Stapel

04/26/2012

0 Comments

 
Foto
Bron: www.flaniereninberlin.eu
Dat u niet denkt dat ik stilzit, nu ons boek af is. Integendeel; ik ben juist meer buiten en meer op pad. U als trouwe lezer wil intelligent op de hoogte gehouden worden van Berlijns wel en wee, hip en nee. En daarvoor ga ik de straat op.

Natuurlijk valt er veel actueels te vertellen. Over stijgende huurhoogtes, ruzies over geluidsoverlast, de opening van de vele strandbars et cetera.
Toch waag ik het om de andere kant op te gaan en de noeste arbeid van vele Berlijnkenners uit het verleden met U te delen.

Ik ga de komende tijd op dit blog verslag doen van het wegwerken van een stapeltje dat me al een lange tijd –sommige al meer dan een of twee jaar- verwijtend aankijkt.
Dat stapeltje heet: interessante scripties en onderzoeken over Berlijn met een verrassende insteek.

Het stapeltje bestaat uit:

Foto
Afstudeerwerk 'De plantage van Berlijn'  van stedenbouwkundige Jan Martijn Eekhof. Zijn afstudeerplan voor voormalig vliegveld Tempelhof koppelt de ontwikkeling van de stad aan de toenemende behoefte om voedsel dicht bij de stad te produceren. Zijn plan heeft terecht de architectuurprijs Archiprix 2011 en de stedenbouwNUprijs 2012 gewonnen.

Foto
'Flaneren door nothingness; Berlijns’ openbare ruimten tot 1989 vanuit hedendaags perspectief' Een lijvige masterscriptie van Madelief ter Braak. De masterscriptie gaat in op de rol van de openbare ruimte in Berlijn als verscheurde stad door de tijd heen. Zij ziet die verscheurdheid als een constante.

Foto
'Man hätte das doch weiterbauen können?' Onderzoek naar de omgang met het stedenbouwkundig erfgoed in Oost-Berlijn van Michiel Lippus. Scriptie uit 2007 alweer, maar zeker niet onactueel. Lippus heeft er de  Volkskrant/Duitsland Instituut Amsterdam-scriptieprijs 2008 mee gewonnen. 

Foto
'Blockbuster, de Kreuzberger Mischung herzien' is het afstudeerwerk van architect Hans Ringenier, genomineerd voor de Archiprix 2010. Een onderzoek naar de bouwblokkenstructuur in Berlijn-Kreuzberg, de Kreuzberger mischung (mix) resulterend in een ontwerp voor een nieuwbouwbouwblok in Kreuzberg. Op het Cuvryvelde. Daar gaat de volgende scriptie ook over:

Foto
'The Cuvrybrache as free place; the diverse meanings of a waste land in Berlin' is de titel van de afstudeerscriptie van stadsgeograaf Jan van Duppen uit 2010; een onderzoek naar gebruik van de Cuvrybrache in Kreuzberg.

Ja, dat is dat stukje land waar het GuggenheimLab vanuit New York in Berlijn wilde neerstrijken, maar van af zag na protesten.

Alle genoemde publicaties hebben gemeen dat ze over de ruimte in Berlijn gaan, net als dit blog. Daarnaast zijn ze sterk geschreven, mooi vormgegeven en nodigen uit om te lezen, te bezinnen en te verdiepen.

Dat is hard nodig in tijden als deze, waar vanwege de crisis iedereen in blinde en dove paniek om nieuwe visies en instant pasklare oplossingen roept. Of wil aanpakken. Of stevig wil door pakken (arme Door).

Hou de site maar in de gaten voor uw driedagelijkse dosis contemplatie.


 
 
Berlijn kent een overschot aan in onbruik geraakte industriegebouwen en rangeerterreinen. Het Gleisdreieck is er daar één van. Een stuk van het rangeerterrein wordt omgebouwd tot park, waarvan afgelopen jaar het eerste deel Park am Gleisdreieck is geopend. Vlakbij het park verschijnt nu ook een nieuw en interessant woonproject: Am Lokdepot van Robertneun Architekten uit Berlijn, die ook het mooie Frische Paradies hebben ontworpen.

Het ontwerp heeft een sterke uitstraling; het lijkt op een verbouwd oud gebouw. De postindustriële romantiek van een voormalige locomotievenbewaarplaats die naast de locatie staat wordt opnieuw geïnterpreteerd. Robertneun Architekten heeft het idee zo ontwikkeld dat een bestaand bouwblok dat halfopen is wordt afgemaakt. Het is voor Berlijnse begrippen een groot blok; het omvat meer dan 200 woningen. Robertneun heeft door schaduwstudies/bezonningsstudies het blok zo weten te vormen dat de bestaande bebouwing zo min mogelijk hinder ondervindt van de nieuwbouw. Aan de ene kant bieden de woningen uitzicht over het park en de spoorlijnen, aan de binnenzijde bevindt zich een groen hof.
Picture
Er komen verschillende woningtypes voor: type S is het kleinste en lijkt nog het meeste op een rijtjeshuis cq. etagewoning. Deze woning begeeft zich over meerdere etages, gekoppeld aan een loggia over twee verdiepingen. Bij alle woningtypen is het de bedoeling om buitenruimte en de natuur in de omgeving zo veel mogelijk binnen de woning te halen. De grove kolommenstructuur maakt vele indelingen van de plattegrond mogelijk.

Picture
In het woningtype L is zelfs een kas geïntegreerd, zodat je je eigen groenten en fruit aan huis kan kweken. Deze ruimte heeft een verdiepingshoogte van 4.30 meter en is een binnenruimte die ook als buitenruimte gebruikt kan worden. In Haus 2 komt per etage één woning. Dat maakt het mogelijk direct met de lift in de woning uit te komen, dat scheelt weer collectieve ontsluitingsruimte. De woningen hebben aan twee kanten veel glas, en door de breedte een terras van 14 meter (!) waarbij al in de ruwbouw bloembakken worden geïntegreerd. Deze woning laat drie verschillende indelingsvarianten zien in een oppervlakte van 160 vierkante meter en een verdiepingshoogte tot vier meter, zie hieronder.

Er is door Robertneun een industriële esthetiek toegepast door een eenvoudige en zichtbare constructiewijze te hanteren: staalbetonskelet met beton in de rode kleur van de locomotievenloodsen gepigmenteerd. De omgeving van het blok is ontworpen en ingericht door Atelier Loidl, die ook het park am Gleisdreieck hebben vormgegeven. Zij stellen voor het hof een combinatie van veel bomen met gras voor, waardoor een bladerdak op het binnenhof zal ontstaan.

Prettig om te merken dat er nog steeds interessante woonprojecten in de stad worden ontwikkeld.

En wie er straks woont met uitzicht op park en locomotievenloodsen moet niet schrikken als hij een stoomfluit hoort, want in de locomotievenloodsen staan de oude locomotieven, die op Open Monumentendag hun jaarlijkse ritje door het Park am Gleisdreieck maken. Daar is een deel van het voormalige spoortracé intact gelaten om de locomotieven naar het Technikmuseum te kunnen laten rijden. Dan begrijp je ineens die borden in Park am Gleisdreieck heel goed.
 

Da

02/28/2012

0 Comments

 
Als architect moet je van goede huize komen om je in het bouwgeweld van Berlijn staande te kunnen houden. Ken je de lokale mores niet, dan kan je het wel vergeten. Ik doel niet op de ingewikkeldheid van de procedures, maar op het feit dat in Berlijn veel architecten op hun bek zijn gegaan.

Dat komt omdat de stad een rare mix is van 19e eeuwse stad, die frontaal gemixt is met een stad die zich elke tien jaar opnieuw uitvindt. En telkens als de stad –of de nieuwe architectuur in de stad- denkt erin geslaagd te zijn het nieuwe stadsbeeld te hebben geschapen is dat stadsbeeld allang weer door je vingers geglipt. Of zoals architectuurcriticus Allard Jolles ooit schreef: “Gebouwen die zich on-Berlijns gedragen, die architectonische prietpraat verkopen in plaats van duidelijkheid, vallen keihard door de mand”.

Des te interessanter is het om de tentoonstelling “da! Architektur in und aus Berlin“ te bezoeken, die de Architektenkammer Berlin al dertien jaar lang ieder jaar opzet. Er is daar een doorsnee aan gebouwen die door architectenbureaus uit Berlijn zijn gerealiseerd te bezichtigen. Allerlei soorten gebouwen worden getoond; van woningen tot kantoren tot bedrijfsgebouwen tot ziekenhuizen tot vrijetijdsgebouwen tot onderwijsgebouwen. In ieder geval is BigYard van Zanderroth Architekten erbij, een project waar ik al eerder (enthousiast) over geblogd heb, klik hier. Of het project flotwell Zwei, eveneens een Baugemeinschaft, met een interessant concept. Maar ook der geschriebener Garten (de geschreven tuin) ziet er zeer bezoekwaardig uit. Want dat is het fijne van zo'n tentoonstelling; je kunt er uitkiezen wat je later nog eens in 't echie kan gaan zien. Plaatjes zeggen veel, maar lang niet alles.

In het meubel- en designwarenhuis Stilwerk Berlin in de Kantstrasse is de tentoonstelling (gratis) te zien, evenals de tentoonstelling „Architektur und Schule“ die ingaat op de architectuur van schoolgebouwen.

Ik ben benieuwd

“da! Architektur in und aus Berlin“
25 februari tot en met 17 maart
Stilwerk Berlin Kantstrasse 17
Open: maandag –zaterdag 08.00 – 22.00 uur, zondag 11-22 uur
Toegang gratis
 

Parklab

02/17/2012

0 Comments

 
De winter is niet direct de tijd om eens lekker in een park te gaan rondhangen. En mijn serie ‘nieuwe parken in Berlijn’ is eigenlijk al afgelopen. Maar er is een speciale aanleiding om het toch over het Freiraumlabor Friedrichshain te hebben, een park in wording.

In het park staat de pas gerenoveerde voormalige locomotieftoren, waar een presentatie plaatsvond van de kunstenaar Nik Nowak. Die heeft een pantservoertuig annex geluidsinstallatie gebouwd, waarmee hij bezoekers een performance heeft laten horen tijdens de Transmediale. Bizar en grappig tegelijk, klik hier voor de video.
Bijzonder is dat de performace heeft plaatsgevonden in deze Lok-Schuppen, een voormalig rangeerterreingebouwtje, waarvan me de functie niet helemaal duidelijk is. De renovatie van de Lok-schuppen maakt deel uit van het Wriezener Park in wording, dat aan Helsingforser Straße ligt, niet ver van Berghain af. Het park is een experiment, omdat het vrijwel volledig door de buurt is vormgegeven, in samenspraak met architectenbureau tx - büro für temporäre architektur.
Picture
Wriezener in de zestiger jaren
Het twee hectare grote terrein maakte vroeger deel uit van het Wriezener goederenstation. Op een deel van dit voormalige goederenstation zijn in de jaren negentig diverse grote bouwmarkten verschenen, eentje zelfs met een voetbalveld op het dak (Fussballhimmel) om aan de wensen voor groen, sport en spel uit  de buurt tegemoet te komen.

Picture
Direct na 1989
Om de wensen te inventariseren is het Wriezener Freiraumlabor opgestart; een initiatief van buurtbewoners en enthousiaste landschapsarchitecten, om de wensen uit de buurt te inventariseren. Eens per maand trof men elkaar om te overleggen, te inventariseren en te enthousiasmeren. Het laboratoriumidee heeft in die zin echt vorm gekregen dat niet vantevoren vaststond welke programmaonderdelen in het park een plek zouden krijgen. het Wriezener Freiraumlabor is van 2007 tot 2010 als voorbeeldplan vanuit het programma "Experimenteller Wohnungs- und Städtebau" (ExWoSt) door het landelijke ministerie van Bouw ondersteund.

Picture
Wriezener spoorloos
Het park bevat nu de volgende ‘bouwstenen’: het tegenoverliggende Dathe-Gymnasium heeft een openluchtlokaal gemaakt, waar scholieren leren tuinieren. Een BMX-crossfietsparkoers is uitgezet, enkele buurtbewoners houden er een volkstuin. En de voormalige  Lok-Schuppen wordt omgebouwd tot trefpunt voor de buurt waar een mengsel van buurt (niet-commerciële)- en buurtoverstijgende (commerciële) activiteiten gepland gaan worden.  
Al in 2007 is het park geopend. Toen was het nog een totaal verwilderd stuk groen langs het spoor. In 2009 en 2010 zijn de eerste acties ondernomen om het om te vormen tot park. De toegankelijkheid werd verbeterd, een asfaltpleintje voor basketballers aangelegd. Helaas is voor de omgeving van de Lok-Schuppen geen geld meer om er iets moois van te maken. En is de communicatie tussen stadsdeel en het Freiraumlabor lang niet altijd soepeltjes verlopen. Kortweg komt het erop neer dat het stadsdeel totaal geen weet heeft van hoe om te gaan met een plan voor een park dat uit geen programma bestaat, omdat het programma zich nog moet vormen.
Picture
Ondanks alle gedoe is het Wriezener park bijzonder, omdat het ’t tegendeel is van een klassiek park dat iedereen al kent. Het is ook geen ‘mooi’ park in de zin van klassieke heggetjes of struiken. Misschien maakt het een wat onsamenhangende, rommelige indruk. En dat maakt Friedirchshain, dus het park voelt zich er goed thuis. En wij ook. Alleen al de stuntende BMX-jongeren zijn het bekijken waard. Het park ligt mooi op het zuiden. Niet schrikken als er af en toe een dieseltrein lege slaapwagons voorbijsleept. Want het goederenstation mag dan verleden tijd zijn, de sporadisch langsrijdende diesellok doet de herinnering aan het spooremplacement weer opleven.


 
 
Picture
Aan de wand van de trap naar de toiletten (waar tijdens het urineren Tatort als hoorspel te horen is; niet heel handig om ineens "HÄNDE HOCH!!" te horen....) hangt een collectie (zelf-)gehaakte pannenlappen, in het door mij veelbezongen en onvolprezen Michelbergerhotel, gelegen tussen oost en west.

Voor wie deze mannetjes niet kent, kijk hier.
 

Alea 101

02/08/2012

1 Comment

 
De bouwhekken staan er al, de bomen zijn al gekapt. De bouw van Alea 101 is begonnen.

Wie of wat is dat?

Ongeveer middenin de stad, op smijtworp afstand van het station Alexanderplatz ligt de locatie van het toekomstige multifunctionele winkelcentrum Alea 101, een project van ontwikkelaar Redevco. Bekend zijn al twee huurders die het pand zullen gaan betrekken: AktivSchuh en de Italiaanse vreetschuur Vapiano. Op de bovenste twee verdiepingen zijn kantoren en woningen gepland. Het totale metrage bedraagt 19.000 vierkante meter. Begin 2014 zal het pand worden opgeleverd.
De neergeworpen “Zauberwürfel“ (toverdobbelsteen) die er inderdaad uitziet alsof iemand bij het dobbelen de Alexanderplatz als speeltafel heeft genomen, is ontworpen door Sauerbruch Hutton, die in Berlijn meerdere gebouwen heeft ontworpen, waaronder het Photonic Zentrum in Adlershof. Het ontwerp heeft een kubusvorm, die refereert aan de Cubix-bioscoop die er tegenover ligt. Maar net als bij Rubik's cube (wie heeft er niet een halve polsfractuur aan dat doelloze gedraai overgehouden) zijn de bovenste twee etages verschoven. Daarin bevinden zich aan een binnenhof woningen. “Noch mehr Schwaben, die direkt an den Bahngleisen wohnen“ is het klagende commentaar op een website waar het plan wordt gepresenteerd, want je kunt je afvragen wie er direct aan het spoor wil wonen. “Schwaben“ staat voor alles wat vooral in Prenzlauer Berg protesteert tegen clubs die als gevolg daarvan dicht moeten. Zal station Alexanderplatz binnenkort gesloten worden, na oplevering en bewoning van Alea 101?
Picture
1940
Op het eerste gezicht is het een onlogische plek, deze locatie van Alea 101 (wordt nog lastig, want naast Alea hebben we al het vaginaroze Alexa. Hoeveel namen met -Al- zijn er nog mogelijk?). Het gebouw dat zich redelijk houdt aan de gemiddelde goothoogte van 22 meter in Berlijn–dit gebouw wordt 29 meter- lijkt misplaatst te zijn en zich te willen opdringen tussen station en Fernsehturm. Maar niets is wat het lijkt in Berlijn.

Picture
1953
Want wie oude plattegronden uit 1940 en 1953 bekijkt ziet dat hier–zoals op veel plekken- ooit een gebouw heeft gestaan. En dat daarmee de bouw van Alea 101 een uitvloeisel is van het Planwerk Innenstadt uit de jaren ’90. Dit Planwerk heeft tot doel de oude gaten in Berlijn zo veel mogelijk op te vullen en het liefst ook het oude stratenpatroon te herstellen. Daarom lijkt dit onlogisch, maar is een reconstructie. Wie van na 1989 is weet eigenlijk helemaal niet dat hier een gat gevuld moet gaan worden.

Waarmee de naam van Berlijn als lasagnastad van laagjes geschiedenis weer eens wordt bevestigd. 


 
 
Met de vele verhitte discussies over huurverhogingen, uithuisplaatsingen, verdrijving en yuppificiëring die de kranten en blogs in de stad beheersen is het nu tijd voor iets heel anders: een superflitsend nieuwbouwproject.

Al eerder heb ik geblogd over mijn voorkeur voor de Torstrasse. Die voorkeur wordt gedeeld, en niet door de minsten. Want architectenbureau GRAFT vult hier een gaatje. Nu is gaten vullen dagelijkse bezigheid in Berlijn. Het is interessant hoe ze dat doen. Met andere woorden: welke woningtypes, welke grootte en welke architectuur GRAFT ons laat zien. Een toonvoorbeeld van binnenstedelijk bouwen.
Het gehele bouwblok meet circa 18 meter in de breedte en zo’n 10 meter in de diepte. De gevelbreedte maakt het mogelijk om twee woningen aan de gevel te maken. De woningen lopen weliswaar door tot aan de achterkant, die op zuid ligt, waardoor er geen balkons aan de drukke Torstrasse gemaakt hoeven te worden. Aan de achterkant is het gebouw split-level. Dat leidt ertoe dat het gebouw aan de voorkant zes en aan de achterkant acht verdiepingen heeft. Opvallend sluit de woninghoogte daarmee op de aangrenzende bebouwing aan. Dat is opvallend omdat bij nieuwbouw uit de jaren negentig meestal niet de ‘traditionele’ verdiepingshoogte van 3.60 meter werd gehanteerd, maar het minimale van ca. 2.60, waardoor veel nieuwbouw altijd een of twee verdiepingen meer heeft dan oudbouw. Let maar eens op in de stad en tel de verdiepingen van oud en nieuw die naast elkaar staan.
Picture
Het gebouw telt drie verschillende typen woningen. Op de eerste en vierde verdieping split-levelwoningen met ieder vijf kamers, die zich over drie verdiepingen en 149 vierkante meter uitstrekken. Op de tweede en derde verdieping komen normale woningen van ca. 100 vierkante meter. Bijzonder is de verdiepingshoogte van de woningen: 3,20 meter. Als je dat niet biedt, verkoopt het niet; bijna alle oudbouw in de Mietshäusern in Berlijn hebben een verdiepingshoogte van minimaal drie meter, die heel aangenaam is en ruim aandoet. Geen schoenendoos-effect.

Top op de GRAFT-taart is het penthouse van circa 140 vierkante meter. Dat strekt zich over de hele breedte van het pand uit, biedt een woonkamer van 65 vierkante meter en eendakterras van 40 (!) vierkante meter.

Er komt een winkel op de begane grond, want Berlijners houden niet van op begane grond wonen, in tegenstelling tot Nederlanders.

Alle woningen worden uitgerust met open haard.
En er is een fietsenstalling.
En een kinderwagenplek.
En een parkeergarage.
En een (op gebruik van een brancard toegepaste) lift.
En een gemeenschappelijke tuin.
En vloerverwarming.
En zonne-energie.
En een aansluiting voor elektrieke auto’s in de parkeergarage.

Wie het nu nog heeft over dat binnenstedelijk bouwen op alle fronten anders moet: kom in Berlijn kijken.

De gevel wordt GRAFT-eriaans; veel gebogen elementen, veel glas. Een gebouw dat volgens GRAFT de grenzen tussen bouwkunst en design doet verdwijnen. Er hangt wel een pittig prijskaartje aan; de vierkante meterprisjteller begint bij 4.610 euro per vierkante meter te lopen.

Ach, af en toe een vette bonbon tussen de cake van doorsneebouw is helemaal niet erg.



 
 
Hij heeft twee wereldoorlogen overleefd. En ook de DDR. Maar nu brokkelt de stuc af. Hoog tijd om de poort van de Knorrpromenade te redden.

Knorr-pro-me-na-de?!

Is dat een lange rij groente- vlees- en kippenbouillonblokjes die eendrachtig in mars door de straat lopen? Nee. Knorr is uiteraard een bekende smaakmaker, maar in Berlijn was Knorr voor iets anders heel belangrijk, namelijk: remmen. Meneer Knorr (1859–1911) is de uitvinder van de schijfrem. De schijfrem heeft weer niets te maken met een ham- of bamischijf, maar met het wiel, waardoor in plaats van remblokjes die snel slijten een schijf een wiel deed remmen. Geen onbelangrijke uitvinding in de stad waar het stikte van de trams en treinen.
Voor de Betere Burger is naar idee van meneer Knorr in Berlijn-Friedrichshain tussen 1911 en 1913 de 150 meter lange Knorrpormenade gebouwd. Deze straat wijkt overduidelijk af van de rest van de bebouwing in Friedrichshain, een dichtbebouwde voormalige arbeidersbuurt. De woningen hebben voortuinen, zijn flink versierd en uitgerust met balkons en loggia’s. Ook staan er in de straat mooie bomen. Veel huizen in de straat zijn inmiddels opgeknapt na jarenlange verwaarlozing ten tijde van de DDR, die deze woningen veels te burgerlijk vond. Wat niet is opgeknapt is de poort aan het begin van de straat. En het is de enige poort van de twee die nog over zijn, na bombardementen door WO2.

Er is een opvallende en ludieke actie gestart om de poort op te knappen. Karsten Frank, projectontwikkelaar, wil privaat geld inzamelen om de poort te kunnen restaureren. Want van het failliete Berlijn valt niet veel financieels te verwachten; het geld dat er is wordt in projecten gestoken met meer prestige dan de Knorrpromenadepoort. Frank meent dat iedereen wel makkelijk in een bar kan zitten en over problemen zaniken, maar dan gebeurt er nog niks. Er dient rond de 60.000 euro ingezameld te worden om de poort te kunnen restaureren. Doel is vele kleine financiers in plaats van één grote, die eenmalig zijn naam aan het project verbindt en die je vervolgens nooit meer ziet.
Picture
Geen Piet Hein Eek-actie; Knorrpromenadepoort ingepakt tegen vorst
Hoe wil Frank geld inzamelen? Via Hops & Barley, een klein brouwerijtje om de hoek van de Knorrpormenade. Daar komt een euro extra voor een biertje ten goede aan de restauratie. Ofwel: zuipen voor monumentenzorg, zoals het op internet al wordt genoemd. Daarnaast is Frank in overleg met een lokale sausmaker, die een barbecuesaus ontwikkeld, genaamd „Knorrpromenadenmischung“ waarvan een deel van de opbrengst ook naar de restauratie van de poort gaat.

In 2013 wordt de Knorrpromenade 100 jaar. Het zou mooi zijn als de poort dan gerestaureerd is.

Nog even doorbarbecueën en drinken dus.

Knorrpromenade op facebook? knorr hier

 
 
Picture
Foto: Bram Vermeer
In de Reinhardtstrasse, midden in de stad, om de hoek bij de door teveel toeristen geplaagde Oranienburgerstrasse is een echt fietsval-project te vinden.

Fietsvaleffect. Zo noemde architect Hein Salomonsen projecten die je in je ooghoeken ziet als je door de stad fietst, en waarvan je vervolgens van je fiets valt. In Berlijn valt het mee -of tegen- met de val-van-fietsprojecten. Maar in de Reinhardtstrasse staat er overduidelijk een. Het is een ontwerp geïnitieerd door Albert Speer, Adolf H’s rechterbouwhand. Die mocht in opdracht van Adolf Berlijn omschoffelen tot Germania. Om de bevolking te beschermen tegen de luchtaanvallen van de geallieerden zijn er in de stad op diverse plekken bunkers gebouwd. De bunker in de Reinhardtstrasse is er daar één van.
Waarom val je van je fiets als je het ziet? Omdat ik de eerste keren te snel langspeddelde, maar toch iets zag wat ik niet begreep: een betonnen kolos, met hele kleine ramen, maar ook een soort kantelen aan de bovenkant. Het leek wel een kasteel. Maar dan van beton. Alsof het mislukte kasteel van Almere ineens in Berlijn staat. De bunker is in 1942 ontworpen door architect Karl Bonatz en bood plaats aan circa 3.800 zielen. Niet alleen mensen uit de buurt, maar voornamelijk passagiers en personeel van de Deutsche Bahn, dat via het nabijgelegen station Friedrichstrasse konden komen schuilen.

In alle opzichten is het niet zomaar een brok beton. De bunker bestaat uit vijf verdiepingen, heeft terugliggende hoeken en monumentale ingangspoorten. Binnenin zijn vier grote trappenhuizen, met boven elkaar liggende dubbele trappen, zodat mensenmassa’s snel hun schuilplaats konden vinden. De muren zijn bijna twee meter massief beton, het dak is van drie meter dikte. Idee was om na de oorlog de betonnen buitengevel met natuursteen af te werken.

Dat is niet gebeurd. Want na de oorlog kwam er een muur in Berlijn. Vanaf 1957 wordt de bunker gebruikt om fruit op te slaan, met als gevolg de bijnaam bananenbunker. Bananen uit Cuba, uiteraard voor de partijleden, niet voor het gewone volk. Na de val van de muur wordt de bunker de ideale plek voor techno-, SM- en fetishparties, met namen als "Rot-Kreuz-Club" (later herbenaamd als "Ex-Kreuzclub", na protesten van het Rode Kruis).
In 1995 worden de autoriteiten wakker en wordt het oudjaarsfeest "The last Days of Saigon" verboden. Maar zoals dat dan gaat: het feest gaat gewoon door. Daarna is het toch echt afgelopen. De bunker gaat dicht. In 1993 koopt reclameman Christian Boros de bunker met als doel: ombouwen tot een centrum van hedendaagse kunst.

Het daadwerkelijke val-van-fietsgevoel vindt vooral binnen plaats. Je moet eerst door de gassluis, maar daarna sta je in de entreehal waar boven je hoofd een enorme klok bungelt. Zonder klepel, dus je ziet veel, maar hoort niks. Bizarre ervaring. En dat gaat zo maar door, circa 80 kamers lang. Want binnenin is de privéverzameling van Boros te vinden. Hij verzamelt kunst ‘die ik niet begrijp’ aldus Boros; inmiddels meer dan 400 werken. Bijna alle kunstwerken gaan de confrontatie met de bunker aan, want hele spannende, en soms ook ontroerende/emotionele kunst oplevert. Enige kunstenaars die er werk hebben zijn onder meer: Olafur Eliasson, Elizabeth Peyton, Anselm Reyle, Manfred Pernice, Tobias Rehberger, John Bock, Santiago Sierra en Terence Koh. Hier geen plaatjes van de kunst; lezer: kom zelf maar kijken en ervaren!

Niet alleen de kunst is schitterend, het is een heel bijzondere ervaring om door een gebouw heen te lopen dat ook andere tijden heeft gekend. Die sporen van de andere tijd zijn nog duidelijk aanwezig; de pijlen voor de gewenste looprichting, de ‘Rauchen verboten’-opschriften, de dubbele stalen veiligheidsdeuren, en in de gevel de littekens van schietpartijen. Architectenbureau Realarchitektur heeft de opdracht gekregen om de bunker om te bouwen en dat hebben ze heel goed gedaan. Geschiedenis is hier niet uitgewist, of gebruikt als decor, maar daadwerkelijk op de muur aanwezig. Binnenin vervaagt de grens tussen museum en galerie.

Jens Casper van architectenbureau Realarchitektur heeft voor Boros op het dak een Mies van der Rohe-Barcelonapaviljoenachtig penthouse ontworpen, met daktuin en zwembad, dat met moeite in het drie meter dikke massieve betondak kon worden uitgeboord.

Sammlung Boros is op zater- en zondagen te bezichtigen.
Reinhardtstrasse 20

Aanmelden via de webstek, en wel op tijd want snel vol. Als je je Nederlandse charme in de strijd gooit kan je het onaangemeld proberen; soms vallen er plaatsen uit en kan je alsnog onaangemeld mee.

 
 
Je kent ze wel, Nederlanders die helemaal opgewonden raken bij het woord Berlijn. Preciezer: bij de twee woorden 'Prenzlauer' en 'Berg'. Want het is er zo mooi/rustig/gezellig/rauw/Berlijns et cetera. een stadsdeel waar in tien jaar tijd circa 80-90% van de bevolking is vernieuwd mag dan wel enorm ontwikkeld zijn; het mist haar wortels. En laatst hoorde ik een Nederlandse bezoeker een opmerking maken dat het er wel héél erg bestaat uit hippe, actieve moeders achter kinderwagens. Dat roepen Berlijners al jaren. Dit beeld is blijkbaar ook in Nederland aan het doordringen.
Picture
Reclame, gesponsord door minister Bijsterveldt
Nederlanders hebben een fijne neus voor trends. Want naast Prenzlauer Berg is Neukölln erg in trek. Bezoekers vragen waar ze precies heen moeten want ze hebben gehoord dat het er hip is. Dat is het ook, hoewel de straten inmiddels bevolkt worden door toeristen op zoek naar hip. Dat wordt dan een self-fulfilling prophecy, want wat op zoek is naar hip is zelf vaak ook hip.

Ondertussen is voor Berlijners duidelijk dat West het nieuwe Oost aan het worden is. Hoe komt dat?

Na de val van de muur in 1989 is veel van wat aantrekkelijk was in west naar Mitte verhuisd, of naar Prenzlauer Berg. De opening van Berlin Hauptbahnhof in 2006 met als gevold het niet meer halteren van internationale treinen op Zoo betekende helemaal een doodsklap. West liep leeg. Wat er achterbleef was verre van hip, eerder standaard, gezapig, dat wat we allemaal al kennen. De wet van de remmende voorsprong goeld voor West: jarenlang hét paradepaardje van westerse luxe en leefstijl; na 1989 nauwelijks nog verandering of vernieuwing. Maar daar is de laatste twee jaar verandering in gekomen. Bijzondere winkels verhuizen weer uit Mitte naar de omgeving van de Kurfürstendamm (niet: op, want die is nog steeds niet te betalen qua huur van winkelruimte). Reden: de drukte in Mitte, de stijgende huurprijzen, afname van clientèle, kijken-kijken-niet-kopenpubliek.
Picture
Zoofenster
De stad zelf is flink aan het investeren geslagen rondom de Gedächtniskirche. En het bouwen en slopen houdt voorlopig niet op. Het komend jaar wordt meer dan 100.000 vierkante meter gebouwd in City-West, zoals het gebied heet. Daarbij wordt meer dan een miljard euro geïnvesteerd. Eersteling is het Zoofenster, het 118 meter hoge gebouw met het luxe Waldorf-Astoriahotel. Het hotel gaat eind eerste kwartaal 2012 open, wordt verwacht. Ook het befaamde Romanischen Café dat hier ooit zat en werd bevolkt door artiesten en schrijvers komt hier terug. Een toren komt nooit alleen, daarom is naast het Zoofenster de Atlas Tower gepland. Ook rond de 100 meter hoog, een hotel heeft interesse.

Dan staat op het moment aan de Ku’damm het Ku’dammkarree te verpieteren. Daarover wordtal jaren gediscuzeurd; wel of niet monument, wel of niet afbreken. David Chipperfield (architect van de renovatie van het Neues Museum) heeft een nieuw ontwerp gemaakt, maar zoals gezegd: er wordt eerst nog gestreden. 

Picture
Het Haus Cumberland opent eind 2012 met daarin woningen, restaurants en winkels. Op de begane grond komt een winkel van de oprichter van de modebeurs Bread & Butter. Dit gigagebouw is in 1911/12 gebouwd, naar een ontwerp van archtiect Robert Leibnitz. Het is vernoemd naarde derde hertog van Cumberland: Ernst August. Sinds 2003 stond het leeg, maar werd af en toe nog gebruikt om er films op te nemen. Voor de film The Bourne Identity werd het hotel als Hotel Brecker omgebouwd. 

Picture
Bikinibouw
Toef op de westtaart is de bikini (hûh?). Het voormalige Bikinihaus (bijnaam, want er was ooit een gat tussen de onder- en bovenbouw van het gebouw, en het gebouw is ontstaan in de jaren '50 vorige eeuw toen de bikini is geïntroduceerd) wordt spectaculair gerenoveerd door de Vlaamse architect Arne Quinze, inmiddels al weer ex-man van Barbara Becker, die weer ex-vrouw is van Boris. Maar het ging hier om de opkomst van West, niet om wie-met-wie en wie is wiens toekomstige ex-vrouw.
Picture
Bikinieuw
Spectaculair wordt het dakterras van 7.000 vierkante meter, waarvandaan rechtstreeks in de muil van een nijlpaard/olifant/tijger gegluurd kan worden, want Bikini Berlin ligt direct aan de Zoo van Berlijn. Op het dakterras komt veel groen en… een biergarten, want het blijft wel Berlijn. Naast Bikini Berlin ligt het Zoo-Palast ,waar menig film in premiere is gegaan. Ook het Zoo-Palast wordt gerenoveerd. Midden 2013 wordt de bikini onthult.

Natuurlijk gaat het hier vooral om luxe winkels/hotels/appartementen/penthouses/biergartens, maar de trek terug van Oost naar West is duidelijk merkbaar. Niet zozeer in bovengenoende projecten als wel in de zijstraten van de Ku’damm en omgeving. Daarover later meer.

Dus als u weer 's Nederlanders vol lof over Prenzlauer Berg hoort spreken, met zo'n air van: 'daar moet je zijn" 

weet U inmiddels beter.  

 

1