel geld, maar het addertje heet erfpacht, want deze drie ton is het bedrag zónder de afgekochte erfpacht. Om de erfpacht voor 50 jaar af te kopen komt er nog eens € 165.307,- bij. Van dat extra erfpachtbedrag kan je onderhand een heel appartement kopen. Voor een woning van 120 vierkante meter komt er bovenop de € 380.000,- nog eens € 194.517,- aan afgekochte erfpacht bij. Daarnaast wordt bij erfpacht de grond nooit van jou (erfpacht = grondhuur) maar houdt de gemeente een dikke vinger in de pap, in de vorm van bestemming van je woonruimte. Bizar en buiten proportie. Je vraagt je af voor wie die woningen op Amstel-life zijn bedoeld. Ondanks de stormloop bij de eerste verkoop ben ik heel benieuwd of,  en hoe snel deze woningen verkocht gaan worden.
Picture
Amstel-life
Naast de genossenschaften zijn in Berlijn de Baugruppen ook een manier om de vastgelopen woningmarkt (zelfs in Berlijn, met een leegstand van meer dan 50.000 woningen) vlot te trekken. Rond de 15% van de 4.000 woningen die jaarlijks worden gebouwd worden door Baugruppen opgericht.  Een gezonde bedrijfstak, waar innovatie de toon aangeeft, zoals bij het Klimasolarhaus in Friedrichshain; bewoners betalen daar door de goede isolatie niks komma nul euro’s aan verwarmingskosten.

Er is een belangrijke voorwaarde voor deze manier van ‘kleinschalige’ stadsontwikkeling namelijk: secure stedenbouw. Er liggen in Berlijn genoeg kavels braak om te bebouwen. Deze kavels zullen toegesneden moeten worden op wat deze kleinere partijen willen. En daar loopt het mis. Grote plannen, zoals Europacity achter Hauptbahnhof en rondom de O2-arena, zijn veel te ruim verkaveld. Dat leidt er automatisch toe dat het aantal geïnteresseerden zich beperkt tot de (bestaande) grote gevestigde partijen. En daardoor ontstaan weer saaie, uniforme blokken waar niemand op zit te wachten.  Naast oude politiek ook oude stedenbouw?
Picture
Euopa City. Beeld:Vivico Real Estate GmbH
Also: een nieuwe woningbouwpolitiek is gewenst, wil de stad de productie op stoom houden. Een bouwpolitiek die helemaal niet nieuw, hot, hip of flitsend hoeft te zijn, want gewoon kan aansluiten op hoe vroeger gebouwd werd. Op de Berlijnse huurkazernes is veel aan te merken –overbevolking, slechte woonomstandigheden, dramatische bezonning- maar een dergelijk model met een ‘haus’ (een woonblok met ca. 30 eenheden) met daarin verschillende ‘wohnungen’ (appartementen) stelde de betere arbeiders in staat woningen voor henzelf  te bouwen en om daarnaast woningen te verhuren. Deze verhuurde woningen waren gelijk de pensioeninkomsten. Omdat er tussen de woningen op kleine schaal grote kwaliteitsverschillen ontstonden –aan de straat in het voorhuis chique en groot, aan het hof in het achterhuis klein en donker- werd het samenleven van verschillende klassen op de schaal van het blok gestimuleerd.


Picture
Beeld: Jop Voorn
En wat doet de overheid? NIETS! Eh… die probeert wel wat te doen, maar staat ergens ook machteloos en kijkt ernaar. Veel visie, weinig succes, zo zou je de sociaaldemocratische woningbouwpolitiek voor Berlijn kunnen benoemen. In het coalitieverdrag uit 2006 staat nog netjes dat de huren parallel aan de sociale ontwikkelingen dienen te blijven, en dat segregatie moet worden tegengegaan. Tussen 2002 en 2007 zijn meer dan 100.000 sociale huurwoningen die van de stad waren, verkocht. Met als doel: de schulden van de stad dempen. Ook zijn de sociale huren voor meer dan 28.000 woningen afgeschaft.

In Nederland heeft meer marktwerking in de woningbouw niet datgene opgeleverd wat je bij het begrip ‘markt’ zou verwachten: meer aanbod, groter keus in kwaliteiten (dus ook ‘slechte’ kwaliteit, die dan minder kost) of tot grotere en kwalitatief betere woningen voor minder geld. Daarom is het belangrijk om in de stedenbouw- en woningbouwpolitiek een onderscheid te maken naar het huis als middel en het huis als waarde. Een woning is geen consumptiegoed of een als huis vermomde flappentap. Baugenossenschaften en Baugruppen laten zien dat met minder economische middelen en andere dan winstmaximalisatiedoelen meer bereikt wordt: zowel productie als kwaliteitsverbetering in de vorm van gemengde bewoning en voorzieningen.
Picture
Daarom Duitse, Berlijnse (en Nederlandse) overheden: laat duizend bloemen bloeien. Dat is goed, want dan krijg je pas concurrentie. De overheid dient voorwaarden voor meer en grotere concurrentie te scheppen en in te grijpen als het misgaat. Niks geen voordelen voor grote partijen en lastig doen bij kleinere partijen. Iedereen gelijk behandelen. Voorwaarden creeëren en dan loslaten.

Net zoals een kind leert fietsen: zonder loslaten komt een kind niet vooruit. Als het valt ben je erbij, los je het probleem op en laat het kind het opnieuw proberen. Maar het kind moet het doen. Want niet jij, maar het kind moet leren fietsen. Met vallen en opstaan.
 
 
Picture
We moeten het toch ’s over geld hebben. Wie denkt: ‘bwêh, sáái” geef ik geen ongelijk. Zelf ben ik rond 1994 opgehouden met rekenen en geld tellen. Dat kan ik niet, dus laat ik aan anderen over die dat leuker vinden.

Het arm, aber sexy (de kreet waar onze burgemeester Wowi zo’n succes oogst in het buitenland) heeft af en toe een wrange nasmaak. Want nu is de verkoop van de BIM, na een poging die een jaar geduurd heeft, op een fiasco uitgedraaid. Kosten: 7 miljoen. Niet aan verkoop, maar aan specialisten die de (mislukte) verkoop moesten begeleiden.

Wat is de BIM? Dat is een 100%-dochter van het Land Berlin (Berlijn is stad en provincie ineen, een zogeheten stadsstaat). BIM beheert het vastgoedportfolio waarin de restjes van 29 verschillende fondsen van het ineengestorte Bankgesellschaft Berlin zijn gebundeld. (Doorlezen! Ook al gaat het nog saaier worden want het gaat over banken!).

De Bankgesellschaft Berlin wordt in 1994 opgericht en bestaat uit de Berliner Bank, de Berlin-Hannoverischen Hypothekenbank en de Landesbank Berlin. Een van de doelen is om de zwakke (jaja, toen ook al) Berliner Bank te redden. Politiek is er de wens om een grote stadsbank te hebben. Daarna stort de bank zich onder meer op de vastgoedontwikkeling.

Om beleggers te trekken moeten de fondsen waar beleggers aandelen in kunnen kopen zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt worden. Met droomaanbiedingen en supergunstige voorwaarden worden beleggers gelokt. Huurgarantie voor 25 jaar, gegarandeerde huurverhoging gedurende 25 jaar, bouwkosten die bij bouw van nieuwe kantoren bij de bank en niet bij de belegger terechtkomen et cetera. Dat kan niemand weerstaan; nul risico, 100% winstzekerheid; wat wil een mens nog meer? Gevolg: de aanloop aan beleggers is niet te stoppen.
Picture
Dan begint de sneeuwbal te rollen. Want om de toeloop aan beleggers te weerstaan is vastgoed nodig. Want meer vastgoed betekent meer fondsen waaruit aandelen verkocht kunnen worden. Hiertoe word steeds meer vastgoed opgekocht, ook al is dat onrendabel vastgoed. Het risico van dat onrendabel vastgoed ligt bij de bank, want de beleggers zijn immers risicovrij gehouden. Om die risico’s bij de banken omlaag te krijgen wordt…..nóg meer vastgoed gekocht. Op deze manier is natuurlijk steeds meer geld nodig. Stromannen maken het juridisch mogelijk dat de bank meer en meer geld maakt. De boekhouder, de secretaresse; allen worden ineens hoofd van een deel van de bank. Niet echt, maar alleen om de mogelijkheden om geld te maken te vergroten. Zo lukt het om rond de 7 miljard euro aan geld te ‘maken’. Geld dat er niet is. Alleen op de balans van de bank komt het virtueel voor. Er ontstaat een schaduwbank met meer dan 20 dochterondernemingen. Rond 2000 komt de bank in de problemen, ondanks de door PriceWaterhouseBloopers goedgekeurde plannen van de bank. Begin 2001 wordt duidelijk dat het zaakje stinkt als de verkoop van een deel van het vastgoedportfolio aan een niet-bestaande bedrijf op de Kaaimaneilanden mislukt. Februari 2001 grijpt justitie in en treedt Klaus-Rüdiger Landowsky, bedenker van de bank en éminence grise van de Berlijnse CDU terug. Hij heeft dan al DM 20.000 in zijn maatpakzak gestoken.

Er wordt gepoogd te redden wat er te redden valt. Er is twee miljard euro nodig om de bank overeind te houden. Maar dat lukt niet. De beer is los en de deksel van de bankbeerput. Gesjoemel, bevoordeling van bankmedewerkers, dikke villa’s op naam van de bank, steekpenningen, zware connecties met de politiek (CDU en SPD); noem maar op. En de stad Berlijn is verplicht om het risico van het vastgoedportfolio ter hoogte van € 21,6 miljard euro over te nemen. En om de beleggers schadeloos te stellen. Op zich past dit bankschandaal in de traditie in Berlijn, waar meerdere (bouw- en vastgoed-)schandalen gedurende de jaren zeventig en tachtig zich in west-Berlijn voordeden.

Picture
Nu is gepoogd om de BIM –het fonds waar de onrendabele resten vastgoed van de voorheen Landesbank Berlin in zitten- te verkopen. En dat is mislukt. Niet zo heel gek; het vastgoedportfolio heeft het uiterlijk van een rommelige keukenlade. Alles zit erin, en alles lijkt binnenkort nuttig om eens te gebruiken, maar bij elkaar een zooitje zonder enig verband tussen de verschillende onderdelen van het portfolio. De grap is dat de voorgenomen verkoop bijna rond was, maar dat deze op het laatste moment mislukt is doordat de koper anoniem wil blijven. Die anonimiteit past niet in het transparantiebeleid van politiek Berlijn. Ben je transparant, is het weer niet goed.
 
Wie verder kijkt dan de goedbedoelde transparantie (kan dat eigenlijk?) en weet dat 2011 verkiezingsjaar is zal de transparantie met een flinke korrel zout moeten nemen. Want in verkiezingsjaar 2011 hoort het zoveel mogelijk vermijden van politieke schade tot het verplichte programma.

De potentiële koper van de BIM had er al geen zin meer in omdat zijn anonimiteit vlak voor verkoop oploste; het blijkt om een groep Britse investeerders te gaan van de groep Altyon. Achter dat fonds steekt weer een groot staatsfonds uit Abu Dhabi.

Ondertussen levert het keukenlaportfolio jaarlijks een driestellig bedrag aan rentelasten voor de stad Berlijn op. Het betreft ruim 39.000 woningen en circa 3.000 stukken grond. Veel daarvan is niets meer waard; de erfenis van het Berliner bankschandaal. Mooi verpakt in 29 verschillende vastgoedportfolio’s wachten benzinestations, supermarkten, woonblokken, halflege appartementenblokken en om renovatie smekende bejaardentehuizen op betere tijden. Allemaal van BIM en dus van de stad Berlijn.

Met dit in het achterhoofd kijk je toch anders naar al die halflege gebouwen en onbebouwde plekken in de stad. Want de restschuld is bijna vijf miljard. 

Arm aber sexy, jaja. 

Wat ben ik blij dat ik nooit voor dat bankenvak gekozen heb. 
Of voor politiek. 

 
 
Picture
Foto: Tipp Berlin
Als je in Berlijn woont wordt je vaak gevraagd of je nog ‘tips’ hebt. Uiteraard, want de stad is te interessant en spannend om alleen voor jezelf te houden. Maar wat voor een tips geef je, en welke geef je weg? Sommige dingen zijn té leuk om aan de wereld prijs te geven, die houd ik heimelijk voor mezelf. En voor een select groepje, die dat weet te waarderen.

Voor heel veel andere leuke, bijzondere en bizarre tips is een goede webstek voorhanden: top 10 Berlin. Daar zijn veel categorieën te vinden: Essen, Nachtleben, Freizeit, Shopping, Wellness. Per onderwerp is een selectie gemaakt die goed aansluit bij wat mensen willen, bijvoorbeeld de tien bisocopen waar je lekker met elkaar kan gaan zitten zoenen (kuscheln). Of een top tien van bars met uitzicht, of bars waar altijd vrijgezellenparties worden gehouden (en zo dus makkelijk te mijden zijn). Of cafés waar je op zondag met gelijkgestemden Tatort kan kijken. Maar ook de top-10 van typisch Berlijnse platenzaken is op een rijtje gezet. Of restaurants met eten onder de vijf euro.

Een van de leukste ideeën is om pasfoto’s te maken in een van de historische pasfotoautomaten die verspreid in (oost-)Berlijn staan, zoals op de Kastanienallee en in de Warschauer Straße. Voor 2 euro heb je vier zwart-witfoto’s met een nostalgisch jaren-zestig-tintje.

Het allerbest zijn de tips tegen Liebeskummer (iefdesverdriet). Want om voor Liebeskummer de bar “Zum Schmutzigen Hobby” aan te raden, dat is Berlijnse humor.
 
 
Picture
Groot, groter, groots. De overtreffende trap is in Berlijn vaak te gebruiken. Alsof de stad niet genoeg ruimte heeft opende dit jaar het voormalig vliegveld Tempelhof. Hup; weer driehonderd hectare erbij. En dat gaat zo maar door.

In de turbinehal van de voormalige elektriciteitscentrale in Mitte uit 1961 is tot 28 november van dit jaar de tentoonstelling Realstadt, Wünsche als Wirklichkeit te zien.

Die hal is immens. Je voelt je minimaal als je de hal betreedt, die een overweldigende hoogte en lengte heeft, en vol zit met relikwieën uit de tijd dat het nog een industriekathedraal was. Overal beton, uitsteeksels, pilaren, kabels. Volgens het Berlijnse recept voor renovatie is er bijna niets aan gedaan, waardoor de sfeer en karakter uit de ruige industriële periode tot diep in je poriën doordringt.

Maar daar komen we niet voor, we komen voor de maquettes van de tentoonstelling Realstadt. En dat zijn er ook veel. Heel veel. Meer dan 250 maquettes uit heel Duitsland zijn aaneengesmeed tot een grote, bedachte stad. En dat is bijzonder. Want de maquettes verschillen nogal qua schaal, grootte, materiaal, thema en kleur. Iedere maquette heeft een buurman, dat levert spanning op. Al  langslopend is het alsof je in een reus veranderd die een stadswandeling maakt. Een miniwereld in een maxihal.
Picture
Rechts: rug minister Ramsauer
Spanning, dat is het woord waarmee deze tentoonstelling het best is te omschrijven. Spanning door het karakter van het gebouw, spanning door de grootte van het gebouw, spanning doordat de maquettes lukraak naast elkaar zijn gezet. Gelukkig kan de bezoeker bijkomen van al die spanning in het café, dat bestaat uit op elkaar gestapelde bierkratten en een ketting met biergarten-gloeilampjes. Waarmee meteen een deel van de immense hal vanzelfsprekend biergarten wordt. Ook toegankelijk voor diegene die geen kaartje hebben voor de tentoonstelling. Slim,want wie eenmaal binnen is, wil meer.

Picture
A Question of Lust
De maquettes langslopend –er zitten hele bijzondere bij, zoals nummer A Question of Lust - Der Berliner Lustgarten a.d. 2057 van J. Michael Birn, die de Lustgarten en StadtSchloß anno 2057 verbeeldt, met het voormalige Palast der Republik een kwartslag gedraaid en als wolkenkrabber naast het Stadtschloß neergezet- valt er veel te zien. Toch ontbreekt het aan een verbindend thema. Op een gegeven moment mis je de Márklin-treinbaan, die alles met elkaar verbindt en er een modelspoorbaanlandschap van maakt. Een overdekt Madurodam met als land/thema: Duitsland. Maar de curatoren van de tentoonstelling benadrukken dat het een publieks- en geen vaktentoonstelling is. Kreten als:  “ontdek de stad in jezelf” en wat is je persoonlijk wensstad?” werden bij de persbezichtiging door de curatoren als voorbeeld genoemd. De tentoonstelling wordt ondersteund door een nevenprogramma, waar BD-ers (Beroemde Duitsers) aan de hand van de tentoongestelde maquettes hun eigen wensstad mochten samenstellen, en presenteren voor het publiek. 

Picture
De hal wordt voor het eerst voor het grote publiek opengesteld (hoewel ik er al eens een prachtige dansvoorstelling heb gezien) en is een project van Dimitri Hegemann. Hij heeft ooit de legendarische technoclub Tresor opgericht, destijds nog aan de Leipziger Platz, nu onder deze turbinehal te vinden. Hegemann is een echte cultrepeneur, zo iemand die ondernemerschap en cultuur aan elkaar weet te knopen. Hij schrijft momenteel aan zijn boek  met de titel “Die Qualität des Scheiterns” (de kwaliteit van het mislukken), want hij meent dat als hij niet zo vaak een mislukt project gehad had, hij lang niet zo ver was gekomen als nu. Hij heeft grootse ideeën voor de immense turbinehal. Want aan ruimtegebrek in Berlijn ligt het niet; dat is overal. Maar probeer maar eens van een turbinehal een aantrekkelijke tentoonstelling- en evenementenhal te maken.
 
Ik voel dat het gaat lukken, daar op de grens tussen Mitte en Kreuzberg, waar Berlijn buiten de turbinehal weer eens op zijn lelijkst is.

Heerlijk zijn ook de Berlijnse openingstijden: van 10.00 ’s ochtends tot 20.00 ’s avonds, iedere dag open. Toegang: € 4,-
Köpenicker Strasse 70, vlakbij S-Bahnstation Jannowitzbrücke of U8; halte Heinrich-Heine-Strasse

 

Letters

09/25/2010

1 Comment

 
Picture
Foto: Buchstabenmuseum Berlin
In deze stad verandert veel, en soms snel. Dat is fijn, omdat verandering de boel draaiende houdt. Maar soms jammer, als dingen van gisteren vandaag ineens verdwenen zijn. Gelukkig zijn er altijd mensen die zich op een prettige manier met het verleden bezig houden.
Zo is er in Berlijn een lettermuseum. Niet een museum dat literatuur behandelt, of schrijvers tentoonstelt, maar een museum dat oude letters bewaart. Geen van chocolade, maar echte, die op gevels hebben gestaan, mensen de weg hebben gewezen of verleid tot het doen van aankopen. Het lettermuseum bewaart en documenteert oude letters. Het is nog niet helemaal af, er wordt nog druk verzameld, maar het museum-in-opbouw is wel te bezoeken. En er is veel te zien.
Picture
Foto: Buchstabenmuseum Berlin
In het stadsbeeld slaat de vereenvoudiging toe; alles wordt generieker in plaats van specifieker. Handgemaakte, hoogwaardige teksten verdwijnen langzamerhand uit de openbare ruimte. Doordat familie- en kleine bedrijven verdwijnen, verdwijnt daarmee ook de grafische uitingen van dergelijke bedrijven.

Vijf jaar geleden hebben Barbara Dechant en Anja Schulze het museum opgezet. Het is meer dan een museum; het functioneert ook als opslagplaats en als recyclingplek. Belangrijkste doel van het museum en werkplaats is om het bewustzijn voor de typografie in de openbare ruimte te vergroten. En dat lukt, want de belangstelling is breed: van letterbeschermers tot street-artkunstenaars en designofielen. Het museum is net zo verrassend als dat andere leuke, verstopte museum in Berlijn, het Museum der Dinge.
Picture
Bron: Backstage Berlin
En de “Zierfische“ zijn er live te aanschouwen! Geen ballet van siervissen, maar de prachtige lichtreclame die aan de dierenwinkel op de Frankfurter Tor/Karl Marz Allee heeft gezeten, en die met het verdwijnen van de dierenwinkel ineens van de gevel wegwas.

Het Berliner Buchstabenmuseum is te vinden op de
Karl-Liebknecht-Strasse nummer 13, hartje Berlijn,
 op de eerste verdieping van het winkelcentrum Berlin Carré.
Open van donderdag tot en met zaterdag van 13-15 uur,
Toegang: € 2,50

 

Filmpje

09/10/2010

0 Comments

 
ZO!

En ga er dan nu maar eens goed voor zitten!
Het is weekend, dus tijd zát.
De volgende 8 minuten wordt U ondergedompeld in en meegevoerd door  een klein, groot Berlijn. Als U het al niet gezien heeft.
Maar indien niet: als U er de tijd voor neemt, kunt U het volgende zien:

- stagediven vanaf het 123 meter hoge Park Innhotel  (op 1:16 minuut)
- springende breakdancers op Alexanderplatz (op 2:51 minuut)
- de schaduw van de Fernsehturm (op 3:10 minuut)
- dansende mensen (op 4:36)
- iemand die planken staat te zagen (op 5:13 minuut)
- de grillwalker zien lopen en worsten grillen (op 6:44 minuut)

Het filmpje is gemaakt door Pilpop, die er het volgende over zegt:
“Deze wonderschone film draag ik op aan mijn stad Berlijn, waar ik nu 19 jaar woon. De Berlijnse architectuur is weliswaar bijzonder mooi, maar alleen de Berlijners hebben de stad gemaakt zoals die is.
Op elke straathoek is iets bijzonders te ontdekken. Het beste is om dit direct te filmen.


(technisch: gefilmd met mijn geliefde Sony HC9. Gemonteerd en bewerkt met Sony Vegas Pro 9. Het miniatuureffect heet Tilt Shift, gerealiseerd met een lens waarmee oorspronkelijk architectuur gefotografeerd wordt en dit effect een bijproduct is. Digitaal is dit effect ook later te realiseren).

Mijn dank aan Kasper Dijk voor het opmerken en ontdekken van dit mooie kleinood.
 
 
Picture
Berlijn is niet mooi.

Berlijn is een lelijke stad, met mooie plekken.

Berlijn is, met name in de zomer, als Susan Boyle; je moet voorbij het uiterlijk durven kijken, aldus Rutger Lemm in Vrij Nederland.

Soms is iets lelijks stiekum toch iets heel moois.
Zoals deze Plattenbauflat, in Hellersdorf. Heeft tien jaar als halve ruïne staan wachten. Op sloop, of op renovatie. Dat laatste gaat nu gebeuren.

Tijdens het wachten heeft iemand het gewaagd de flat literair op te vrolijken met een gedicht:

Weiße Flocken
wirbelm
von ein ander
zu ein ander
durch einander
jede einzeln
ganz
für sich

witte vlokken - dwarrelen - van elkaar - naar elkaar - door elkaar - elke vlok apart - helemaal - voor zichzelf
 
 
Picture
Tot 31 augustus is bij de Senatsverwaltung für Stadtentwicklung (de dienst stedenbouw van Berlijn) de tentoonstelling Auf einander Bauen te zien. Deze tentoonstelling stamt eigenlijk uit 2007. Het is geen heropgewarmde ouwe hap, want de teksten zijn geactualiseerd en wat de tentoonstelling laat zien is actueler dan ooit. Helemaal voor Nederland, waar het woord “bouwstop” de kranten en websteks domineert.

De tentoonstelling laat een twaalftal Baugruppen- en Baugemeinschaftsprojecten zien. Dat zijn bouwprojecten waar een groep mensen, samen met een architect, het heft in eigen hand neemt en zonder tussenkomst van ontwikkelaar een eigen woningcomplex ontwerpt, en bouwt. Daardoor is de technische en energetische bouwkwaliteit hoog, want zij bouwen voor zichzelf en willen een lage energierekening. De bouwkosten zijn laag te houden door inventieve keuzes, en omdat er geen ontwikkelaars- en makelaarskosten zijn. Bijzonder aan de projecten is dat de architectonische kwaliteit ook hoog is.
Picture
Dat Baugruppen een belangrijke impuls zijn voor Berlijn is voor de stad ook duidelijk geworden. De stad biedt Baugruppen een vastgestelde grondprijs voor kavels die bebouwd kunnen worden. Er liggen in Berlijn nog zo’n 500 kavels op bouwers te wachten. Baugruppen die specifieke ecologische, architectonische en/of sociale doelen nastreven krijgen van de stad Berlijn én voorrang, en een vaste grondprijs. Op de tentoonstelling zijn goeie foto’s te zien, maar de harde cijfers zijn ook aangenaam om te lezen. Een snelle scan geeft aan dat de gemiddelde grondkosten voor een kavel tussen de € 499,- en € 820,- per vierkante meter liggen. De bouwkosten, inclusief kavelkosten (dus wat betaal je eigenlijk, als medelid van een Baugruppe aan het eind van de rit) ligt tussen de € 1570,-en € 2280,- per vierkante meter. Tel daarbij op dat er vaak grote woningen gebouwd worden, en een woning van 140 vierkante meter rond de € 276.500,- ligt (bij een vierkante meterprijs van € 1950,-
De gemiddelde dichtheid is hoog, omdat er vaak vier á vijf verdiepingen gebouwd worden. De woningen kennen een menging in bewoners; van oud tot jong, en opvallend veel gezinnen met kinderen, die eindelijk de ruimte krijgen die ze nodig hebben.

Picture
Los van al dit gereken is het erg leuk om de inventieve oplossingen te zien en lezen die architecten toepassen. Zo kwam de groep Ten in One in de Anklamer Strasse er niet helemaal uit wie van de tien bewoners bovenin mocht wonen. De architecten hebben dit dilemma opgelost door een miniwoning van 30 vierkante meter op een dakterras van 100 vierkante meter te maken. Zo kan iedereen uit het pand eens per jaar een maandje op het dak wonen, of kan visite/vrienden op het dak logeren. Extra bergruimte, gemeenschappelijke (naast privé-ruimten, want het gaat hier niet om jarenzeventigbruinribfluweelachtige gezinnen) ruimtes, om bijvoorbeeld op zondag met zijn allen Tatort te kijken en hier en daar een sauna of zwembad.

Er is veel meer mogelijk, mits bewoners de (juridische en fysieke) ruimte krijgen. Geen bouwstop, maar op elkaar bouwen voor een betere stad. 

Tentoonstelling:  tot 31.08.2010, maandag tm zaterdag: 10:00-18:00 In het lichthof van de Senatsverwaltung für Stadtentwicklung
Am Köllnischen Park 3, Berlin

Toegang is gratis

 
 
Het kan: een mooie dakwoning, voor 600 euro per vierkante meter bouwkosten. Maar dat vereist wel doorzettingsvermogen.
Picture
Foto: F. Hülsbömer
In Berlijn-Wedding is in de Uferstrasse bovenop een oude fabriek een kas gebouwd. De Berlijnse curator en auteur Vera Tollmann en haar vriend, muzikant en componist Christian von Borries kwamen op het idee op de Documenta in Kassel, in 2007.

Daar had het Parijse architectenduo Lacaton & Vassal een tijdelijk paviljoen in de vorm van een kas gebouwd. Lacaton & Vassal zijn bekend voor hun ontwerp voor het Parijse museum Palais de Tokyo.

Tollmann en Von Borries dachten: je kan wel een kas op de grond op een stuk groen neerzetten, maar waarom niet op een dak? Toevalligerwijs kwamen zij in Berlijn-Wedding bij een fabriek terecht waar het dak geschikt was voor hun kasidee. De eigenaar van de fabriek vond hun idee inspirerend en liet ze hun gang gaan. Zij mogen het dak voor 30 jaar van de eigenaar pachten. Maar de gemeente was minder enthousiast. Een marathon van vier maanden heeft het gekost om alle vergunningen en ambtenaren zover te krijgen dat hun idee gestalte kon krijgen. Angst was daarbij het grootste struikelblok. Angst bij ambtenaren om iets ongewoons te kunnen honoreren.

Picture
Foto: F. Hülsbömer
Terwijl het idee en ontwerp van architect Christof Mayer even simpel als geniaal is: een kas van 14 bij 6.30 meter; 5.30 hoog, die in het betonnen dak verankerd is. De muren zijn van lichtdoorlatend polycarbonaat. Is een kas geen klimatologische ramp? Nee, zeggen Tollmann en Von Borries. Maar zij houden er een speciale theorie op na: in een woning elke ruimte op 20 graden kamertemperatuur houden vinden zij een overbodige en verspillende luxe. In een kas leef je met de jaargetijden. Een deel van de woning kan bij goed weer naar het dakterras verplaatst worden. ’s Zomers is het huis twee keer zo groot; de keuken loopt op rolletjes en kan ’s zomers op het dak staan. ’s Winters krimpt het wonen van 108 vierkante meter tot een oppervlak van 42 vierkante meter, die minimaal verwarmd hoeft te worden.

Picture
Foto: F. Hülsbömer
Dit kassucces haalt een aantal vooroordelen over duurzaam en vernieuwend bouwen onderuit.
- een penthouse op een dak hoeft helemaal niet duur te zijn
- een duurzaam huis hoeft helemaal geen muren van 3,5 meter dik te hebben
- een duurzaam huis hoeft niet duur te zijn
- experimenteren is noodzakelijk om tot vernieuwing te komen
 
En angstige ambtenaren zijn geen belemmering om innovatief bezig te kunnen zijn, en blijven.

Wie de kas op het dak in het echt wil zien zal hier moeten zoeken en omhoog moeten kijken.

 
 
Picture
De verschuivingen in Berlijn tussen buurten die Heiß en buurten die Scheiß zijn, zijn bijna niet bij te houden. De Berlijnse kranten als Tagesspiegel en Berliner Zeitung en de stadsmagazines Zitty en Tip houden als geen ander de race tussen de hot- en notbuurten bij. Maar wie een beetje deze bladen leest en goed door zijn oogharen kijkt weet waar hij heenmoet om uit te gaan, of om een (nu nog) goekope woning te bemachtigen. Daar helpt een artikel in De Volkskrant van vandaag (14 augustus) deels aan bij. In dit artikel wordt gesproken van een nieuwe muur door Berlijn, die de hippe oost-Berlijnse gebieden afzet tegen de niet-zo-hippe-maar-opkomende west-Berlijnse City.

Het Berlijnse stedebouwbureau Studio UC van Klaus Overmeyer gebruikt de metafoor van de weerkaart om de veranderingen in de stad aan te geven. Hieronder de 'weerkaart' van Hamburg, waar Overmeijer onderzoek heeft gedaan naar waar de creatieve sector zich vestigt.
Picture
Overmeyer signaleert hoge- en lagedrukgebieden die zich engiszins fluctuerend over steden verplaatsen. Op Berlijn toegepast is de afgelopen jaren een hogedrukgebied van Mitte, via Prenzlauer Berg naar Friedrichshain getrokken. Daar is het de Spree overgestoken naar Kreuzberg en Neukölln. Kreuzberg is te beschouwen als het oog van de orkaan, want eigenlijk is in Kreuzberg de afgelopen twintig jaar weinig veranderd -wat de kracht en aantrekkelijkheid is-.

Wie goed doordenkt kan bedenken dat dit hogedrukgebied van Kreuzberg naar het westen wegtrekt, via het net weer geopende Tempelhof en via het park Gleisdreieck dat nu opgeknapt wordt richting Tiergarten en Schöneberg. De snelheid waarmee het hogedrukgebied zich verplaatst is moeilijk te voorspellen, maar dát het zich verplaatst is overduidelijk.
Picture
Park Gleisdreieck in wording
Nu al is te zien dat de wat onbekende, maar trendsettende clubs zich van het overgehipte oost-Berlijn (vooral vanuit Prenzlauer Berg, waar klagende bewoners de clubs verdrijven) naar Kreuzberg of nog verder verplaatsen. De Potsdamer Strasse, ooit een mooie drukke doorgangsstraat in Tiergarten en Schöneberg, maar nu een druk verkeersriool met goedkope winkels laat al de eerste opleving zien, met mooie bars als de Victoriabar (zit er al langer, maar toch) en de eerste hotels.

De randen van het hogedrukgebied vind ik zelf het spannendst. Daar waar je voelt dat er wat gaat veranderen, maar niet weet wanneer, en hoe. De buien trekken weg, het koufront verdwijnt en de zon breekt door, maar niemand weet wanneer. Hoe wisselvallig het 'weer' in Berlijn ook kan zijn: één ding is eeuwig zeker: de onvoorspelbaarheid van de tijd.

 

1